Naar inhoud

Woordenlijst

368 termen uit Google Workspace, security en cloud. Klik op een letter om te springen.

#

2FA
2FA (Two-Factor Authentication, tweefactorauthenticatie) is een vorm van meervoudige verificatie waarbij precies twee verschillende factoren worden gecombineerd om in te loggen. Doorgaans gaat het om iets dat je weet (je wachtwoord) plus iets dat je hebt (een code uit een authenticator-app, een fysieke beveiligingssleutel of een sms-code). De term wordt vaak als synoniem voor MFA gebruikt, maar strikt genomen is 2FA het specifieke geval met exact twee factoren, terwijl MFA er ook meer kan vereisen. Het doel is gelijk: voorkomen dat een gelekt of geraden wachtwoord alleen al toegang geeft. In Google Workspace en op je persoonlijke Google-account heet dit verificatie in twee stappen, in te schakelen via je beveiligingsinstellingen of door de beheerder via de Admin Console.

A

Active Directory
Active Directory (AD) is de directoryservice van Microsoft voor het centraal beheren van gebruikers, computers, groepen en toegangsrechten in een Windows-netwerk. Beheerders gebruiken het om aanmeldgegevens, beleid en machtigingen op een centrale plek te regelen, doorgaans op een on-premises domeincontroller. Daarmee is het de klassieke, in eigen beheer draaiende tegenhanger van cloud-identiteitsdiensten. Bij een overstap naar Google Workspace wordt Active Directory vaak gekoppeld of vervangen: met Google Cloud Directory Sync kun je gebruikers en groepen vanuit AD synchroniseren naar Google, en via SAML of federatie blijft eenmalige aanmelding mogelijk. De cloudvariant van Microsoft zelf heet tegenwoordig Microsoft Entra ID, voorheen Azure Active Directory.
ActiveSync
ActiveSync, voluit Exchange ActiveSync (EAS), is een synchronisatieprotocol van Microsoft waarmee mobiele apparaten e-mail, agenda, contacten en taken in real time afstemmen met een mailserver. Het wordt veel gebruikt op telefoons en tablets om een Exchange-postvak overal up-to-date te houden, en biedt beheerders ook mogelijkheden voor beleid op afstand, zoals het afdwingen van een toegangscode of het wissen van een verloren toestel. Google ondersteunt het protocol via Google Workspace Sync, waardoor apparaten die ActiveSync spreken ook met Gmail en Google Agenda kunnen synchroniseren. Voor moderne Google-omgevingen wordt echter doorgaans de native Gmail-app of een account op basis van moderne authenticatie aangeraden.
Admin Console
De Admin Console is de centrale beheeromgeving van Google Workspace, bereikbaar via admin.google.com, waar beheerders het volledige account van de organisatie aansturen. Vanuit deze console maak je gebruikers en groepen aan, ken je licenties toe, beheer je apparaten en stel je beveiligings- en beleidsinstellingen in, zoals tweestapsverificatie, gegevensregio's en toegang tot apps. Instellingen kunnen voor de hele organisatie gelden of per organisatie-eenheid worden verfijnd, zodat verschillende afdelingen verschillende regels krijgen. Daarnaast biedt de console rapportages en logs over gebruik en beveiliging. Toegang is gekoppeld aan beheerdersrollen, zodat alleen geautoriseerde personen wijzigingen kunnen doorvoeren.
Agentic AI
Agentic AI verwijst naar AI-systemen die niet alleen antwoorden op een vraag, maar zelfstandig een doel nastreven door meerdere stappen te plannen en uit te voeren, beslissingen te nemen en onderweg tools te gebruiken. Zo'n agent kan bijvoorbeeld een taak opdelen, externe bronnen raadplegen, tussenresultaten beoordelen en zijn aanpak bijsturen tot het doel is bereikt. Dit gaat verder dan een enkele prompt-en-antwoord-interactie en vraagt om mogelijkheden als geheugen, function calling en grounding. Binnen Google Cloud kun je met Vertex AI en het Agent-instrumentarium agents bouwen die acties uitvoeren in systemen zoals Google Workspace, mits goed afgebakend met heldere guardrails en toegangscontrole.
AI-agent
Een AI-agent is een AI-systeem dat zelfstandig naar een doel toewerkt in plaats van slechts een enkele vraag te beantwoorden. De agent redeneert over wat er nodig is, plant tussenstappen, roept externe tools of databronnen aan en gebruikt de uitkomsten om de volgende stap te bepalen. Zo kan een agent bijvoorbeeld een agenda raadplegen, een document opzoeken en daarna een mail opstellen, allemaal binnen een opdracht. Het verschil met een gewone chatbot is de mate van autonomie en het kunnen handelen, niet alleen praten. In de context van Google Workspace en Google Cloud worden agents ingezet om meerdaagse of meerstaps taken te automatiseren, waarbij menselijk toezicht en duidelijke afbakening van rechten belangrijk blijven.
Air-gapped
Air-gapped beschrijft een systeem dat fysiek volledig is losgekoppeld van elk netwerk, dus ook van het internet en van andere interne netwerken. Door die letterlijke luchtspleet is het systeem niet op afstand te bereiken en geldt het als een van de zwaarste beveiligingsmaatregelen tegen aanvallen van buitenaf. Het wordt ingezet voor zeer gevoelige omgevingen zoals industriële besturingssystemen, geheime data of kritieke back-ups, waar het risico van een inbraak onaanvaardbaar is. De keerzijde is een sterk verminderd gebruiksgemak: gegevens en updates moeten handmatig en gecontroleerd naar binnen worden gebracht, bijvoorbeeld via verwijderbare media, wat trager werkt en zelf een aanvalspad kan vormen. Een air gap sluit risico niet volledig uit, maar verkleint het aanzienlijk.
Alert Center
Het Alert Center is het waarschuwingscentrum van Google Workspace, een dashboard in de Admin Console waar beveiligings- en beheermeldingen over de organisatie samenkomen. Het bundelt signalen zoals verdachte aanmeldingen, door gebruikers gemelde phishing, malware in Gmail, gelekte wachtwoorden en wijzigingen in instellingen, zodat beheerders niet elke bron apart hoeven te controleren. Per melding zijn details en context zichtbaar en kunnen teams een onderzoek starten, een status toekennen of vervolgacties nemen. Zo helpt het Alert Center om incidenten sneller te herkennen en erop te reageren. In combinatie met onderzoekstools en regels vormt het een belangrijk onderdeel van het beveiligingsbeheer binnen Workspace.
Ansible
Ansible is een open-source automatiseringstool waarmee je servers configureert, software uitrolt en hele IT-omgevingen beheert via leesbare scripts. Die scripts, playbooks genaamd, worden in YAML geschreven en beschrijven de gewenste eindtoestand van een systeem in plaats van losse commando's. Ansible werkt agentless: er hoeft geen extra software op de doelmachines te draaien, want de verbinding loopt over SSH. Daardoor is het snel op te zetten en goed te overzien. In een Google Cloud-context wordt Ansible vaak gebruikt om Compute Engine-VM's na het aanmaken in te richten, pakketten te installeren en configuratie consistent te houden over veel machines. Het sluit goed aan op infrastructure-as-code-werkwijzen, waarbij Terraform de infrastructuur opbouwt en Ansible de software erop configureert.
API
Een API (Application Programming Interface) is een vastgelegde verzameling afspraken waarmee softwareonderdelen met elkaar communiceren zonder elkaars interne werking te kennen. De API beschrijft welke verzoeken je kunt doen, welke gegevens je daarbij meestuurt en welk antwoord je terugkrijgt, zodat de ene applicatie functionaliteit of data van de andere kan gebruiken. Op het web verlopen API's vaak via HTTP, bijvoorbeeld in de vorm van REST- of GraphQL-interfaces die JSON uitwisselen. API's zijn de ruggengraat van moderne integraties: Google biedt er talloze, zoals de Gmail-, Drive- en Admin SDK-API's en de Google Cloud- en Gemini-API's, waarmee je workflows automatiseert, diensten koppelt en AI-functionaliteit in eigen toepassingen inbouwt. Toegang wordt doorgaans beveiligd met sleutels of OAuth.
App Access Control
App Access Control is de functie in Google Workspace waarmee beheerders bepalen welke externe apps van derden toegang krijgen tot de gegevens van de organisatie via Google-accounts. Wanneer een gebruiker zich met zijn Workspace-account aanmeldt bij een externe app of die app rechten vraagt op bijvoorbeeld Gmail, Drive of Agenda, kan de beheerder per app vastleggen of de toegang is toegestaan, geblokkeerd of beperkt. Zo voorkom je dat onbekende of riskante apps stilzwijgend bij bedrijfsgegevens kunnen. Het is een belangrijk instrument tegen gegevenslekken en oversharing van OAuth-rechten, en sluit aan op een Zero Trust-aanpak waarbij toegang bewust en beperkt wordt verleend.
App Password
Een app-wachtwoord (App Password) is een speciaal, eenmalig gegenereerd wachtwoord van zestien tekens waarmee een oudere applicatie of apparaat kan inloggen op je Google-account terwijl verificatie in twee stappen is ingeschakeld. Het is bedoeld voor apps die de moderne, veilige inlogmethode (OAuth) niet ondersteunen en dus niet met de tweede factor overweg kunnen, zoals sommige verouderde mailprogramma's. Je maakt het aan in de beveiligingsinstellingen van je Google-account en gebruikt het in plaats van je gewone wachtwoord; je kunt het op elk moment weer intrekken. Omdat een app-wachtwoord de tweede factor omzeilt, is het minder veilig. Google adviseert het te vermijden en waar mogelijk over te stappen op apps die OAuth ondersteunen.
Apps Script
Apps Script is het JavaScript-platform van Google waarmee je taken automatiseert en Google Workspace uitbreidt. Je schrijft kleine scripts die rechtstreeks praten met diensten zoals Gmail, Sheets, Docs, Drive en Agenda, bijvoorbeeld om automatisch e-mails te versturen, gegevens tussen spreadsheets te verplaatsen of een terugkerend rapport op te bouwen. Scripts draaien op de servers van Google, dus je hebt geen eigen server nodig, en ze kunnen op gezette tijden of bij een gebeurtenis worden gestart via triggers. Daarnaast kun je er menu-items, zijbalken en zelfs complete webapps mee maken. Het is een toegankelijke manier voor beheerders en gevorderde gebruikers om maatwerk toe te voegen zonder zware ontwikkelomgeving.
AppSheet
AppSheet is het no-code platform van Google waarmee je apps bouwt zonder te programmeren. Je koppelt een gegevensbron, zoals Google Sheets, een database of andere systemen, en AppSheet leidt daaruit automatisch een werkende app af met formulieren, lijsten en weergaven. Vervolgens stel je via instellingen de logica in: validatieregels, automatische acties, meldingen en workflows. De apps werken op telefoon, tablet en in de browser, en kunnen offline functioneren. Het is bedoeld om afdelingen en niet-technische medewerkers binnen Workspace zelf oplossingen te laten maken, bijvoorbeeld voor voorraadbeheer, inspecties of aanvragen, zonder dat er een aparte ontwikkelploeg aan te pas hoeft te komen.
ARC
ARC staat voor Authenticated Received Chain en lost een bekend probleem op bij doorgestuurde e-mail. Wanneer een bericht via een tussenstation zoals een mailinglijst of forwarder gaat, wordt de inhoud vaak licht aangepast, bijvoorbeeld met een onderwerp-prefix of een voettekst, waardoor de oorspronkelijke DKIM-handtekening breekt en de DMARC-controle bij de eindontvanger faalt. ARC bewaart het oorspronkelijke resultaat van de echtheidscontrole in een keten van headers, zodat elk tussenstation kan vastleggen dat de mail bij binnenkomst wel correct geverifieerd was. De eindontvanger kan die keten vertrouwen als de tussenstations betrouwbaar zijn, en zo legitieme doorgestuurde mail toch accepteren. Gmail en Google Workspace gebruiken ARC actief bij het beoordelen van doorgestuurde berichten.
Archive
Archiveren betekent dat je een bericht of bestand uit je actieve weergave haalt zonder het te verwijderen. In Gmail verdwijnt een gearchiveerd bericht uit het Postvak IN, maar het blijft volledig bewaard en doorzoekbaar onder Alle e-mail; het verschijnt opnieuw zodra iemand erop antwoordt. Zo houd je je inbox overzichtelijk terwijl niets verloren gaat. Dit verschilt van verwijderen, waarbij een bericht naar de prullenbak gaat en na verloop van tijd definitief wordt gewist. In een bredere Workspace-context wordt archiveren ook gebruikt om gegevens langdurig te bewaren voor naslag of compliance, los van de dagelijkse werkomgeving.
Artifact
Een artifact is een bestand dat een buildproces voortbrengt en dat je opslaat om later uit te rollen, zoals een uitvoerbaar programma, een gecompileerde bibliotheek, een pakket of een container-image. Het is het tastbare resultaat dat uit broncode ontstaat en dat in volgende stappen wordt getest, gedistribueerd en in productie gezet. Door artefacten centraal te bewaren met een versienummer voorkom je dat je voor elke uitrol opnieuw moet bouwen en houd je precies bij welke versie waar draait. In Google Cloud verzorgt Artifact Registry deze opslag voor onder meer container-images en taalpakketten, met toegangsbeheer en integratie met de build- en deploypijplijn. Vanuit beveiligingsoogpunt is het belangrijk artefacten te scannen op kwetsbaarheden en hun herkomst te kunnen aantonen voordat ze worden vrijgegeven.
Attachment
Een bijlage is een bestand dat je aan een e-mailbericht toevoegt, zoals een document, afbeelding, PDF of spreadsheet, zodat de ontvanger het samen met je bericht ontvangt. In Gmail geldt een maximale berichtgrootte; grote bestanden worden daarom automatisch als Google Drive-koppeling verstuurd in plaats van als echte bijlage, wat ook handig is voor samenwerking omdat iedereen dezelfde versie ziet. Bijlagen zijn een veelgebruikte route voor malware en phishing, daarom scant Gmail ze op virussen en blokkeert het bepaalde uitvoerbare bestandstypen. Wees voorzichtig met bijlagen van onbekende afzenders.
Audit Log
Een auditlog is een chronologisch overzicht van activiteiten en wijzigingen binnen een systeem of organisatie, zoals aanmeldingen, gedeelde bestanden, gewijzigde instellingen of beheeracties. In Google Workspace vind je deze logs in de Admin-console onder Rapporten en in de Auditlogboeken, waarmee beheerders kunnen achterhalen wie wat wanneer heeft gedaan. Ze zijn onmisbaar voor beveiliging, het onderzoeken van incidenten en het aantonen van compliance, omdat ze een betrouwbaar spoor van handelingen vastleggen. Logs kunnen ook worden geëxporteerd naar BigQuery voor diepgaandere analyse en langdurige bewaring.
Auto-Reply
Een automatisch antwoord is een vooraf ingesteld bericht dat het systeem zelf terugstuurt naar mensen die je e-mailen, zonder dat je telkens handmatig hoeft te reageren. In Gmail staat deze functie bekend als de afwezigheidsmelding (vacation responder), die je inschakelt voor een gekozen periode en eventueel beperkt tot contacten of mensen binnen je organisatie. Het is handig tijdens vakanties of verlof om afzenders te laten weten dat je niet beschikbaar bent en wie ze in de tussentijd kunnen benaderen. Gmail stuurt zo'n antwoord doorgaans maar eenmaal per afzender binnen een bepaalde periode, om te voorkomen dat je iemand overspoelt.
Autoscaling
Autoscaling is het automatisch op- en afschalen van het aantal servers, containers of functie-instances op basis van de actuele belasting. In plaats van vooraf een vaste capaciteit vast te leggen, voegt het systeem capaciteit toe wanneer de vraag stijgt en verwijdert het die weer wanneer de drukte afneemt. Schaaldrempels worden meestal bepaald door signalen zoals CPU-gebruik, geheugen, het aantal verzoeken per seconde of de lengte van een wachtrij. Het doel is tweeledig: prestaties op peil houden tijdens piekmomenten en onnodige kosten vermijden bij rustige perioden, omdat je in de cloud alleen betaalt voor wat je gebruikt. In Google Cloud bieden onder meer managed instance groups, Cloud Run en GKE ingebouwde autoscaling, waarbij Cloud Run zelfs volledig tot nul kan terugschalen wanneer er geen verkeer is.

B

Backscatter
Backscatter is een stroom van ongewenste foutmeldingen die je ontvangt doordat een spammer of malware jouw e-mailadres vervalst heeft als afzender. Wanneer zulke berichten naar niet-bestaande postvakken gaan, sturen de ontvangende mailservers een non-delivery-melding terug, maar die belandt niet bij de echte verzender maar bij jou, het onschuldige slachtoffer wiens adres misbruikt is. Het gevolg is een inbox vol bounces voor mail die je nooit verstuurd hebt, en in het ergste geval reputatieschade voor je domein. Goede afzenderverificatie via SPF, DKIM en DMARC vermindert backscatter, omdat ontvangende servers vervalste afzenders eerder kunnen herkennen en het bericht direct kunnen weigeren in plaats van later een bounce te genereren.
Backup
Een back-up is een reservekopie van gegevens die je bewaart om ze te kunnen herstellen na verlies, beschadiging, een foutieve verwijdering of een ransomware-aanval. Een goede back-upstrategie volgt vaak de 3-2-1-regel: meerdere kopieën, op verschillende media, waarvan minstens één op een andere locatie. Hoewel Google Workspace gegevens redundant opslaat in zijn datacenters, beschermt dat niet tegen een gebruiker die per ongeluk iets wist; daarom kiezen veel organisaties voor aanvullende back-up van Gmail, Drive en andere diensten via tools zoals Google Vault of externe back-upoplossingen. Test herstel regelmatig, want een back-up die je nooit kunt terugzetten is waardeloos.
Backup Code
Een Backup Code, of back-upcode, is een vooraf gegenereerde noodcode waarmee je toch op een account kunt inloggen wanneer je gebruikelijke tweestapsverificatie niet beschikbaar is, bijvoorbeeld als je je telefoon kwijt bent of geen verbinding hebt. Bij Google krijg je doorgaans een set van tien codes die je veilig bewaart, los van je telefoon; elke code werkt slechts eenmaal. Ze vormen een vangnet zodat je niet buitengesloten raakt als je beveiligingssleutel of authenticator-app niet bereikbaar is. Binnen Google Workspace kunnen gebruikers zelf codes aanmaken en kan een beheerder ze in de Admin Console genereren of intrekken voor accounts die zijn vergrendeld.
Bandwidth
Bandbreedte is de maximale hoeveelheid data die binnen een bepaalde tijd over een netwerkverbinding verstuurd kan worden, meestal uitgedrukt in bits per seconde zoals Mbps of Gbps. Het bepaalt mede hoe snel grote bestanden uploaden of downloaden en hoeveel gelijktijdige verbindingen vlot blijven werken, bijvoorbeeld bij videovergaderingen in Google Meet of synchronisatie met Drive. Bandbreedte wordt vaak verward met snelheid, maar het is eerder de capaciteit van de leiding: een grotere bandbreedte laat meer gegevens tegelijk door, terwijl latency aangeeft hoe lang een pakket onderweg is. Bij veel gelijktijdige gebruikers kan beperkte bandbreedte een knelpunt vormen.
Base64
Base64 is een coderingsschema dat binaire gegevens omzet naar gewone, leesbare tekst, opgebouwd uit een vaste set van 64 tekens: letters, cijfers en enkele symbolen. Het doel is niet beveiliging maar veilig transport: door bytes als tekst weer te geven kunnen gegevens veilig door systemen die alleen tekst verwerken, zoals e-mail of JSON. Base64 is dus geen versleuteling en biedt geen geheimhouding; iedereen kan het terugdraaien. De codering maakt de data ongeveer een derde groter. Je komt Base64 veel tegen, bijvoorbeeld bij e-mailbijlagen, bij afbeeldingen die rechtstreeks in HTML of CSS zijn ingebed via data-URI's, en als onderdeel van JSON Web Tokens. In Google Cloud worden bij sommige API's binaire velden, zoals bestandsinhoud, in Base64 aangeleverd.
Basisauthenticatie
Basisauthenticatie (Basic Authentication) is een verouderde inlogmethode waarbij alleen een gebruikersnaam en wachtwoord worden meegestuurd om toegang te krijgen tot een dienst of API. Omdat er geen extra beveiligingslaag is en de gegevens bij elke aanvraag opnieuw worden verzonden, is de methode kwetsbaar voor onderschepping, phishing en geautomatiseerde aanvallen. Daarom wordt basisauthenticatie breed uitgefaseerd ten gunste van OAuth-tokens en meervoudige verificatie (MFA), die veel beter bestand zijn tegen wachtwoorddiefstal. Google heeft toegang met enkel een wachtwoord voor zogenoemde minder veilige apps stopgezet, en moderne koppelingen met Google Workspace verlopen via OAuth 2.0. Het uitschakelen van basisauthenticatie is een belangrijke stap in het beveiligen van een e-mailomgeving.
Bastion host
Een bastion host is een streng beveiligde tussenserver die als gecontroleerde toegangspoort dient tot afgeschermde interne systemen. In plaats van privéservers rechtstreeks aan het internet bloot te stellen, laten beheerders al hun beheerverkeer via deze ene, goed gemonitorde machine lopen. De bastion host is bewust minimaal ingericht, draait alleen het hoognodige en wordt extra zwaar bewaakt en gelogd, zodat het aanvalsoppervlak klein blijft en alle toegang traceerbaar is. Zo blijven gevoelige systemen in een privénetwerk verborgen, terwijl beheer toch mogelijk is. In Google Cloud kun je dit patroon invullen met een VM in een privénetwerk, maar de moderne en veiliger variant is Identity-Aware Proxy met IAP-tunneling, waarmee je beheertoegang krijgt zonder publieke IP-adressen en met identiteitscontrole per gebruiker.
Beheerde Google Play
Beheerde Google Play (managed Google Play) is de bedrijfsversie van de Play Store, gericht op organisaties die Android-apparaten centraal beheren via mobile device management of Google Endpoint Management. In plaats van dat medewerkers vrij apps installeren, bepalen beheerders welke apps beschikbaar zijn: ze keuren apps goed, distribueren die naar geselecteerde apparaten of groepen, en kunnen ook private, intern ontwikkelde apps uitsluitend binnen de eigen organisatie publiceren. Op een zakelijk apparaat ziet de gebruiker dan een afgeschermde winkel met alleen de toegestane apps. Zo houdt een organisatie grip op welke software op bedrijfsapparaten draait, wat helpt bij beveiliging, licentiebeheer en het naleven van interne beleidsregels. Beheerde Google Play is een kernonderdeel van Android Enterprise-beheer binnen Workspace.
BigQuery
Google BigQuery is het serverloze, volledig beheerde datawarehouse van Google Cloud, gemaakt om enorme hoeveelheden gegevens snel te analyseren met vertrouwde SQL. Omdat opslag en rekenkracht gescheiden zijn en query's automatisch over veel machines worden verdeeld, kun je terabytes tot petabytes doorzoeken zonder zelf servers te beheren of te schalen. Je betaalt doorgaans voor de hoeveelheid verwerkte data of voor gereserveerde capaciteit. BigQuery is populair voor business intelligence, log- en eventanalyse en het samenbrengen van data uit meerdere bronnen, en sluit aan op tools als Looker Studio, Dataflow en de ingebouwde machine learning via BigQuery ML.
BIMI
BIMI (Brand Indicators for Message Identification) is een standaard waarmee je geverifieerde merklogo naast je e-mails wordt getoond in de inbox van ondersteunende providers. Het doel is tweeledig: ontvangers herkennen legitieme berichten sneller en het wordt moeilijker voor phishers om je merk na te bootsen. BIMI bouwt voort op e-mailauthenticatie: een afzendend domein moet eerst SPF, DKIM en een streng DMARC-beleid (quarantine of reject) correct hebben ingesteld voordat het logo verschijnt. Het logo wordt gepubliceerd als een speciaal opgemaakt SVG-bestand, en sommige inboxen vereisen daarbovenop een Verified Mark Certificate (VMC) dat het merkeigendom bevestigt. Gmail ondersteunt BIMI, waardoor goed geconfigureerde Workspace-domeinen hun logo naast verzonden mail kunnen laten zien.
Blue team
Het blue team is het verdedigende beveiligingsteam binnen een organisatie. Het bewaakt systemen, detecteert verdachte activiteit, reageert op incidenten en versterkt de verdediging tegen aanvallen. Het is de tegenhanger van het red team, dat juist offensief test door echte aanvallen na te bootsen. In oefeningen werken beide samen: het red team valt aan, het blue team verdedigt en leert van elke poging. In een Google Workspace- of Google Cloud-omgeving leunt een blue team sterk op logging en monitoring, bijvoorbeeld via het security investigation tool in de Admin console, Cloud Logging en Security Command Center, om aanvallen tijdig te herkennen en af te slaan.
Blue-green deployment
Blue-green deployment is een uitrolstrategie die downtime en risico beperkt door twee identieke productieomgevingen naast elkaar te draaien: de blauwe (huidige, live) en de groene (nieuwe versie). Gebruikers blijven op blauw terwijl de groene omgeving wordt voorzien van de nieuwe release en grondig wordt getest. Pas als groen klaar is, schakel je het verkeer in een keer om, bijvoorbeeld via een loadbalancer of DNS. Gaat er iets mis, dan zet je het verkeer net zo snel terug naar blauw, wat een vrijwel directe rollback geeft. In Google Cloud kun je dit opzetten met een loadbalancer voor meerdere instance-groepen, of met Cloud Run dat verkeer tussen revisies kan verdelen. Het kost meer resources omdat je tijdelijk twee omgevingen draait, maar levert veilige en omkeerbare uitrol op.
Bounce
Een bounce is een automatisch retourbericht van een mailserver dat aangeeft dat een e-mail niet bezorgd kon worden. De melding bevat doorgaans een reden, zoals een onbekend of verkeerd gespeld adres, een vol postvak, of een server die het bericht weigert. Men onderscheidt een hard bounce, een blijvende fout zoals een niet-bestaand adres, van een soft bounce, een tijdelijke fout zoals een tijdelijk overbelaste server. Bounces zijn belangrijk om je verzendlijsten schoon te houden, want blijven verzenden naar adressen die hard bouncen schaadt je reputatie als afzender. In Gmail en Google Workspace zie je de oorzaak vaak terug in een retourbericht van mailer-daemon met een SMTP-foutcode die helpt het probleem te achterhalen.
Browser Policy
Een browserbeleid is een set beheerinstellingen waarmee een organisatie centraal bepaalt hoe Chrome of een andere browser zich gedraagt op apparaten van medewerkers. Denk aan het afdwingen van veilige instellingen, het beheren van toegestane extensies, het vastzetten van de startpagina, het blokkeren van bepaalde sites of het verplichten van updates. In een Google Workspace- of Chrome Enterprise-omgeving worden deze policies uitgerold via de Admin-console en gekoppeld aan organisatie-eenheden, zodat verschillende afdelingen passende regels krijgen. Browserbeleid is een belangrijk onderdeel van zowel beveiliging als naleving, omdat de browser vaak de voornaamste toegangspoort tot bedrijfsdata is.
Brute force
Een brute-force-aanval probeert systematisch alle mogelijke wachtwoorden, sleutels of codes uit totdat de juiste gevonden is. De methode vereist geen kennis van een kwetsbaarheid, maar puur rekenkracht en tijd, en wordt vaak versneld met woordenlijsten of veelvoorkomende combinaties. Hoe langer en willekeuriger een wachtwoord of sleutel, hoe meer pogingen nodig zijn en hoe onhaalbaarder de aanval wordt. Verdediging bestaat onder meer uit sterke, lange wachtwoorden, het beperken van inlogpogingen, accountvergrendeling en vooral tweestapsverificatie. In Google Workspace helpen functies als verplichte 2-staps-verificatie en passkeys om brute-force-pogingen op accounts vrijwel kansloos te maken.

C

Calendar Resource
Een agendaresource is een gedeelde voorziening, zoals een vergaderruimte, een projector, een dienstauto of een ander apparaat, die in Google Agenda kan worden geboekt. Beheerders maken deze resources aan in de Admin-console, vaak gegroepeerd per gebouw, verdieping en categorie, zodat ze in de gebouwenhiërarchie terug te vinden zijn. Bij het plannen van een afspraak voegen medewerkers de gewenste ruimte of het apparaat toe als deelnemer, waarna Agenda bijhoudt of die op dat tijdstip vrij is en dubbele boekingen helpt voorkomen. Goed ingerichte resources met capaciteit en voorzieningen maken het zoeken naar een passende ruimte een stuk eenvoudiger.
Canary release
Een canary release is een geleidelijke uitrolmethode waarbij een nieuwe versie eerst aan een klein deel van de gebruikers wordt getoond, bijvoorbeeld vijf procent, voordat iedereen hem krijgt. De naam verwijst naar de kanarie in de mijn: door eerst een kleine groep bloot te stellen, ontdek je fouten, prestatieproblemen of toegenomen foutmeldingen voordat ze de hele gebruikersbasis raken. Loopt de kleine groep goed, dan verhoog je het percentage stapsgewijs tot honderd procent; treden er problemen op, dan rol je terug met minimale impact. In Google Cloud ondersteunt Cloud Run dit direct doordat je een percentage verkeer aan een nieuwe revisie kunt toewijzen, en ook GKE en de loadbalancers maken canary-uitrol mogelijk. Het is een veiliger alternatief voor een release in een keer naar iedereen.
CAPTCHA
CAPTCHA staat voor Completely Automated Public Turing test to tell Computers and Humans Apart en is een controlemechanisme dat moet vaststellen of een echte persoon achter een actie zit in plaats van een geautomatiseerd script. Het wordt ingezet bij inlogpagina's, registratieformulieren en contactformulieren om spam, misbruik en geautomatiseerde aanvallen tegen te gaan. Klassieke varianten tonen vervormde tekst of plaatjespuzzels, terwijl modernere oplossingen zoals Google reCAPTCHA grotendeels onzichtbaar werken door gedrag en signalen te analyseren, zodat de gebruiker meestal niets hoeft te doen. CAPTCHA verhoogt de drempel voor bots, maar is geen volledige beveiliging op zichzelf.
Catch-All
Een catch-all is een mailbox of regel die alle e-mail opvangt die gericht is aan adressen binnen een domein die verder niet bestaan, bijvoorbeeld een tikfout of een verzonnen naam. Zo gaat geen enkel bericht verloren met een 'gebruiker bestaat niet'-foutmelding. In Google Workspace stel je dit in via de routing-instellingen in de Admin-console. Het is wel een tweesnijdend zwaard: een catch-all vangt ook veel spam op en verraadt aan spammers dat elk willekeurig adres geldig lijkt, wat de hoeveelheid ongewenste mail kan vergroten. Veel beheerders gebruiken daarom liever expliciete aliassen of laten onbekende adressen netjes bouncen.
CDN
CDN staat voor Content Delivery Network, een wereldwijd netwerk van servers dat inhoud zoals afbeeldingen, video's, scripts en hele webpagina's dicht bij de bezoeker bewaart en levert. In plaats van elk verzoek helemaal naar de oorspronkelijke server te sturen, bedient een nabijgelegen edge-server de bezoeker, waardoor de pagina sneller laadt en de afstand die data moet afleggen kleiner wordt. Dat verlaagt de latentie, ontlast de hoofdserver en vangt verkeerspieken op. Een CDN draagt ook bij aan beschikbaarheid en helpt tegen bepaalde aanvallen door verkeer te spreiden. Google Cloud biedt hiervoor Cloud CDN, dat gebruikmaakt van het wereldwijde randnetwerk van Google om statische en cachebare inhoud snel uit te leveren aan gebruikers wereldwijd.
Chain-of-thought
Chain-of-thought is een aanpak waarbij je een taalmodel vraagt zijn redenering stap voor stap uit te schrijven voordat het tot een eindantwoord komt. Door het tussenstappen te laten verwoorden, presteert het model doorgaans beter op complexe taken zoals rekenwerk, logica en meerstaps redeneringen, omdat het probleem in behapbare delen wordt opgelost in plaats van in een keer. Je activeert dit vaak met een simpele instructie als denk stap voor stap, of met voorbeelden die de redenering tonen. Bij gebruikersgerichte toepassingen kies je soms ervoor de tussenstappen wel intern te laten genereren maar niet te tonen. Moderne modellen, waaronder Gemini in Google Cloud, profiteren van deze techniek voor nauwkeurigere uitkomsten.
Checksum
Een checksum is een korte controlewaarde die met een vast algoritme uit de inhoud van een bestand of bericht wordt berekend. Door de checksum bij de bron te vergelijken met de checksum na overdracht of opslag kun je vaststellen of de data onderweg niet beschadigd of gewijzigd is: zodra ook maar een bit verandert, valt de uitkomst anders uit. Eenvoudige varianten zoals CRC zijn vooral bedoeld om toevallige fouten op te sporen, terwijl cryptografische hashes zoals SHA-256 ook bewuste manipulatie veel moeilijker maken. In de context van Google Cloud worden checksums automatisch gebruikt bij het opslaan en downloaden van objecten in Cloud Storage, zodat je kunt verifieren dat een upload of download volledig en ongeschonden is aangekomen.
Chrome Enterprise
Chrome Enterprise is de zakelijke beheeromgeving waarmee organisaties Chrome-browsers en ChromeOS-apparaten centraal kunnen uitrollen, beveiligen en beheren. Via de Google Admin-console stellen beheerders beleid in voor honderden instellingen, beheren ze extensies, dwingen ze updates en beveiligingsmaatregelen af en koppelen ze regels aan organisatie-eenheden. Het omvat zowel cloudbeheer van de Chrome-browser op Windows, Mac en Linux als het beheer van Chromebooks en kiosken. Chrome Enterprise is gericht op veilige, beheerbare toegang tot webapplicaties en bedrijfsdata, en sluit nauw aan op Google Workspace en op zerotrust-benaderingen zoals BeyondCorp.
Chrome Policy
Chrome Policy verwijst naar de instellingen waarmee beheerders beheerde Chrome-browsers en ChromeOS-apparaten centraal configureren, doorgaans vanuit de Admin Console van Google Workspace. Hiermee leg je vast hoe Chrome zich gedraagt voor gebruikers: denk aan toegestane of geblokkeerde extensies, de startpagina, updates, beveiligingsfuncties zoals Safe Browsing, en welke websites bereikbaar zijn. Beleid kan per gebruiker of per apparaat gelden en worden verfijnd per organisatie-eenheid, zodat verschillende groepen verschillende regels krijgen. Zo houdt een organisatie grip op de browser als werkomgeving en kan zij beveiliging en compliance afdwingen zonder elke machine handmatig in te stellen.
CI/CD
CI/CD staat voor Continuous Integration en Continuous Delivery (of Deployment), een werkwijze waarbij het testen en uitrollen van software-wijzigingen grotendeels geautomatiseerd is. Bij Continuous Integration voegen ontwikkelaars hun code regelmatig samen in een gedeelde codebasis, waarna geautomatiseerde tests direct controleren of alles nog werkt en fouten vroeg aan het licht komen. Continuous Delivery zet vervolgens elke geslaagde wijziging automatisch klaar om uitgerold te worden, en bij Continuous Deployment gaat die zelfs zonder handmatige tussenstap naar productie. Zo brengen teams sneller, vaker en met minder risico nieuwe functies en herstellingen uit. In Google Cloud ondersteunen diensten zoals Cloud Build en Cloud Deploy het opzetten van zulke geautomatiseerde pijplijnen.
CI/CD-pipeline
Een CI/CD-pipeline is een geautomatiseerde keten van stappen die softwarewijzigingen test, bouwt en uitrolt, zodat aanpassingen snel en betrouwbaar in productie komen. De CI-kant, continuous integration, draait bij elke codewijziging automatisch tests en bouwt een artefact zoals een container-image, zodat fouten vroeg aan het licht komen. De CD-kant, continuous delivery of deployment, neemt dat artefact en brengt het gecontroleerd naar test- en productieomgevingen. Door deze stappen te automatiseren verklein je het risico op menselijke fouten en verkort je de doorlooptijd van idee naar livegang. Vanuit beveiligingsoogpunt worden vaak ook kwetsbaarhedenscans en goedkeuringsstappen in de pipeline opgenomen. In Google Cloud vervult Cloud Build hierbij een centrale rol.
CIDR
CIDR staat voor Classless Inter-Domain Routing en is de moderne manier om reeksen IP-adressen compact te noteren. Een notatie als 192.168.1.0/24 bestaat uit een netwerkadres gevolgd door een prefixlengte; de /24 geeft aan dat de eerste 24 bits het netwerk bepalen en de overige 8 bits beschikbaar zijn voor hosts, in dit geval 256 adressen. CIDR verving het oude starre systeem van klasse A-, B- en C-netwerken en maakt veel flexibeler gebruik van adresruimte mogelijk. Je komt de notatie tegen bij het opzetten van subnetten, firewallregels en VPN's. In Google Cloud geef je bij het aanmaken van een VPC-subnet of een firewallregel het IP-bereik vrijwel altijd op in CIDR-notatie.
Client-side encryption (CSE)
Client-side encryption, afgekort CSE, is een vorm van versleuteling in Google Workspace waarbij gegevens al op het apparaat van de gebruiker worden gecodeerd voordat ze naar Google worden gestuurd. Het kenmerkende verschil met standaardversleuteling is dat Google de versleutelingssleutels niet beheert; die liggen bij een externe sleutelbeheerdienst die de organisatie zelf kiest en controleert. Daardoor ziet Google alleen onleesbare gegevens en houdt de organisatie de regie over wie kan ontsleutelen. CSE is beschikbaar voor diensten zoals Drive, Docs, Gmail, Agenda en Meet en is vooral bedoeld voor organisaties met strenge eisen rond vertrouwelijkheid, compliance of databeheer. Het vergt wel extra configuratie en een gekoppelde sleutelprovider.
Cloud Armor
Cloud Armor is de beveiligingsdienst van Google Cloud die je webapplicaties en API's beschermt tegen DDoS-aanvallen en kwaadaardig verkeer. De dienst werkt aan de rand van het netwerk van Google, vaak gekoppeld aan een externe load balancer, en filtert ongewenste verzoeken weg voordat ze je servers bereiken. Met beveiligingsbeleid stel je regels in op basis van bijvoorbeeld IP-adres, geografische herkomst of patronen die op aanvallen wijzen, en de ingebouwde WAF-regels helpen tegen veelvoorkomende kwetsbaarheden zoals SQL-injectie en cross-site scripting. Zo houd je legitiem verkeer beschikbaar terwijl je aanvallen afslaat voordat ze schade of extra kosten veroorzaken.
Cloud CDN
Cloud CDN is het content delivery network van Google Cloud dat je inhoud opslaat en uitlevert vanaf servers wereldwijd, dicht bij je bezoekers. In plaats van elke aanvraag helemaal naar je oorspronkelijke server te sturen, bewaart Cloud CDN kopieen van statische bestanden zoals afbeeldingen, video's, scripts en stylesheets in caches op honderden locaties (edge-locaties). Daardoor laden pagina's sneller, daalt de belasting op je backend en betaal je minder uitgaand dataverkeer vanaf je server. Cloud CDN werkt samen met de externe load balancing van Google Cloud en gebruikt hetzelfde wereldwijde netwerk, waardoor je met een paar instellingen flink betere laadtijden voor een mondiaal publiek realiseert.
Cloud DNS
Cloud DNS is de beheerde Domain Name System-dienst van Google Cloud waarmee je DNS-zones en records publiceert op hetzelfde wereldwijde netwerk van naamservers dat Google zelf gebruikt. Het vertaalt domeinnamen naar IP-adressen en ondersteunt zowel publieke zones (zichtbaar op het internet) als private zones die alleen binnen je Virtual Private Cloud resolven. Omdat de dienst is opgebouwd uit anycast-naamservers verspreid over de hele wereld, krijgen bezoekers antwoord vanaf een locatie dicht bij hen, wat de DNS-resolutie snel en betrouwbaar houdt. Cloud DNS is volledig programmeerbaar via de API, gcloud en Terraform, en wordt afgerekend per beheerde zone en per miljoen queries, zodat je infrastructuur als code kunt beheren.
Cloud Functions
Cloud Functions is de serverloze dienst van Google Cloud waarmee je kleine, op zichzelf staande stukjes code uitvoert als reactie op een gebeurtenis of een HTTP-verzoek, zonder dat je een server hoeft te beheren. Denk aan code die afgaat wanneer een bestand in Cloud Storage wordt geüpload, een bericht in Pub/Sub binnenkomt of een endpoint wordt aangeroepen. De dienst schaalt automatisch op en neer met het aantal gebeurtenissen en je betaalt doorgaans alleen voor de tijd dat code daadwerkelijk draait. Het past goed in een event-driven architectuur waarin losse functies specifieke taken afhandelen, zoals het verwerken van uploads, het versturen van meldingen of het koppelen van diensten. De nieuwere generatie wordt door Google onder de naam Cloud Run functions aangeboden.
Cloud Identity
Cloud Identity is Google's los afneembare dienst voor identiteits-, toegangs- en apparaatbeheer (IAM en endpointbeheer) zonder dat je de productiviteits-apps van Workspace hoeft af te nemen. Beheerders maken er gebruikersaccounts en groepen mee aan, dwingen tweestapsverificatie en wachtwoordbeleid af, en beheren via de Admin-console welke apparaten toegang krijgen tot bedrijfsgegevens. De dienst dient als centrale identiteitsbron die single sign-on (SSO) levert naar duizenden cloudapplicaties van derden en die kan koppelen met externe providers via SAML of OIDC. In de praktijk vormt Cloud Identity de identiteitslaag onder Google Workspace en Google Cloud, en is er zowel een gratis als een Premium-variant met uitgebreidere apparaat- en beveiligingsfuncties.
Cloud Run
Cloud Run is een volledig beheerd platform van Google Cloud waarop je containers draait die automatisch meeschalen met het verkeer, tot en met schalen naar nul wanneer er geen verzoeken zijn. Je levert een containerimage of broncode aan en hoeft geen servers, clusters of besturingssystemen te beheren; Google zorgt voor de onderliggende infrastructuur en beveiliging. Je betaalt in de regel alleen voor de daadwerkelijke uitvoeringstijd, wat het aantrekkelijk maakt voor webapplicaties, API's en achtergrondtaken met wisselende belasting. Omdat het standaard containers draait, kun je vrijwel elke taal of framework gebruiken. Het schalen naar nul bespaart kosten bij weinig verkeer, maar kan bij een nieuwe piek een korte koude start geven terwijl een instantie wordt opgestart.
Cloud SQL
Cloud SQL is de volledig beheerde relationele databasedienst van Google Cloud voor MySQL, PostgreSQL en SQL Server. Google neemt het operationele beheer uit handen, zoals het installeren en bijwerken van de database, het maken van back-ups, het toepassen van patches en het bieden van hoge beschikbaarheid via replicatie naar een tweede zone. Daardoor kun je een vertrouwde SQL-database gebruiken zonder zelf servers te onderhouden, terwijl je applicatie via standaard databaseconnecties verbinding maakt. Voor beveiliging zijn er functies zoals versleuteling, privénetwerktoegang en fijnmazige toegangsrechten. Cloud SQL is geschikt voor klassieke transactionele toepassingen en webapplicaties; voor heel grote of wereldwijd verspreide workloads biedt Google daarnaast zwaardere opties.
Cloud Storage bucket
Een Cloud Storage bucket is een opslagcontainer in Google Cloud waarin je bestanden en objecten bewaart, van een enkel klein bestand tot petabytes aan data. Een bucket heeft een wereldwijd unieke naam en je kiest bij het aanmaken een locatie en een opslagklasse, zodat je veelgebruikte data en zelden geraadpleegde of archiefdata tegen passende kosten kunt opslaan. Objecten worden via een sleutel benaderd en kunnen versiebeheer, levenscyclusregels en fijnmazige toegangsrechten via IAM krijgen. Buckets worden veel gebruikt voor back-ups, media, datasets, logbestanden en als opslag achter web- en applicatieomgevingen. De data is duurzaam opgeslagen en, afhankelijk van de gekozen locatie, gespreid over meerdere zones of regio's voor betere beschikbaarheid.
Cold start
Een cold start is de extra vertraging die optreedt wanneer een schaalbare dienst vanuit nul moet opstarten voordat hij het eerste verzoek kan verwerken. Bij serverless en sterk schalende platforms worden instances afgeschaald wanneer er geen verkeer is; komt er daarna een nieuw verzoek binnen, dan moet er eerst een omgeving worden aangemaakt, de container of runtime worden geladen en de applicatiecode worden geïnitialiseerd. Die opstarttijd merkt de gebruiker als een eenmalige vertraging op het eerste verzoek; volgende verzoeken naar een al draaiende, warme instance zijn weer snel. In Google Cloud speelt dit bij Cloud Run en Cloud Functions, waar je cold starts kunt beperken door minimuminstances warm te houden, de container klein te houden en zwaar initialisatiewerk te vermijden.
Compliance Rule
Een compliance-regel is een door de beheerder ingestelde voorwaarde die automatisch bepaalt hoe er met gegevens of communicatie wordt omgegaan om te voldoen aan wettelijke, contractuele of interne eisen. In Google Workspace stel je dit soort regels in via de Admin-console, bijvoorbeeld om uitgaande e-mail die gevoelige inhoud bevat te blokkeren, in quarantaine te zetten of te versleutelen, of om berichten en bestanden volgens een bewaartermijn te archiveren. De regel bestaat doorgaans uit een trigger of voorwaarde (zoals een trefwoord, een patroon of een ontvangerdomein) en een actie die dan wordt uitgevoerd. Zo helpen compliance-regels organisaties om consistent te voldoen aan kaders als de AVG, HIPAA of sectorspecifieke afspraken, zonder dat medewerkers er handmatig op hoeven te letten.
Compute Engine
Compute Engine is de Infrastructure-as-a-Service-dienst van Google Cloud waarmee je virtuele machines draait op de wereldwijde infrastructuur van Google. Je kiest zelf het machinetype, de hoeveelheid CPU en geheugen, de schijven en het besturingssysteem, en je behoudt volledige controle over het OS en de software die erop draait. Het is daarmee de meest flexibele rekenoptie van Google Cloud, geschikt voor zowel standaard servers als zware of gespecialiseerde workloads, eventueel met GPU's. Met functies zoals beheerde instantiegroepen en automatische schaalvergroting kun je capaciteit laten meegroeien met de vraag, en met opties zoals voordelige spot-VM's kun je kosten drukken. Compute Engine vormt vaak de basis voor migraties van bestaande servers naar de cloud.
Confidential Mode
Confidential Mode (vertrouwelijke modus) is een functie in Gmail waarmee je gevoelige berichten met extra beperkingen verstuurt. De afzender stelt een vervaldatum in waarna de inhoud niet meer leesbaar is, en kan optioneel een toegangscode per sms vereisen voordat de ontvanger het bericht opent. Daarnaast worden de opties om de inhoud door te sturen, te kopiëren, te printen of te downloaden uitgeschakeld. Het bericht zelf blijft op de servers van Google staan; de ontvanger ziet een link of een ingesloten weergave in plaats van de ruwe e-mail. Confidential Mode beperkt onbedoeld delen, maar is geen volwaardige end-to-end-versleuteling: een vastberaden ontvanger kan nog altijd een schermafbeelding maken. In Google Workspace kunnen beheerders het gebruik ervan organisatiebreed afdwingen of juist blokkeren.
Contact Sharing
Contact Sharing, of contactdeling, is de Google Workspace-instelling die bepaalt of de adresgegevens van medewerkers binnen de organisatie onderling zichtbaar zijn in de gedeelde adreslijst. Staat het aan, dan kunnen gebruikers elkaar makkelijk vinden in Gmail, Agenda en Contacten via de bedrijfsbrede directory, wat samenwerken en mailen vergemakkelijkt. Beheerders stellen dit in vanuit de Admin Console en kunnen kiezen welke profielvelden worden gedeeld en of externe domeinprofielen meetellen. Bij organisaties die privacy zwaarder wegen of meerdere klanten in een omgeving hebben, kan contactdeling juist worden beperkt. Het gaat hier om de organisatiebrede directory, niet om persoonlijke contactenlijsten die gebruikers zelf delen.
Container
Een container is een lichtgewicht, geïsoleerde verpakking van een applicatie samen met alles wat zij nodig heeft om te draaien: code, runtime, bibliotheken en instellingen. Doordat die afhankelijkheden zijn meegenomen, draait de applicatie overal hetzelfde, of dat nu op een laptop, een testserver of in de cloud is, wat het beruchte het werkt wel op mijn machine grotendeels oplost. Anders dan een virtuele machine deelt een container de kern van het besturingssysteem en is daardoor sneller en zuiniger. Containers vormen de basis van moderne software; in Google Cloud draai je ze bijvoorbeeld op Cloud Run of beheer je ze op grotere schaal met Kubernetes via GKE.
Container registry
Een container registry is een opslagplaats waar container-images worden bewaard, geversioneerd en gedeeld, zodat servers en uitrolprocessen ze kunnen ophalen om toepassingen te draaien. Het werkt vergelijkbaar met een softwarebibliotheek: na het bouwen push je een image naar de registry, en bij een uitrol pullt de doelomgeving precies de gewenste versie via een tag. Registries kunnen openbaar zijn, zoals Docker Hub, of privaat en afgeschermd voor een organisatie. Vanuit beveiligingsoogpunt is een private registry met toegangscontrole en het scannen van images op bekende kwetsbaarheden belangrijk. Binnen Google Cloud vervult Artifact Registry deze rol en integreert het direct met diensten zoals Cloud Run en Google Kubernetes Engine.
Context caching
Context caching is een techniek waarbij een groot taalmodel een vaste, vaak hergebruikte invoer tussen verzoeken bewaart, zodat die context niet bij elke aanroep opnieuw volledig hoeft te worden verwerkt. Denk aan een lang document, een uitgebreide systeeminstructie of een kennisbestand dat je telkens meestuurt: in plaats van die tokens steeds opnieuw te laten verwerken, wordt de voorbewerkte representatie gecachet en hergebruikt. Dat verlaagt zowel de kosten als de latentie van vervolgvragen, omdat alleen de nieuwe input nog verwerkt hoeft te worden. In Google Cloud biedt de Gemini-API context caching aan, wat vooral nuttig is bij chatbots, documentanalyse en agents die herhaaldelijk dezelfde achtergrondinformatie nodig hebben.
Context Window
Het context window is de maximale hoeveelheid tekst, gemeten in tokens, die een taalmodel in een keer kan verwerken. Het omvat zowel de invoer, dus je prompt plus eventueel meegegeven documenten en gespreksgeschiedenis, als het antwoord dat het model genereert. Past de informatie niet binnen dat venster, dan valt het oudste of overtollige deel weg en kan het model de context kwijtraken. De grootte verschilt sterk per model: moderne modellen zoals Gemini bieden zeer ruime context windows die honderdduizenden tot meer dan een miljoen tokens kunnen bevatten, waardoor je hele rapporten of codebases in een keer kunt aanbieden. Het context window is daarmee een praktische grens: hoe groter het venster, hoe meer achtergrond het model meeneemt, maar grote invoer kost ook meer rekenkracht en tijd.
Context-Aware Access
Context-Aware Access is een toegangsmodel binnen Google Cloud en Google Workspace dat per aanvraag beoordeelt of een gebruiker toegang krijgt, op basis van de context waarin die aanvraag plaatsvindt en niet alleen op basis van een geldig wachtwoord. Naast de identiteit van de gebruiker weegt het signalen mee zoals het IP-adres of de geografische locatie, de beveiligingsstatus en het type van het apparaat, en de ingeschatte risicoscore. Beheerders stellen toegangsniveaus en regels in waarmee ze bijvoorbeeld kunnen eisen dat gevoelige apps alleen vanaf een beheerd, versleuteld bedrijfsapparaat binnen een bepaald land bereikbaar zijn. Dit principe is een kernonderdeel van een zerotrust-aanpak, waarbij vertrouwen continu en contextueel wordt vastgesteld in plaats van eenmalig bij het inloggen.
Cron-expressie
Een cron-expressie is een korte, gestructureerde notatie die aangeeft op welke tijdstippen een taak automatisch moet draaien. De expressie bestaat doorgaans uit velden voor minuut, uur, dag van de maand, maand en dag van de week, waarbij een sterretje staat voor elke mogelijke waarde. Zo betekent 0 0 * * * elke dag om middernacht en 0 9 * * 1 elke maandag om negen uur. Cron-expressies vormen al decennia de standaard om herhalende taken te plannen op Unix-achtige systemen en in talloze schedulers. In Google Cloud gebruik je deze notatie onder meer in Cloud Scheduler en in App Engine cron-jobs om bijvoorbeeld back-ups, rapportages of opschoonacties op vaste momenten te laten verlopen.
CSRF
CSRF staat voor Cross-Site Request Forgery. Het is een aanval waarbij een kwaadwillende site of e-mail de browser van een ingelogde gebruiker misbruikt om ongewild een actie uit te voeren op een andere site waar die gebruiker al een geldige sessie heeft. Omdat de browser automatisch cookies meestuurt, lijkt het verzoek voor de doelsite legitiem. Denk aan het ongemerkt wijzigen van een wachtwoord, het versturen van een betaling of het aanpassen van instellingen. De gangbare verdediging bestaat uit anti-CSRF-tokens die per sessie of per formulier uniek zijn, het controleren van de Origin- of Referer-header, en het instellen van de SameSite-eigenschap op cookies zodat ze niet vanaf vreemde sites worden meegestuurd.
CSV
CSV staat voor Comma-Separated Values en is een eenvoudig, platte-tekst bestandsformaat waarin tabelgegevens worden opgeslagen: elke regel is een rij en de velden binnen die rij worden gescheiden door een scheidingsteken, meestal een komma of puntkomma. Omdat het formaat geen opmaak, formules of meerdere tabbladen kent, is het licht en universeel leesbaar door vrijwel elk programma. In de context van Google Workspace en Google Cloud wordt CSV veel gebruikt om gegevens te im- en exporteren, bijvoorbeeld om in bulk gebruikers aan te maken in de Admin-console, contactenlijsten over te zetten, of data uit te wisselen tussen Google Sheets, BigQuery en andere systemen. Let bij gebruik op de juiste tekencodering (bij voorkeur UTF-8) zodat speciale tekens en diacritics behouden blijven.
Custom Role
Een aangepaste rol (custom role) is een door de beheerder zelf samengestelde set rechten, waarmee je nauwkeurig bepaalt welke beheertaken iemand wel en niet mag uitvoeren. In plaats van een gebruiker een brede, vooraf gedefinieerde rol te geven, kies je precies de bevoegdheden die bij een functie passen, zodat je het principe van minimale rechten toepast. In de Google Workspace Admin-console maak je zo bijvoorbeeld een helpdeskrol die alleen wachtwoorden mag resetten, en in Google Cloud IAM stel je rollen samen uit individuele permissies om toegang tot specifieke resources af te bakenen. Aangepaste rollen verkleinen het aanvalsoppervlak en maken verantwoordelijkheden inzichtelijker, omdat elke beheerder alleen de toegang heeft die strikt nodig is voor zijn werk.
CVE
CVE staat voor Common Vulnerabilities and Exposures. Het is een wereldwijd gebruikt systeem dat aan elk publiek bekend beveiligingslek een uniek identificatienummer toekent, in de vorm CVE-jaartal-volgnummer. Dankzij dit nummer kunnen leveranciers, onderzoekers, beheerders en beveiligingstools eenduidig naar precies hetzelfde lek verwijzen, zonder verwarring over namen of beschrijvingen. Een CVE-vermelding beschrijft kort de kwetsbaarheid en de getroffen producten, maar geeft geen ernstscore; daarvoor wordt vaak het CVSS gebruikt. Het programma wordt gecoördineerd door MITRE met ondersteuning van talloze organisaties die als toewijzende partij mogen optreden. In de praktijk is het CVE-nummer de gemeenschappelijke taal van kwetsbaarheidsbeheer, patchadviezen en security-bulletins.
CVE-patch
Een CVE-patch is een software-update die specifiek een bekend, openbaar geregistreerd beveiligingslek dicht. CVE staat voor Common Vulnerabilities and Exposures, een internationaal systeem dat elke gepubliceerde kwetsbaarheid een uniek identificatienummer geeft, zodat leveranciers, beheerders en onderzoekers eenduidig naar hetzelfde probleem kunnen verwijzen. Zodra een CVE bekend is, neemt het risico op misbruik snel toe, omdat aanvallers de details kennen. Het tijdig installeren van de bijbehorende patch is daarom cruciaal en vormt de kern van patchmanagement. In cloudomgevingen worden beheerde diensten vaak automatisch door de provider bijgewerkt, terwijl zelfbeheerde systemen actieve opvolging vereisen.
CVSS
CVSS staat voor Common Vulnerability Scoring System. Het is een open standaard die de ernst van een beveiligingslek uitdrukt in een cijfer van 0,0 tot 10,0, waarbij hoger ernstiger betekent. De score wordt berekend uit eigenschappen zoals de aanvalsvector, de complexiteit, de benodigde rechten en de impact op vertrouwelijkheid, integriteit en beschikbaarheid. Naast de basisscore zijn er tijdelijke en omgevingsgebonden aanpassingen die rekening houden met beschikbare exploits en de eigen context. Globaal vallen scores in categorieen van laag tot kritiek. Organisaties gebruiken CVSS om kwetsbaarheden te prioriteren en te bepalen hoe snel patchen nodig is. Het cijfer is een hulpmiddel, geen absolute waarheid: de werkelijke urgentie hangt ook af van blootstelling en bedrijfscontext.

D

Data Export
Gegevensexport is het proces waarbij data uit Google Workspace of Google Cloud wordt uitgevoerd naar een downloadbaar bestand of een externe opslaglocatie, bijvoorbeeld voor migratie, back-up, archivering of analyse. Workspace-beheerders kunnen via de Admin-console een organisatiebrede export starten die de inhoud van diensten als Gmail, Drive, Agenda en Contacten verzamelt en klaarzet om op te halen. Daarnaast kunnen individuele gebruikers met Google Takeout hun eigen gegevens downloaden. Een export ondersteunt onder meer dataportabiliteit en helpt te voldoen aan het recht op gegevensoverdracht onder de AVG. Omdat een export gevoelige informatie kan bevatten, is het belangrijk de gedownloade bestanden veilig op te slaan, te versleutelen waar nodig en de toegang ertoe te beperken.
Data Loss Prevention
Data Loss Prevention, afgekort DLP, is een verzameling beleidsregels en technieken die voorkomt dat gevoelige gegevens ongewenst worden gedeeld, gelekt of naar buiten komen. Het systeem scant inhoud op herkenbare patronen zoals creditcardnummers, BSN's, paspoortgegevens of vertrouwelijke trefwoorden, en voert vervolgens een ingestelde actie uit: waarschuwen, blokkeren, in quarantaine zetten of de melding loggen. In Google Workspace kunnen beheerders DLP-regels toepassen op Gmail, Drive, Chat en Chrome, en in Google Cloud bestaat een aparte dienst voor het ontdekken en maskeren van gevoelige data. DLP is een belangrijk hulpmiddel om te voldoen aan regelgeving zoals de AVG en HIPAA en om de kans op datalekken te verkleinen zonder dat medewerkers er bewust op hoeven te letten.
Data Region
Een Data Region, of dataregio, is een Google Workspace-functie waarmee een beheerder vastlegt in welke geografische regio de gedekte gegevens van de organisatie worden opgeslagen, meestal met de keuze tussen de Verenigde Staten, Europa of geen voorkeur. Het is vooral bedoeld voor organisaties met eisen rond gegevenslocatie en compliance, zoals databescherming binnen de EU. Het beleid kan voor de hele organisatie gelden of per organisatie-eenheid worden ingesteld. Belangrijk om te weten: het dekt specifieke gegevenssoorten en is afhankelijk van de Workspace-editie, dus gebruikers zonder ondersteunde licentie vallen er niet onder. Een regio kiezen verbetert de prestaties niet; gebruikers buiten de gekozen regio kunnen juist iets meer vertraging ervaren.
DDoS
DDoS staat voor Distributed Denial of Service: een aanval die een website, applicatie of netwerk onbereikbaar maakt door deze vanuit veel verschillende bronnen tegelijk te overspoelen met verkeer of verzoeken. Omdat het verkeer afkomstig is van talloze gecompromitteerde apparaten in een botnet, is het lastig te onderscheiden van legitieme bezoekers en niet simpelweg te blokkeren door één IP-adres te weren. De aanval put de capaciteit van servers, bandbreedte of verbindingen uit, zodat echte gebruikers geen toegang meer krijgen. Verdediging berust op het absorberen en filteren van verkeer op grote schaal, vaak via een wereldwijd verspreid netwerk. In Google Cloud helpt Cloud Armor samen met de mondiale load balancing om dergelijke aanvallen op te vangen voordat ze de achterliggende diensten bereiken.
Delegation
Delegatie is het verlenen van toegang tot de mailbox of agenda van een andere gebruiker, zodat een aangewezen persoon namens de eigenaar berichten kan lezen, beantwoorden en versturen of afspraken kan beheren. Dit is handig wanneer bijvoorbeeld een directiesecretaresse de inbox en planning van een leidinggevende beheert, of wanneer een gedeelde functiemailbox door meerdere collega's wordt bediend. In Gmail en Google Agenda stelt de gebruiker zelf of de beheerder dit in, met verschillende rechtenniveaus, zoals alleen lezen of volledig beheren. Bij delegatie blijft de eigenaar zichtbaar als afzender, terwijl duidelijk is dat een gemachtigde namens hem handelt. Het is verstandig delegaties periodiek te controleren en in te trekken zodra de toegang niet meer nodig is, om ongewenste inzage te voorkomen.
Device Policy
Apparaatbeleid is het geheel van regels dat een beheerder oplegt aan de mobiele apparaten, laptops en andere endpoints die toegang hebben tot bedrijfsgegevens. Via dit beleid kun je eisen afdwingen zoals een schermvergrendeling met pincode of biometrie, een minimaal besturingssysteem, versleuteling van de opslag, en de mogelijkheid om een verloren of gestolen toestel op afstand te wissen. In Google Workspace beheer je dit met endpointbeheer in de Admin-console, waar je onderscheid kunt maken tussen basaal en geavanceerd beheer en beleid kunt richten op specifieke organisatie-eenheden. Goed apparaatbeleid is essentieel om bedrijfsdata te beschermen wanneer medewerkers vanaf uiteenlopende, soms persoonlijke apparaten werken, en draagt bij aan een zerotrust-beveiligingsmodel.
DHCP
DHCP (Dynamic Host Configuration Protocol) is het protocol dat apparaten in een netwerk automatisch de juiste instellingen geeft. Zodra een laptop, telefoon of printer verbinding maakt, vraagt deze bij de DHCP-server om een IP-adres, en die wijst er een toe uit een vrije reeks, samen met aanvullende gegevens zoals het adres van de gateway en de DNS-servers. Het toegewezen adres geldt voor een bepaalde periode, de zogenoemde lease, en wordt daarna vernieuwd of vrijgegeven. Zonder DHCP zou een beheerder elk apparaat handmatig moeten instellen; daarom is het een vaste basisdienst in vrijwel elk thuis- en bedrijfsnetwerk.
Directory
De Directory is de centrale gebruikers- en groepenlijst van een organisatie in Google Workspace: het adresboek waarin alle medewerkers, hun e-mailadressen en relevante profielgegevens, en gedeelde groepen zijn vastgelegd. Dankzij de directory kunnen mensen elkaar vinden en automatisch aanvullen in Gmail, Agenda en Contacten, en vormt zij de basis waaraan beheerders licenties, beleid en toegangsrechten koppelen. Beheerders onderhouden de directory vanuit de Admin Console en bepalen via instellingen zoals contactdeling welke gegevens zichtbaar zijn. Vaak wordt de directory gesynchroniseerd met een externe identiteitsbron, zoals via Google Cloud Directory Sync vanuit een bestaande LDAP- of Active Directory-omgeving.
Directory Sync
Directory-synchronisatie is het automatisch gelijkhouden van gebruikersaccounts, groepen en organisatiestructuur tussen een bestaande adresdienst, zoals Microsoft Active Directory of een LDAP-server, en Google Workspace. Hierdoor hoef je accounts niet dubbel handmatig te beheren: wanneer iemand in de bronomgeving wordt aangemaakt, gewijzigd of uitgeschakeld, neemt Google die verandering over. Google biedt hiervoor onder meer Google Cloud Directory Sync (GCDS), dat als eenrichtingssynchronisatie de Workspace-directory afstemt op de broninformatie zonder de bron zelf te wijzigen. Goede synchronisatie zorgt voor consistente identiteiten, vergemakkelijkt single sign-on en verkleint beveiligingsrisico's, doordat vertrokken medewerkers tijdig en automatisch hun toegang verliezen.
Discovery
Discovery, in de context van naleving en recht vaak aangeduid als eDiscovery, is het opsporen, veiligstellen en doorzoeken van elektronische gegevens voor juridische procedures, audits of intern onderzoek. Het doel is om relevante e-mails, documenten en chatberichten terug te vinden, te bewaren tegen wijziging of verwijdering, en in een bruikbare vorm te exporteren als bewijs. In Google Workspace levert Google Vault deze functionaliteit: beheerders en juristen kunnen bewaarregels en juridische blokkades instellen, gericht zoeken in Gmail, Drive, Chat en Meet, en de gevonden gegevens veiligstellen. Zo helpt eDiscovery organisaties te voldoen aan bewaarplichten en verzoeken om gegevensoverlegging, terwijl de integriteit van het materiaal gewaarborgd blijft.
Distillatie
Distillatie, voluit kennisdistillatie, is een techniek waarbij een groot en capabel AI-model (de leraar) wordt gebruikt om een kleiner model (de leerling) te trainen, zodat dat kleinere model veel van de kennis en het gedrag overneemt maar sneller en goedkoper draait. De leerling leert niet alleen van de juiste antwoorden, maar ook van de genuanceerde voorspellingen van de leraar, waardoor het meer overhoudt dan bij gewone training op losse voorbeelden. Het resultaat is een compacter model dat geschikt is voor inzet op apparaten met beperkte rekenkracht of voor toepassingen waar lage latentie en kosten belangrijk zijn. Veel lichte modellen, waaronder varianten in de Gemma-familie van Google, profiteren van dit soort technieken.
DKIM
DKIM (DomainKeys Identified Mail) is een e-mailauthenticatie-methode waarbij uitgaande berichten worden voorzien van een cryptografische handtekening. De verzendende server ondertekent relevante delen van de mail met een private sleutel; de bijbehorende publieke sleutel publiceer je in een DNS-record. Ontvangers kunnen met die publieke sleutel verifiëren dat het bericht echt van jouw domein komt en onderweg niet is gewijzigd. Zo helpt DKIM vervalsing en manipulatie van e-mail tegen te gaan. In Google Workspace genereer en activeer je DKIM in de Admin Console, waarna je de opgegeven sleutel als DNS-record toevoegt bij je domeinprovider. DKIM vormt samen met SPF en DMARC de basis voor betrouwbare e-mailbezorging en een goede afzenderreputatie.
DMARC
DMARC (Domain-based Message Authentication, Reporting and Conformance) is een e-mailbeleid dat je via een DNS-record publiceert en dat voortbouwt op SPF en DKIM. Het vertelt ontvangende mailservers wat ze moeten doen met berichten die de SPF- en/of DKIM-controle niet doorstaan: niets ondernemen (none), in quarantaine plaatsen (quarantine) of weigeren (reject). Daarnaast biedt DMARC rapportage, zodat je per e-mail terugkoppeling ontvangt over wie er mail namens jouw domein verstuurt en hoe authenticatie verloopt. Zo bescherm je je domein tegen spoofing en phishing en houd je zicht op misbruik. In Google Workspace stel je DMARC in nadat SPF en DKIM correct werken, en bouw je het beleid geleidelijk op van none naar reject zodra de rapporten bevestigen dat legitieme mail blijft doorkomen.
DMARC-policy
De DMARC-policy is de instructie in je DMARC-record die ontvangende mailservers vertelt wat ze moeten doen met berichten uit jouw domein die de controle op SPF en DKIM niet doorstaan. Er zijn drie waarden: none laat zulke mail gewoon door en wordt gebruikt om eerst rapportages te verzamelen, quarantine plaatst verdachte mail in de spammap, en reject weigert de mail volledig. De aanbevolen aanpak is gefaseerd: begin met none om inzicht te krijgen via de rapportages, controleer of legitieme afzenders goed staan ingesteld, en scherp dan aan naar quarantine en uiteindelijk reject. Pas bij quarantine of reject biedt DMARC echte bescherming tegen spoofing en phishing met jouw domein. In Google Workspace stel je dit record in via je DNS-beheer.
DNS
DNS staat voor Domain Name System en is het wereldwijde adresboek van het internet. Het zet leesbare domeinnamen zoals cloud-captains.com om naar de numerieke IP-adressen waarmee servers elkaar daadwerkelijk vinden, zodat mensen geen reeksen cijfers hoeven te onthouden. Binnen Google Workspace speelt DNS een centrale rol bij het instellen van je domein: via DNS-records koppel je je domein aan Google. Een MX-record bepaalt dat e-mail naar Gmail-servers wordt geleid, een TXT-record kan je domein verifieren of de echtheid van je mail aantonen met SPF, DKIM en DMARC, en een CNAME-record verwijst bijvoorbeeld naar Google Sites. Wijzigingen in DNS kunnen enige tijd nodig hebben om wereldwijd door te dringen, wat propagatie heet.
Docker
Docker is een populair platform om applicaties te verpakken in containers: lichtgewicht, geïsoleerde eenheden die de code samen met alle benodigde bibliotheken en instellingen bundelen. Omdat een container precies dezelfde omgeving meeneemt, draait een applicatie identiek op de laptop van een ontwikkelaar, op een testserver en in productie, wat het beruchte werkt-bij-mij-probleem grotendeels wegneemt. Een container deelt de kernel van het host-besturingssysteem en is daardoor veel lichter en sneller op te starten dan een volledige virtuele machine. In de praktijk bouw je een image vanuit een Dockerfile en deel je die via een register. Bij Google Cloud vormen containers de basis voor diensten zoals Cloud Run en Google Kubernetes Engine, waar je een Docker-image rechtstreeks uitrolt.
Docker Compose
Docker Compose is een tool waarmee je in een enkel configuratiebestand meerdere samenwerkende containers tegelijk definieert, start en stopt. In dat bestand beschrijf je per dienst welk image wordt gebruikt, welke poorten en volumes nodig zijn, welke omgevingsvariabelen gelden en hoe de containers met elkaar verbonden zijn. Met een enkel commando breng je vervolgens de hele set in een keer omhoog, wat ideaal is voor een lokale ontwikkelomgeving waarin bijvoorbeeld een webapplicatie, een database en een cache samen moeten draaien. Het houdt de opzet reproduceerbaar en deelbaar binnen een team. Compose richt zich vooral op een enkele machine; voor het draaien van containers verspreid over meerdere servers wordt doorgaans Kubernetes ingezet.
Dockerfile
Een Dockerfile is een tekstbestand met stapsgewijze instructies waarmee een container-image automatisch en reproduceerbaar wordt gebouwd. Elke regel beschrijft een stap, zoals het kiezen van een basis-image, het kopiëren van applicatiecode, het installeren van afhankelijkheden of het instellen van het startcommando. Omdat de hele bouw vastligt in code, krijgt iedereen die hetzelfde bestand gebruikt een identiek resultaat, wat handmatig knutselen overbodig maakt. Veel instructies leiden tot afzonderlijke lagen, dus de volgorde beïnvloedt hoe goed de cache wordt benut en hoe snel een herbouw verloopt. Een Dockerfile vormt vaak de eerste stap in een geautomatiseerde build- en uitrolketen, bijvoorbeeld richting Cloud Run of Google Kubernetes Engine.
DOM-based XSS
DOM-based XSS is een variant van Cross-Site Scripting die volledig in de browser ontstaat, zonder dat de server de payload terugkaatst. Het probleem zit in client-side JavaScript dat onveilige invoer, bijvoorbeeld uit de URL, het fragment achter de hash of localStorage, rechtstreeks in de Document Object Model schrijft via gevaarlijke sinks zoals innerHTML, document.write of eval. Omdat de kwaadaardige code nooit langs de server hoeft, ziet serverside filtering of logging er niets van, wat detectie lastig maakt. De verdediging ligt bij de frontend: gebruik veilige API's zoals textContent, vermijd het bouwen van HTML uit ongecontroleerde strings, en pas waar mogelijk Trusted Types en een Content Security Policy toe. In moderne single-page apps en dashboards is dit een veelvoorkomend risico.
Domain Alias
Een domeinalias is een extra domeinnaam die je aan een bestaand Google Workspace-account koppelt, zodat gebruikers e-mail kunnen ontvangen op meerdere domeinen zonder dat je voor elk domein aparte accounts of licenties hoeft aan te maken. Stel dat je primaire domein bedrijf.nl is en je registreert ook bedrijf.com als alias, dan ontvangt jan@bedrijf.nl automatisch ook de post die naar jan@bedrijf.com wordt gestuurd. Het gaat dus om hetzelfde postvak onder een andere domeinnaam. Een domeinalias verschilt van een secundair domein, waarbij gebruikers juist een eigen, los identiteit per domein krijgen. Aliassen zijn handig bij rebranding, het beschermen van merknamen of het bedienen van meerdere landenextensies vanuit een enkele organisatie.
Domain Verification
Domeinverificatie is de stap waarmee je tegenover Google bewijst dat je daadwerkelijk eigenaar bent van het domein dat je in Google Workspace of een andere Google-dienst wilt gebruiken. Dit voorkomt dat iemand anders ten onrechte een domein in gebruik neemt dat niet van hem is. De verificatie verloopt meestal door een uniek TXT-record toe te voegen aan de DNS-instellingen van je domein, of door een speciaal HTML-bestand op je website te plaatsen. Google controleert vervolgens of dat record of bestand aanwezig is, en pas daarna kun je gebruikers, e-mail en andere diensten op dat domein activeren. Verificatie is dus een poortwachter: zonder dit eigendomsbewijs blijft je domein onbruikbaar binnen Workspace.
Domeincontroller
Een domeincontroller is een Windows-server die het aanmelden en de rechten voor een heel netwerk regelt via Active Directory. Hij bewaart de centrale gebruikersdatabase, controleert wachtwoorden bij het inloggen en bepaalt via groepsbeleid en machtigingen wat gebruikers en computers in het domein mogen doen. Doordat authenticatie centraal verloopt, hoeven gebruikers maar één account te beheren voor toegang tot meerdere systemen. Voor betrouwbaarheid draaien organisaties vaak meerdere domeincontrollers die hun gegevens onderling repliceren, zodat aanmelden mogelijk blijft als er één uitvalt. Bij een overstap naar de cloud koppelen veel bedrijven hun on-premises Active Directory aan Google Cloud of synchroniseren ze identiteiten richting Google Workspace, zodat dezelfde gebruikers ook clouddiensten kunnen gebruiken.
Drive
Google Drive is de cloudopslag- en samenwerkingsdienst van Google waarin je bestanden bewaart, deelt en samen bewerkt vanaf elk apparaat met internet. Je kunt er documenten, spreadsheets, presentaties, afbeeldingen en allerlei andere bestandstypen in kwijt, met de zekerheid dat alles veilig in de cloud staat en automatisch synchroniseert. Binnen Google Workspace bestaat Drive in twee vormen: Mijn Drive voor persoonlijke bestanden van een gebruiker, en Gedeelde Drives die toebehoren aan een team in plaats van aan een individu, zodat bestanden behouden blijven als iemand de organisatie verlaat. Deelrechten zijn fijnmazig in te stellen, van alleen-lezen tot volledige bewerking, en beheerders kunnen via beleid bepalen hoe gegevens binnen of buiten de organisatie gedeeld mogen worden.
Drive for desktop
Drive for desktop is de officiële desktop-app van Google die je Google Drive als een schijf koppelt in de Verkenner op Windows of de Finder op macOS. Je werkt dan met je cloudbestanden alsof ze lokaal staan, zonder dat alles permanent ruimte op je harde schijf inneemt; bestanden worden gestreamd en op aanvraag gedownload. Je kunt mappen ook offline beschikbaar maken voor onderweg, en wijzigingen synchroniseren automatisch terug naar de cloud. Daarnaast kan de app lokale mappen, zoals Documenten of Bureaublad, mee back-uppen naar Drive. Het is bedoeld om naadloos tussen lokale programma's en Google Drive te werken en zo opslag en samenwerking te combineren.
Drive Label
Een Drive Label is een metadata-label waarmee bestanden in Google Drive en berichten in Gmail kunnen worden geclassificeerd, geordend en aan beleid gekoppeld. Een label kan een eenvoudige markering zijn, zoals Vertrouwelijk, maar ook gestructureerde velden bevatten zoals keuzelijsten, datums, getallen of personen. Labels worden handmatig door gebruikers toegekend, automatisch via DLP-regels of als standaardlabel op nieuwe bestanden gezet, en zijn ook via een API te beheren. Ze zijn waardevol voor informatiebeheer en preventie van gegevensverlies: een als vertrouwelijk gelabeld bestand kun je bijvoorbeeld via een regel verbieden om extern te delen. Daarnaast maken labels gericht zoeken op classificatie mogelijk. De functie vereist een ondersteunde Workspace-editie.
Dynamic Group
Een dynamische groep in Google Workspace is een groep waarvan het lidmaatschap niet handmatig wordt bijgehouden maar automatisch wordt bepaald aan de hand van een query op gebruikerskenmerken. Je definieert een regel, bijvoorbeeld alle gebruikers met de afdeling Verkoop of een bepaalde locatie, en Google voegt voortaan zelf de juiste mensen toe en verwijdert ze zodra hun gegevens veranderen. Dit houdt distributielijsten, toegangsrechten en beleid altijd actueel zonder dat een beheerder bij elke personeelswijziging hoeft in te grijpen. Dynamische groepen besparen tijd en verkleinen de kans op fouten, vooral in grote organisaties waar mensen regelmatig van rol of afdeling wisselen. Voorwaarde is wel dat de onderliggende gebruikersgegevens in de directory netjes en consistent zijn ingevuld.

E

Edge AI
Edge AI is het uitvoeren van AI-verwerking dicht bij de bron van de data, op het apparaat zelf of een lokaal toestel in de buurt, in plaats van in een centrale cloud. De zogenoemde edge is de rand van het netwerk: een telefoon, camera, sensor of machine. Door de berekening daar te doen verlaag je de vertraging, kun je vaak ook zonder internetverbinding werken en blijft gevoelige data lokaal, wat de privacy ten goede komt. Een veelgebruikte aanpak is om een model in de cloud te trainen en het daarna naar de edge te brengen voor de uitvoering, eventueel ondersteund door een NPU in het apparaat.
Embedding
Een embedding is een numerieke vector, dus een lange reeks getallen, die de betekenis van een stuk tekst, een afbeelding of ander gegeven samenvat in een vorm die een computer kan vergelijken. Teksten met een verwante betekenis krijgen vectoren die dicht bij elkaar liggen, ook als ze andere woorden gebruiken; daardoor kun je zoeken op betekenis in plaats van op exacte trefwoorden. Dit semantisch zoeken is de basis onder moderne AI-toepassingen zoals aanbevelingen, classificatie en vooral Retrieval-Augmented Generation, waar embeddings worden gebruikt om de meest relevante documenten bij een vraag te vinden. De vectoren worden berekend door een embedding-model en opgeslagen in een vector-database. In Google Cloud genereer je embeddings via de embedding-modellen van Vertex AI, die je vervolgens kunt doorzoeken voor toepassingen als interne kennisbanken en slimme zoekfuncties.
Encryption
Encryptie is het versleutelen van gegevens, waarbij leesbare informatie met een wiskundig algoritme en een sleutel wordt omgezet in onleesbare cijfertekst, zodat alleen wie over de juiste sleutel beschikt de oorspronkelijke inhoud weer kan ontcijferen. Het beschermt gegevens tegen ongeautoriseerde toegang, zowel onderweg over het netwerk als wanneer ze stilstaan op een server of schijf. Google Workspace versleutelt data standaard tijdens transport en in opslag. Voor organisaties met strengere eisen biedt Google client-side encryptie, waarbij de inhoud al op het apparaat van de gebruiker wordt versleuteld met sleutels die de klant zelf beheert, zodat zelfs Google de gegevens niet kan inzien. Encryptie is daarmee een hoeksteen van vertrouwelijkheid en van veel privacy- en compliancevereisten.
Endpoint (API)
Een API-endpoint is een specifiek adres waar een applicatie verzoeken naartoe stuurt om een bepaalde actie uit te voeren of gegevens op te vragen. Bij een REST-API bestaat zo'n endpoint uit een URL gecombineerd met een HTTP-methode zoals GET, POST, PUT of DELETE, waarbij elk pad meestal een resource of bewerking vertegenwoordigt. Het endpoint is daarmee het toegangspunt waarachter de logica van de dienst verborgen blijft: de client hoeft alleen het adres, de toegestane methoden en het verwachte formaat te kennen. In de context van Google Cloud heeft vrijwel elke dienst en elk AI-model zijn eigen endpoints, en met API Gateway of Cloud Endpoints kun je die centraal beheren, beveiligen en van quota voorzien.
Endpoint Management
Endpointbeheer is het centraal beheren en beveiligen van alle apparaten waarmee medewerkers toegang krijgen tot bedrijfsgegevens: laptops, telefoons, tablets en desktops. In Google Workspace gebeurt dit via Endpoint Management, waarmee beheerders beleid kunnen afdwingen zoals een verplichte schermvergrendeling, sterke wachtwoorden of encryptie van het apparaat. Raakt een apparaat kwijt of gestolen, dan kun je het op afstand vergrendelen of de bedrijfsgegevens erop wissen, zodat gevoelige informatie niet in verkeerde handen valt. Workspace kent een basisvorm die met weinig instelwerk al fundamentele bescherming biedt, en een geavanceerde vorm met meer controle over apps en configuratie. Zo zorgt endpointbeheer dat het groeiende aantal toestellen in een organisatie geen zwakke schakel in de beveiliging wordt.
Endpoint Verification
Endpointverificatie is een functie van Google waarmee beheerders inzicht krijgen in de apparaten die toegang hebben tot bedrijfsdata. Via een Chrome-extensie (eventueel aangevuld met een native helper-app) wordt apparaatinformatie zoals besturingssysteem, versleutelingsstatus en schijfencryptie verzameld en gesynchroniseerd met Google. Beheerders zien zo een inventaris van toestellen in de Google Admin-console. Deze gegevens vormen de basis voor Context-Aware Access: regels die toegang tot Google Workspace en Google Cloud afhankelijk maken van apparaateigenschappen, zodat alleen voldoende beveiligde toestellen bij gevoelige bronnen kunnen. Het is daarmee een bouwsteen voor een zero-trust-aanpak binnen Google Workspace en Google Cloud.
Event log
De event log, of het gebeurtenissenlogboek, is het centrale logboek van Windows waarin het systeem gebeurtenissen vastlegt: informatieve meldingen, waarschuwingen, fouten en beveiligingsgebeurtenissen zoals aanmeldpogingen. De logs zijn onderverdeeld in onder meer Systeem, Applicatie en Beveiliging, en elke vermelding bevat een tijdstempel, een bron, een gebeurtenis-ID en details. Beheerders raadplegen deze logboeken via Logboeken (Event Viewer) om problemen te diagnosticeren, prestatieproblemen te onderzoeken en verdachte activiteit op te sporen. In een groter beheerd netwerk worden event logs vaak doorgestuurd naar een centrale verzamelplaats of een SIEM-systeem, zodat gebeurtenissen van veel machines samen kunnen worden geanalyseerd en bewaard voor audit en beveiliging.
Exchange Server
Exchange Server is de e-mail- en agendaserver van Microsoft die een organisatie zelf installeert en beheert, doorgaans op een eigen Windows-server. Het verzorgt mailboxen, gedeelde agenda's, contacten en taken voor bijvoorbeeld Outlook-gebruikers, en is daarmee het klassieke on-premises alternatief voor cloud-mail zoals Gmail in Google Workspace. Het zelf draaien betekent volledige controle, maar ook verantwoordelijkheid voor updates, back-ups, opslag en beveiliging. Microsoft biedt met Exchange Online een gehoste cloudvariant aan. Bij een migratie naar Google Workspace worden bestaande Exchange-mailboxen vaak overgezet met migratietools van Google, waarna de eigen Exchange Server kan worden uitgefaseerd en het beheer van die hardware vervalt.
Exploit
Een exploit is een stukje code, een script of een techniek dat een specifiek beveiligingslek misbruikt om iets te bereiken wat niet de bedoeling is, zoals het uitvoeren van eigen code, het verkrijgen van hogere rechten of het laten crashen van een systeem. Een exploit veronderstelt dus altijd een onderliggende kwetsbaarheid. Bijzonder gevaarlijk zijn zero-day exploits, die een lek misbruiken waarvoor nog geen patch bestaat. Onderzoekers gebruiken exploits ook legitiem om beveiliging te testen en aan te tonen dat een kwetsbaarheid echt uitbuitbaar is. De belangrijkste verdediging is het snel dichten van kwetsbaarheden via patches, naast gelaagde beveiliging die de impact beperkt.
External Sharing
Extern delen verwijst naar het delen van bestanden, mappen of documenten met mensen buiten je eigen organisatie, dus met gebruikers die geen account binnen het bedrijfsdomein hebben. In Google Workspace bepalen beheerders via de Admin-console het beleid hiervoor: extern delen kan volledig worden toegestaan, beperkt tot specifieke vertrouwde domeinen, of helemaal worden uitgeschakeld. Per Drive-bestand kun je vervolgens kiezen tussen kijken, reageren of bewerken, en links eventueel laten verlopen. Goed ingericht extern delen maakt samenwerking met klanten en partners mogelijk zonder de controle over gevoelige gegevens te verliezen, en is daarom een belangrijk onderdeel van datalekpreventie en informatiebeveiliging.

F

Failover
Failover is het automatisch overschakelen naar een reservesysteem wanneer het primaire systeem uitvalt, zodat een dienst beschikbaar blijft zonder dat gebruikers er hinder van ondervinden. Het reservesysteem kan een passieve stand-by zijn die pas activeert bij een storing, of een actief draaiende kopie die meteen het verkeer overneemt. Goede failover steunt op continue gezondheidscontroles en vaak op gegevensreplicatie, zodat de reserve over actuele data beschikt en zonder verlies kan inspringen. Het is een hoeksteen van hoge beschikbaarheid en wordt versterkt door systemen over meerdere zones of regio's te spreiden. In Google Cloud bieden onder meer Cloud SQL met een hoogbeschikbare configuratie en regionale load balancers automatische failover bij het wegvallen van een zone.
Few-shot prompting
Few-shot prompting is een prompttechniek waarbij je het model in de prompt zelf een paar voorbeelden van de gewenste invoer en bijbehorende uitvoer meegeeft, zodat het het patroon herkent en dit toepast op een nieuwe vraag. In tegenstelling tot zero-shot prompting, waarbij je alleen een instructie zonder voorbeelden geeft, helpt few-shot het model om de juiste toon, structuur of classificatie aan te houden zonder dat het opnieuw getraind hoeft te worden. Het is een snelle en goedkope manier om de kwaliteit en consistentie van antwoorden te sturen. De techniek werkt bij vrijwel alle moderne taalmodellen, waaronder Gemini in Google Cloud, en is vooral nuttig voor taken met een vast format zoals labeling, extractie of het herschrijven van tekst.
File Stream
Bestandstreaming laat je rechtstreeks met cloudbestanden werken zonder ze eerst volledig naar je computer te downloaden. In Google Workspace zit deze techniek in Google Drive voor desktop, waar de modus Bestanden streamen bestanden in de cloud bewaart en ze pas ophaalt op het moment dat je ze opent. Daardoor verschijnen al je Drive-bestanden als een gewone schijf in Verkenner of Finder, maar nemen ze nauwelijks lokale opslag in beslag. De oorspronkelijke app heette Google Drive File Stream en is opgegaan in Google Drive voor desktop, dat naast streamen ook een spiegelmodus biedt. Streamen is vooral handig bij grote gedeelde drives en apparaten met beperkte schijfruimte.
Fine-tuning
Fine-tuning is het verder trainen van een bestaand, vooraf getraind AI-model op je eigen, vaak kleinere dataset, zodat het beter aansluit op een specifieke taak, vakgebied of schrijfstijl. In plaats van een model vanaf nul op te bouwen, wat enorm veel data en rekenkracht kost, bouw je voort op de algemene kennis van een basismodel en stuur je het bij met voorbeelden van het gewenste gedrag. Zo kun je bijvoorbeeld de toon van je organisatie inslijpen of het model leren omgaan met vakjargon. Fine-tuning verschilt van Retrieval-Augmented Generation: bij fine-tuning verander je het model zelf, terwijl je bij RAG kennis als context meegeeft zonder het model aan te passen. Voor wisselende of feitelijke informatie is RAG vaak handiger; fine-tuning loont vooral voor consistent gedrag en stijl. In Google Cloud biedt Vertex AI mogelijkheden om Gemini-modellen te tunen.
Firewall
Een firewall is een beveiligingslaag die netwerkverkeer inspecteert en op basis van ingestelde regels bepaalt wat wordt doorgelaten en wat wordt geblokkeerd. De regels kijken bijvoorbeeld naar bron- en bestemmingsadres, poort en protocol, en zo houd je ongewenste of verdachte verbindingen buiten de deur. Een firewall kan een fysiek apparaat zijn, software op een computer, of een dienst in de cloud. In Google Cloud regel je dit met firewallregels die het verkeer van en naar je virtuele machines afschermen. Moderne, geavanceerde firewalls kijken verder dan alleen poorten en herkennen ook applicaties en bekende aanvalspatronen.
Forwarding
Doorsturen verwijst naar het automatisch laten doorsturen van binnenkomende e-mail naar een ander adres. In Gmail kan een gebruiker dit zelf instellen, bijvoorbeeld om berichten van een oud adres naar een nieuw adres te laten lopen of om alles tijdens afwezigheid naar een collega te leiden. Je kunt kiezen of een kopie in het oorspronkelijke postvak blijft staan of dat het bericht na doorsturen wordt gearchiveerd of verwijderd, en met filters kun je alleen specifieke mails laten doorsturen. Op organisatieniveau kan een beheerder doorstuurregels juist beperken of verbieden, omdat ongecontroleerd doorsturen naar externe adressen een lek van gevoelige bedrijfsgegevens kan vormen. Doorsturen is dus handig voor gebruikers, maar vraagt vanuit beveiligingsoogpunt om duidelijk beleid.
FTP
FTP staat voor File Transfer Protocol, een ouder protocol om bestanden tussen computers over een netwerk te versturen, bijvoorbeeld om bestanden naar een webserver te uploaden. Het werd lang breed gebruikt, maar heeft een belangrijk nadeel: in de standaardvorm verstuurt FTP gegevens, waaronder gebruikersnamen en wachtwoorden, onversleuteld, zodat ze onderweg kunnen worden afgeluisterd. Daarom is FTP grotendeels vervangen door veiliger alternatieven zoals SFTP en FTPS, die de verbinding versleutelen, en door HTTPS-gebaseerde overdracht. In een moderne cloudomgeving verloopt bestandsuitwisseling doorgaans via beveiligde opslag zoals Google Drive of objectopslag in de cloud. Wie FTP nog gebruikt, doet er goed aan over te stappen op een versleutelde variant.
Function calling
Function calling is het vermogen van een AI-model om op basis van een vraag zelf een vooraf gedefinieerde functie of tool aan te roepen met gestructureerde argumenten. In plaats van alleen tekst te genereren, geeft het model terug welke functie het wil uitvoeren en met welke parameters, waarna jouw applicatie die functie daadwerkelijk draait en het resultaat terugkoppelt. Zo kan een model echte acties verrichten, zoals een agenda raadplegen, een database bevragen of een e-mail versturen. De Gemini-API in Google Cloud ondersteunt function calling, wat de basis vormt voor agents en assistenten die niet alleen praten maar ook taken uitvoeren in systemen zoals Google Workspace.

G

Gateway
Een gateway is het toegangspunt waarlangs netwerkverkeer een netwerk verlaat richting een ander netwerk of het internet. In een thuisnetwerk of kantoornetwerk verwijst de default gateway meestal naar de router die het lokale verkeer doorgeeft naar buiten en antwoorden weer terugleidt naar het juiste apparaat. Een gateway kan ook verschillende soorten netwerken of protocollen aan elkaar koppelen en zo als vertaler optreden. In de cloud kom je het begrip terug in diensten zoals een NAT-gateway of API-gateway, die het verkeer tussen je interne resources en de buitenwereld op een gecontroleerde manier regelen.
Gemini
Gemini is de familie van generatieve AI-modellen van Google en tegelijk de naam van de bijbehorende AI-assistent. De modellen zijn multimodaal: ze kunnen tekst, afbeeldingen, audio, video en programmeercode zowel begrijpen als genereren. Gemini wordt aangeboden in verschillende formaten voor uiteenlopende behoeften, van lichte modellen voor snelle taken tot krachtigere modellen voor complexe redenering. Je vindt Gemini terug als losse chat-assistent, geïntegreerd in Google Workspace en Android, en als API in Google Cloud (Vertex AI) waarmee ontwikkelaars de modellen in eigen toepassingen kunnen inbouwen. Gemini volgde Google's eerdere Bard-assistent op en vormt de kern van Google's AI-aanbod voor consumenten, bedrijven en ontwikkelaars.
Gemini Advanced
Gemini Advanced was de naam voor het betaalde abonnement dat toegang gaf tot de krachtigste Gemini-modellen, met extra functies en een groter contextvenster dan de gratis versie. Daarmee kon je langere documenten en gesprekken in een keer verwerken en kreeg je toegang tot mogelijkheden zoals diepgaand onderzoek. Sinds Google I/O 2025 is dit aanbod hernoemd: het abonnement heet nu Google AI Pro (met daarboven Google AI Ultra), maar het idee blijft hetzelfde, namelijk een betaald niveau bovenop de gratis Gemini. Voor Workspace-klanten betekent dit toegang tot de meest capabele modellen en hogere gebruikslimieten dan in de standaardtoegang.
Gemini Flash
Gemini Flash is de snelle en kostenefficiënte variant uit Google's Gemini-familie, geoptimaliseerd voor een lage vertraging en een gunstige prijs per verzoek. Daardoor leent het zich goed voor taken op grote schaal waarbij snelheid en doorvoer belangrijker zijn dan het maximale redeneervermogen, zoals classificatie, samenvatten, chatassistenten en het verwerken van grote hoeveelheden tekst. Flash levert nog steeds sterke kwaliteit, maar positioneert zich als het werkpaard tussen de kleine on-device variant Nano en het krachtigere Pro. In de context van Google Cloud en de Gemini API kies je Flash vaak wanneer je veel verzoeken per minuut moet afhandelen tegen beheersbare kosten, en schakel je alleen voor de moeilijkste taken over naar een zwaarder model.
Gemini for Workspace
Gemini for Workspace is de integratie van Google's Gemini-AI in de Google Workspace-apps zoals Gmail, Documenten, Spreadsheets, Presentaties en Meet. Het ondersteunt medewerkers bij dagelijkse taken: tekst schrijven en herschrijven in Documenten en Gmail, lange e-mails of bestanden samenvatten, formules en data analyseren in Spreadsheets, beelden genereren voor Presentaties en automatisch notuleren tijdens vergaderingen in Meet. De AI werkt binnen de bestaande beveiligings- en privacygrenzen van Workspace, zodat bedrijfsgegevens niet worden gebruikt om de algemene modellen te trainen. Daarnaast is er een aparte Gemini-chatzijbalk waarmee gebruikers context uit hun eigen bestanden kunnen bevragen. Het is bedoeld om de productiviteit te verhogen zonder dat medewerkers hun vertrouwde werkomgeving hoeven te verlaten.
Gemini Gem
Een Gem is een aanpasbare versie van Gemini die je instelt voor een specifieke taak of rol. Je geeft de Gem vaste instructies mee, zoals welke toon hij moet aanhouden, welke stappen hij moet volgen of welke kennis hij moet gebruiken, zodat je niet bij elke vraag opnieuw dezelfde context hoeft te typen. Zo maak je bijvoorbeeld een Gem die altijd als redacteur teksten nakijkt of als reisplanner antwoorden geeft. Binnen Google Workspace zijn Gems handig om terugkerend werk te standaardiseren en consistente resultaten te krijgen; je kunt ze persoonlijk gebruiken en in de betaalde varianten ook delen met collega's binnen de organisatie.
Gemini Nano
Gemini Nano is de kleinste variant uit Google's Gemini-familie, ontworpen om direct op een apparaat te draaien in plaats van in de cloud, bijvoorbeeld op een smartphone of in de browser. Doordat het model lokaal werkt, kan het taken uitvoeren met lage vertraging, ook zonder of met een beperkte internetverbinding, en blijven gevoelige gegevens op het toestel zelf. Dat maakt Nano geschikt voor lichte, privacygevoelige taken zoals samenvatten, slimme antwoordsuggesties en eenvoudige tekstbewerkingen die je niet naar een server wilt sturen. In de context van Google Workspace en het bredere Google-ecosysteem wordt Gemini Nano ingezet voor on-device AI-functies, waarbij zwaardere of complexere verzoeken alsnog naar de grotere cloudmodellen Flash of Pro kunnen worden doorgestuurd.
Gemini Pro
Gemini Pro is de krachtige variant uit Google's Gemini-familie, bedoeld voor complexe taken die meer redeneervermogen vragen dan de lichtere modellen. Het blinkt uit in opdrachten zoals diepgaande analyse, ingewikkeld programmeerwerk, gestructureerd redeneren over lange contexten en creatieve of meerstaps probleemoplossing waarbij nauwkeurigheid zwaarder weegt dan kosten of snelheid. Binnen de Gemini-lijn vormt Pro het bovenste niveau van de gangbare driedeling, boven het snelle Flash en de kleine on-device Nano. In de context van Google Cloud en de Gemini API zet je Pro in voor de moeilijkste verzoeken en voor toepassingen waarbij de kwaliteit van de uitkomst doorslaggevend is, terwijl je voor eenvoudiger werk op grote schaal vaak naar Flash uitwijkt.
GGUF
GGUF is een bestandsformaat voor het opslaan en distribueren van lokale taalmodellen, met name gekwantiseerde versies daarvan. Het formaat bundelt de gewichten van het model samen met metadata, zoals informatie over de architectuur en de tokenizer, in een enkel bestand, zodat een model in een keer geladen en gebruikt kan worden. GGUF werd ontwikkeld in de context van llama.cpp en is de opvolger van het oudere GGML-formaat, met als doel toekomstbestendiger en flexibeler te zijn. Het wordt gebruikt door llama.cpp en aanverwante tools zoals Ollama en LM Studio. Wie lokale modellen downloadt, komt GGUF-bestanden vaak tegen in verschillende kwantisatieniveaus die geheugen en kwaliteit tegen elkaar afwegen.
Git
Git is een gedistribueerd versiebeheersysteem dat elke wijziging in code en bestanden bijhoudt en samenwerking tussen ontwikkelaars mogelijk maakt. Iedere ontwikkelaar heeft een volledige kopie van de projectgeschiedenis op de eigen computer, kan los van anderen in vertakkingen werken en die wijzigingen later samenvoegen. Omdat Git elke versie bewaart, kun je altijd terugkijken wie wat wanneer veranderde en zo nodig terugkeren naar een eerdere staat, wat fouten makkelijk omkeerbaar maakt. Het oorspronkelijk door Linus Torvalds gemaakte Git is de feitelijke standaard voor moderne softwareontwikkeling en vormt de basis voor platformen als GitHub en GitLab. Het sluit naadloos aan op CI/CD, waarbij een nieuwe commit automatisch tests en uitrol in gang kan zetten.
GKE
GKE staat voor Google Kubernetes Engine, de beheerde Kubernetes-dienst van Google Cloud waarmee je gecontaineriseerde applicaties op schaal uitrolt en beheert. Kubernetes is het open-source systeem voor het orkestreren van containers, en GKE neemt veel van het zware beheer ervan uit handen, zoals het opzetten van het cluster, updates van de control plane en, in de Autopilot-modus, ook het beheer van de onderliggende nodes. Het zorgt automatisch voor zaken als load balancing, zelfherstel van uitgevallen containers en het op- en afschalen van workloads op basis van de vraag. GKE is bedoeld voor complexere applicaties die uit veel samenwerkende containers bestaan en die hoge beschikbaarheid en fijnmazige controle over de uitrol vragen.
Gmail Delegate
Een Gmail-gemachtigde is een gebruiker die namens een ander toegang krijgt tot diens mailbox. De eigenaar van het account kan in Gmail iemand als gemachtigde toevoegen, waarna die persoon de mail kan lezen, beantwoorden, verzenden en opruimen vanuit het eigen venster, zonder het wachtwoord van de ander te kennen. Verzonden berichten tonen duidelijk dat ze namens de eigenaar zijn verstuurd. Delegatie is ideaal voor een directiesecretaris of voor gedeelde postvakken zoals info@ of support@, en is veiliger dan het delen van inloggegevens omdat de toegang per gemachtigde te beheren en in te trekken is. In Google Workspace kunnen beheerders delegatie domeinbreed in- of uitschakelen.
Gmail Routing
Gmail-routering omvat de regels die een Google Workspace-beheerder instelt om te bepalen hoe inkomende en uitgaande e-mail wordt verwerkt voordat ze de eindgebruiker bereikt of de organisatie verlaat. Met routering kun je berichten omleiden, een kopie laten bewaren, een extra spam- of inhoudsfilter toepassen, of mail via een externe gateway of beveiligingsoplossing laten lopen. Veelgebruikte toepassingen zijn het splitsen van mail tussen Gmail en een ander mailsysteem tijdens een migratie, het afdwingen van archivering voor compliance, of het automatisch toevoegen van een vaste disclaimer onder uitgaande berichten. Routering werkt op basis van voorwaarden zoals afzender, ontvanger of trefwoorden, waardoor je heel gericht beleid kunt opzetten. Het is een krachtig maar gevoelig onderdeel van het beheer, want foutieve regels kunnen mail onbedoeld blokkeren of omleiden.
Google AI Studio
Google AI Studio is een gratis webomgeving waarin je rechtstreeks met Gemini-modellen kunt bouwen en experimenteren. Je test er prompts, stelt modelparameters zoals temperatuur en het maximale aantal tokens in, en bekijkt direct hoe het model reageert voordat je iets in een echte toepassing zet. Vanuit AI Studio genereer je ook een API-sleutel waarmee je dezelfde modellen vanuit je eigen code of applicatie kunt aanroepen via de Gemini API. Het is daarmee vooral bedoeld voor ontwikkelaars en technische gebruikers die snel willen prototypen. Let op dat het iets anders is dan de consumenten-app Gemini en dan de Workspace-functies; AI Studio richt zich op bouwen en testen.
Google Chat
Google Chat is het communicatieplatform binnen Google Workspace voor directe berichten en teamsamenwerking. Naast een-op-een-gesprekken werk je in ruimtes, gedeelde plekken waar een team berichten, bestanden en taken bundelt rond een project of onderwerp. Chat is nauw verweven met de rest van Workspace: je deelt eenvoudig bestanden uit Drive, opent een document samen of start direct een Google Meet-gesprek vanuit een conversatie. Berichten zijn doorzoekbaar en blijven bewaard volgens het bewaarbeleid van de organisatie. Beheerders kunnen instellen of medewerkers ook met externe partijen mogen chatten. Via apps en bots kun je bovendien meldingen en geautomatiseerde workflows in Chat integreren, wat het tot meer dan alleen een berichtenapp maakt.
Google Cloud Directory Sync (GCDS)
Google Cloud Directory Sync (GCDS) is een gratis tool van Google die gebruikers, groepen, gedeelde contacten en organisatie-eenheden synchroniseert vanuit een bestaande LDAP-directory of Microsoft Active Directory naar Google Workspace of Cloud Identity. De synchronisatie verloopt eenrichtingsverkeer: de on-premises directory blijft de bron van waarheid en GCDS past Workspace daarop aan, zodat je gebruikersbeheer niet dubbel hoeft te doen. Je definieert regels en filters voor welke objecten worden meegenomen, en kunt eerst een simulatie draaien om te zien welke wijzigingen zouden plaatsvinden voordat je ze echt doorvoert. GCDS draait doorgaans als geplande taak op een server binnen het bedrijfsnetwerk en is een veelgebruikte stap bij de overstap van een traditionele Windows-omgeving naar Workspace.
Google Forms
Google Forms is de tool binnen Google Workspace voor het maken van vragenlijsten, enquetes, aanmeldformulieren en quizzen. Je bouwt een formulier met verschillende vraagtypes, zoals meerkeuze, korte tekst, schaalvragen en bestandsuploads, en kunt met voorwaardelijke logica respondenten naar de juiste vervolgvragen sturen. Antwoorden worden automatisch verzameld en samengevat in grafieken, en kunnen met een klik naar Google Sheets worden geexporteerd voor verdere analyse. In de quizmodus kun je goede antwoorden en puntenaantallen instellen, zodat scores automatisch worden berekend. Formulieren zijn eenvoudig te delen via een link of in te sluiten op een website, en binnen Workspace kun je de toegang beperken tot mensen in je eigen organisatie. Het is daarmee een laagdrempelige manier om gestructureerd informatie te verzamelen.
Google Keep
Google Keep is een app voor snelle notities, takenlijsten, spraakmemo's en herinneringen die synchroniseert tussen al je apparaten en binnen Google Workspace. Notities verschijnen als kaartjes die je kunt voorzien van kleuren en labels, vastpinnen of delen met collega's voor samenwerking in realtime. Je kunt afbeeldingen toevoegen waarvan Keep de tekst kan herkennen, en handgeschreven notities maken op een touchscreen. Locatie- of tijdgebonden herinneringen helpen je dingen op het juiste moment op te pakken. Keep is geïntegreerd met andere Workspace-apps: je kunt een notitie vanuit de zijbalk van Gmail, Agenda of Documenten raadplegen en de inhoud van een Keep-notitie rechtstreeks in een Google Document overnemen. Het is bedoeld voor losse, kortlopende aantekeningen, niet voor uitgebreide documenten.
Google Meet
Google Meet is het videovergader- en videobelplatform van Google, geïntegreerd in Google Workspace. Je start of plant een gesprek rechtstreeks vanuit Google Agenda, Gmail of Chat, en deelnemers nemen deel via een browser of de mobiele app zonder extra software te installeren. Tijdens een vergadering kun je je scherm delen, de chat gebruiken, een digitaal whiteboard openen en, afhankelijk van de licentie, de bijeenkomst opnemen of automatisch laten ondertitelen. Voor grotere organisaties zijn er functies zoals breakout-ruimtes, aanwezigheidsrapporten en livestreams naar grote groepen. Beheerders bepalen via beleid wie vergaderingen mag opnemen of wie van buiten de organisatie mag deelnemen. Meet maakt zo betrouwbaar online overleg mogelijk dat vlot aansluit op de andere Workspace-diensten.
Google Sites
Google Sites is de tool binnen Google Workspace waarmee je zonder programmeerkennis websites bouwt, zoals interne intranetten, projectpagina's, teamportalen of eenvoudige openbare sites. Je werkt met een visuele editor waarin je tekst, afbeeldingen, video's en knoppen op een pagina sleept, en je kunt rechtstreeks inhoud uit andere Workspace-diensten insluiten, zoals een document uit Drive, een agenda, een formulier of een grafiek uit Spreadsheets. Het resultaat past zich automatisch aan aan computer, tablet en telefoon. Omdat Sites in Workspace is verweven, bepalen dezelfde deelinstellingen wie de site mag bekijken of bewerken, waardoor je een intranet eenvoudig tot je eigen organisatie kunt beperken. Het is daarmee een toegankelijke manier om informatie centraal en overzichtelijk te delen.
Google Tasks
Google Tasks is een eenvoudige takenlijst die is geïntegreerd in Gmail, Google Agenda en de mobiele Workspace-apps voor het beheren van persoonlijke actiepunten. Je maakt taken aan, voegt subtaken en notities toe en geeft een vervaldatum op; taken met een datum verschijnen automatisch in je Agenda zodat je ze in je planning ziet. Vanuit Gmail kun je een e-mail rechtstreeks omzetten in een taak, handig om opvolgacties niet te vergeten. Je kunt meerdere lijsten aanmaken om werk en prive te scheiden, en alles synchroniseert tussen apparaten via je Google-account. Tasks is bewust minimalistisch: het richt zich op individueel takenbeheer en biedt geen uitgebreide projectfuncties zoals toewijzingen aan teamleden of afhankelijkheden.
Google Voice
Google Voice is de cloud-telefoniedienst binnen Google Workspace waarmee organisaties zakelijke telefoonnummers krijgen die niet aan een fysiek toestel zijn gebonden. Gebruikers bellen en sms'en via de Voice-app op hun telefoon of in de browser, ontvangen voicemail die automatisch wordt getranscribeerd, en kunnen oproepen doorschakelen naar andere nummers of apparaten. Omdat het in de cloud draait, blijft hetzelfde nummer bereikbaar ongeacht waar je werkt. Beheerders kennen nummers toe en beheren instellingen centraal via de Admin-console, en Voice integreert met Agenda en Meet. Het is bedoeld om bedrijfstelefonie eenvoudiger en flexibeler te maken zonder klassieke telefooncentrale.
Google Workspace Migrate
Google Workspace Migrate is een tool van Google die is gemaakt voor grootschalige migraties van e-mail, bestanden, agenda-items en sites naar Google Workspace, vaak vanuit omgevingen zoals Microsoft Exchange, SharePoint, OneDrive of een ander Workspace-domein. De tool draait op Windows-servers binnen het netwerk van de klant en is ontworpen om grote hoeveelheden data te verwerken, met functies om vooraf in te schatten hoeveel data er overkomt, de migratie in fasen uit te voeren en de voortgang te volgen. Door het werk over meerdere servers, of nodes, te verdelen kan het migratietempo worden opgeschaald. Workspace Migrate is bedoeld voor complexe overstappen van organisaties met veel gebruikers en is daarmee zwaarder ingericht dan de eenvoudigere migratieopties die rechtstreeks in de Admin-console beschikbaar zijn.
GPO
GPO staat voor Group Policy Object: een verzameling instellingen in Windows-netwerken waarmee beheerders centraal beleid toepassen op gebruikers en computers binnen Active Directory. Met een GPO leg je bijvoorbeeld wachtwoordregels, beveiligingsinstellingen, bureaubladconfiguraties of software-installaties vast en koppel je die aan domeinen, sites of organisatie-eenheden. Apparaten en gebruikers krijgen het beleid automatisch bij het aanmelden of periodiek, wat handmatig werk op elke machine overbodig maakt. GPO's zijn al jaren de standaardmanier om Windows-omgevingen consistent en veilig te beheren. In een Google Workspace-context vervult Context-Aware Access en het beheer via de Admin-console een vergelijkbare rol voor beleid op gebruikers en apparaten, terwijl voor ChromeOS-apparaten cloudgebaseerd beleid de plaats van klassieke GPO's inneemt.
Greylisting
Greylisting is een antispamtechniek waarbij een mailserver e-mail van een onbekende afzender bij de eerste poging tijdelijk weigert met een melding dat het later opnieuw geprobeerd moet worden. Goed geconfigureerde, legitieme mailservers volgen de SMTP-standaard en bieden het bericht na enige tijd vanzelf opnieuw aan, waarna het wel wordt geaccepteerd. Veel spamsystemen sturen massaal en eenmalig en proberen het niet opnieuw, waardoor een groot deel van de ongewenste mail afhaakt. Het nadeel is een lichte vertraging bij de eerste mail van een nieuwe contactpersoon. Google Workspace gebruikt geen klassieke greylisting maar geavanceerde, op reputatie en machine learning gebaseerde filters in Gmail om spam tegen te houden.
Grounding
Grounding is het verankeren van AI-antwoorden in betrouwbare, externe bronnen zoals zoekresultaten, eigen documenten of een kennisbank, zodat de uitkomst feitelijk en verifieerbaar is. In plaats van uitsluitend te steunen op wat het model tijdens training heeft geleerd, haalt een gegrond systeem actuele of bedrijfsspecifieke informatie op en baseert het antwoord daarop, vaak met bronverwijzingen erbij. Dit vermindert hallucinaties en maakt antwoorden controleerbaar. In Google Cloud kun je Gemini gronden op Google Search of op je eigen data via Vertex AI, wat het bruikbaar maakt voor zakelijke toepassingen waar correctheid en herleidbaarheid belangrijk zijn.
Group
Een Group, oftewel Google Groep, is een gedeeld e-mailadres dat tegelijk dienstdoet als mailinglijst en als samenwerkingsgroep binnen Google Workspace. Stuur je een bericht naar het groepsadres, dan bereikt het in een keer alle leden, zonder dat je iedereen apart hoeft op te sommen. Beheerders maken groepen aan in de Admin-console of via Google Groepen, en gebruiken ze ook om in een klap toegang te verlenen tot gedeelde Drives, agenda's of Workspace-instellingen. Zo hoef je rechten maar op een plek te onderhouden in plaats van per persoon. Groepen kennen rollen zoals eigenaar, beheerder en lid, en kunnen open of besloten zijn. Vanuit beveiligingsoogpunt is het belangrijk te bewaken wie zich mag aanmelden en of externen mogen posten.
Group Alias
Een Group Alias, of groepsalias, is een extra e-mailadres dat verwijst naar een bestaande Google Groep. Berichten die naar het alias worden gestuurd, komen automatisch terecht bij dezelfde groep en dus bij dezelfde leden als het primaire adres. Aliassen zijn handig wanneer een afdeling onder meerdere namen bereikbaar wil zijn, bijvoorbeeld info@ en contact@, of wanneer je een oud adres wilt blijven ondersteunen na een naamswijziging zonder dat e-mail verloren gaat. Een beheerder voegt aliassen toe in de Admin-console; je kunt er meerdere koppelen aan dezelfde groep. Het alias heeft geen eigen postvak of ledenlijst: het is puur een doorgeefluik naar de onderliggende groep, wat het beheer eenvoudig houdt.
Groups for Business
Groups for Business is de zakelijke groepsfunctionaliteit van Google, gebaseerd op Google Groepen en geïntegreerd in Google Workspace. Een groep heeft een gezamenlijk e-mailadres, zoals team@ of sales@, zodat een bericht aan dat adres alle leden tegelijk bereikt. Naast een mailinglijst kan een groep dienen als gedeeld postvak, discussieforum of als handige manier om in één keer toegang te verlenen tot Drive-bestanden, agenda's en andere bronnen. Beheerders bepalen in de Admin-console wie groepen mag aanmaken en wie mag deelnemen, en kunnen instellen of berichten van buiten de organisatie worden toegelaten. Zo vereenvoudigt het beheer van communicatie en toegangsrechten voor hele teams.
Guardrails
Guardrails zijn ingebouwde grenzen, regels en controles die bepalen wat een AI-systeem wel en niet mag doen of zeggen, zodat het veilig, voorspelbaar en binnen beleid blijft. Ze kunnen de invoer filteren, de uitvoer toetsen en de acties van een model of agent beperken, bijvoorbeeld door bepaalde onderwerpen te weren, gevoelige gegevens te beschermen of risicovolle handelingen te blokkeren. Guardrails zijn vooral belangrijk bij agentic toepassingen, waar een model echte acties uitvoert en fouten reële gevolgen hebben. In Google Cloud combineer je hiervoor onder meer safety settings, toegangsrechten en validatielogica rond Gemini, zodat generatieve AI verantwoord binnen een organisatie kan worden ingezet.
Guest User
Een Guest User, of gastgebruiker, is iemand van buiten je organisatie die beperkte toegang krijgt tot bepaalde bronnen zonder een volwaardig account in jouw Workspace-domein te bezitten. In de praktijk gaat het vaak om externe partners, klanten of freelancers met wie je een specifiek bestand, een gedeelde Drive of een gezamenlijk document deelt. De gast logt in met zijn eigen Google-account of een ander e-mailadres en ziet alleen wat expliciet is gedeeld; hij valt buiten je interne beleid, licenties en de meeste beheerinstellingen. Vanuit security-oogpunt is het verstandig gasttoegang regelmatig te controleren, vervaldatums op deellinks te zetten en te beperken welke domeinen extern mogen samenwerken, zodat data niet onbedoeld blijft openstaan.

H

Hallucinatie
Een hallucinatie is het verschijnsel waarbij een AI-model met overtuiging onjuiste, verzonnen of niet-bestaande informatie als feit presenteert. Omdat een taalmodel het meest waarschijnlijke vervolg op tekst voorspelt en niet werkelijk weet wat waar is, kan het vloeiend en geloofwaardig klinkende antwoorden geven die feitelijk fout zijn, denk aan verzonnen bronnen, citaten, cijfers of namen. Hallucinaties zijn een van de belangrijkste risico's bij het gebruik van generatieve AI, juist omdat de fouten er net zo zelfverzekerd uitzien als correcte antwoorden. Technieken zoals Retrieval-Augmented Generation, waarbij het model zich op opgehaalde bronnen baseert, verminderen het probleem maar nemen het niet volledig weg. De praktische regel blijft: controleer belangrijke uitkomsten altijd bij een betrouwbare bron voordat je erop handelt.
Hardware Key
Een hardwarebeveiligingssleutel is een fysiek apparaat dat dient als sterke tweede factor bij het inloggen (MFA). Het ziet er meestal uit als een kleine USB-, NFC- of Bluetooth-sleutel en bevestigt bij het aanmelden dat de gebruiker het toestel daadwerkelijk in handen heeft. Doordat de sleutel werkt met standaarden als FIDO2 en WebAuthn is hij bestand tegen phishing: hij geeft alleen een geldig signaal af aan de echte website, niet aan een nagemaakte. In Google Workspace kunnen beheerders deze sleutels verplicht stellen voor gevoelige accounts, en ze vormen de kern van het Programma voor geavanceerde bescherming van Google. Daarmee bieden ze de hoogste mate van accountbeveiliging tegen overname.
Hashing
Hashing is het omzetten van willekeurige gegevens naar een reeks tekens van vaste lengte met behulp van een wiskundige hashfunctie. Het resultaat, de hash, is in de praktijk niet terug te rekenen naar de oorspronkelijke invoer, en dezelfde invoer levert altijd dezelfde hash op, terwijl een kleine wijziging in de invoer een totaal andere hash geeft. Daarom dient hashing om wachtwoorden veilig op te slaan zonder ze in leesbare vorm te bewaren en om de integriteit van bestanden of berichten te controleren. Voor wachtwoorden gebruik je trage, op dat doel ontworpen algoritmen zoals bcrypt, scrypt of Argon2, vaak met een toegevoegde salt; voor integriteitscontroles wordt vaak SHA-256 gebruikt. Hashing verschilt wezenlijk van versleuteling, want het is bewust onomkeerbaar.
Health check
Een health check is een geautomatiseerde controle die periodiek nagaat of een dienst nog naar behoren werkt. Vaak gebeurt dit door op een vast tijdsinterval een verzoek naar een speciaal eindpunt te sturen (bijvoorbeeld /healthz) en te kijken of het antwoord op tijd en correct binnenkomt. Reageert een instance niet meer, dan wordt die als ongezond gemarkeerd en automatisch buiten gebruik gesteld of vervangen, zodat verkeer alleen naar werkende instances gaat. In Google Cloud worden health checks intensief gebruikt door load balancers en door managed instance groups in Compute Engine om defecte virtuele machines tijdig te herstellen. Men onderscheidt doorgaans liveness checks, die bepalen of een proces nog leeft, van readiness checks, die bepalen of het al klaar is om verkeer te ontvangen.
Helm
Helm is een pakketbeheerder voor Kubernetes waarmee je complete applicaties als herbruikbare charts installeert, bijwerkt en verwijdert. Een chart bundelt alle Kubernetes-resources die een toepassing nodig heeft, samen met instelbare waarden, zodat je dezelfde applicatie met een enkel commando in verschillende omgevingen kunt uitrollen en per omgeving kunt aanpassen via parameters. Dat voorkomt dat je tientallen losse configuratiebestanden met de hand moet beheren. Helm houdt bovendien releases bij, waardoor je een wijziging kunt terugdraaien naar een eerdere versie als er iets misgaat. Charts kunnen via repositories worden gedeeld, vergelijkbaar met hoe softwarepakketten worden gedistribueerd, en zijn breed inzetbaar, ook op Google Kubernetes Engine.
Honeypot
Een honeypot is een opzettelijk kwetsbaar ogend systeem of dienst die geen echte productiewaarde heeft en uitsluitend bestaat om aanvallers te lokken. Omdat geen enkele legitieme gebruiker er reden toe heeft, is vrijwel elke interactie met een honeypot per definitie verdacht, wat hem tot een waardevol detectie- en onderzoeksmiddel maakt. Beveiligers gebruiken hem om aanvalstechnieken, gereedschappen en gedrag te observeren, vroegtijdig waarschuwingen te krijgen en de echte systemen af te leiden, zonder dat daarbij werkelijke gegevens of diensten in gevaar komen. Honeypots variëren van eenvoudige nepdiensten tot volledige nagebootste omgevingen. Wel vereist het zorgvuldige isolatie, zodat een gekaapte honeypot niet als springplank naar het echte netwerk kan dienen. De verzamelde informatie helpt detectieregels en verdediging te verfijnen.

I

IaC
IaC staat voor Infrastructure as Code: het beschrijven van servers, netwerken en andere infrastructuur in machineleesbare configuratiebestanden in plaats van ze handmatig via een interface aan te klikken. Omdat de gewenste toestand in code vastligt, kun je infrastructuur reproduceerbaar uitrollen, in versiebeheer plaatsen, reviewen en bij fouten terugdraaien, net als gewone broncode. Dat maakt omgevingen consistent en voorkomt verschillen die ontstaan door handwerk. Veel IaC-tools werken declaratief: je beschrijft het eindresultaat en de tool bepaalt zelf welke wijzigingen nodig zijn om daar te komen. Het verlaagt het risico op configuratiefouten en maakt audits eenvoudiger. Bekende voorbeelden zijn Terraform en, specifiek voor Google Cloud, Config Connector en Cloud Deployment Manager.
IAM-rol
Een IAM-rol is in Google Cloud een verzameling rechten die samen bepalen welke acties op welke resources zijn toegestaan. Via Identity and Access Management ken je zo'n rol toe aan een principal, bijvoorbeeld een gebruiker, een groep of een serviceaccount, waardoor die precies de toegang krijgt die bij de taak hoort. Google onderscheidt basisrollen, vooraf gedefinieerde rollen die op specifieke diensten zijn afgestemd, en aangepaste rollen die je zelf samenstelt. Het toekennen van rollen volgt idealiter het principe van least privilege: geef niet meer rechten dan nodig om de kans op misbruik en fouten te beperken. Een goede rol- en toegangsstructuur is een hoeksteen van de beveiliging van een Google Cloud-omgeving.
Idempotentie
Idempotentie is de eigenschap dat een handeling meerdere keren uitvoeren precies hetzelfde eindresultaat oplevert als die handeling een keer uitvoeren. De eerste aanroep kan iets veranderen, maar elke herhaling daarna laat de toestand ongewijzigd. Dit is belangrijk bij betrouwbare API's en gedistribueerde systemen, omdat verzoeken kunnen mislukken of dubbel binnenkomen door netwerkproblemen of automatische herhalingen. Door bewerkingen idempotent te maken, vaak met een idempotency key, kan een client veilig opnieuw proberen zonder dat er bijvoorbeeld twee betalingen of twee identieke records ontstaan. In Google Cloud zie je dit terug bij API-ontwerp en bij infrastructuur als code, waar het meerdere keren toepassen van dezelfde configuratie tot dezelfde gewenste eindtoestand moet leiden.
Idle Session
Een inactieve sessie is een aangemelde sessie waarin gedurende een bepaalde tijd geen gebruikersactiviteit plaatsvindt, zoals geen kliks, toetsaanslagen of verzoeken. Beveiligingsbeleid koppelt hieraan vaak een time-out: na het verstrijken van die periode wordt de gebruiker automatisch uitgelogd of moet hij opnieuw verifiëren. Dit beperkt het risico dat een onbeheerd of gestolen apparaat misbruikt wordt om bij gevoelige gegevens te komen. In Google Workspace kunnen beheerders sessieduur en herauthenticatie instellen via de Admin-console en Context-Aware Access, bijvoorbeeld een kortere geldigheid voor risicovollere bronnen. Het inkorten van de sessieduur verhoogt de veiligheid, maar vraagt gebruikers vaker opnieuw in te loggen.
IIS
IIS staat voor Internet Information Services, de ingebouwde webserver van Windows Server om websites, web-API's en webapplicaties te hosten. IIS verwerkt inkomende HTTP- en HTTPS-verzoeken, beheert sites en application pools, en werkt nauw samen met het Windows-platform en met .NET-applicaties. Beheerders configureren het via een grafische beheerconsole of met PowerShell, en kunnen functies zoals authenticatie, compressie en TLS-certificaten per site instellen. IIS is daarmee de tegenhanger van webservers als Apache en Nginx in de Windows-wereld. Wil je een op IIS draaiende applicatie naar Google Cloud brengen, dan kun je die op een Windows-VM in Compute Engine blijven draaien, of de applicatie containeriseren en op Cloud Run of Google Kubernetes Engine uitrollen voor een meer schaalbare, beheerde opzet.
Image (container)
Een container-image is een onveranderlijk, kant-en-klaar sjabloon dat een applicatie samen met al haar afhankelijkheden bundelt: de code, runtime, systeembibliotheken en configuratie. Uit een image start je telkens identieke containers, ongeacht of dat op je laptop, in een testomgeving of in productie gebeurt. Dat lost het klassieke probleem op dat iets "op mijn machine wel werkt". Een image is opgebouwd uit lagen die op elkaar stapelen, waardoor gedeelde lagen maar een keer hoeven te worden opgeslagen en verstuurd. In de Google Cloud-context bouw je images en bewaar je ze doorgaans in Artifact Registry, om ze vervolgens uit te rollen op diensten als Cloud Run of Google Kubernetes Engine.
IMAP
IMAP staat voor Internet Message Access Protocol, het standaardprotocol waarmee een e-mailclient berichten op een mailserver benadert en synchroniseert. Anders dan het oudere POP3, dat berichten doorgaans downloadt en lokaal opslaat, laat IMAP de e-mail op de server staan en houdt het de toestand, zoals gelezen-markeringen, mappen en verwijderingen, gelijk over al je apparaten. Open je een mail op je telefoon, dan zie je dezelfde status terug op je laptop. Binnen Google Workspace en Gmail kun je IMAP aanzetten om Gmail te koppelen aan externe programma's als Outlook of Apple Mail. Beheerders kunnen IMAP per organisatie in- of uitschakelen, en omdat het verkeer over TLS hoort te lopen, is een correcte versleutelde verbinding belangrijk voor de veiligheid.
Import Tool
Een Import Tool, of importtool, is een hulpmiddel waarmee bestaande gegevens worden overgezet naar Google Workspace, bijvoorbeeld vanuit een ander mailsysteem, een vorige provider of lokale bestanden. Google biedt hiervoor verschillende oplossingen, zoals de Data Migration Service voor e-mail, agenda's en contacten, en het Google Workspace Migrate-platform voor grotere migraties van data en gedeelde mappen. Zulke tools nemen berichten, mappenstructuren en metadata mee zodat gebruikers na de overstap zo min mogelijk kwijtraken. Een geslaagde import vraagt om voorbereiding: brongegevens opschonen, accounts en aliassen vooraf koppelen en een testronde draaien op een kleine groep. Let bij migraties ook op privacy en toegangsrechten, zodat gevoelige data tijdens het overzetten beschermd blijft.
Incognito Mode
De incognitomodus is een privémodus in Google Chrome en andere browsers waarin lokaal geen browsegeschiedenis, cookies of formuliergegevens worden bewaard zodra je het venster sluit. Het is vooral handig op gedeelde of openbare computers, of om even zonder bestaande inlogsessies een site te bekijken. Incognito maakt je echter niet anoniem op het internet: je werkgever, schoolnetwerk, internetprovider en de bezochte websites kunnen je activiteit nog steeds zien, en gedownloade bestanden en bladwijzers blijven bestaan. In een beheerde Google Workspace-omgeving kunnen beheerders de incognitomodus zelfs uitschakelen, bijvoorbeeld om te zorgen dat browse-activiteit traceerbaar blijft of dat beleid niet wordt omzeild.
Inferentie
Inferentie is de fase waarin een reeds getraind AI-model wordt gebruikt om op nieuwe invoer een antwoord of voorspelling te genereren. Het staat tegenover de trainingsfase, waarin het model zijn parameters leert uit grote hoeveelheden data; bij inferentie liggen die parameters vast en doet het model puur het werk van toepassen. Elke keer dat je een vraag aan een chatassistent stelt of een tekst laat samenvatten, vindt er inferentie plaats. Omdat inferentie bij grote modellen veel rekenkracht en geheugen vraagt en vaak in realtime moet gebeuren, vormen de kosten en de snelheid ervan een belangrijke overweging bij het in productie brengen van AI. In Google Cloud draai je inferentie schaalbaar via Vertex AI, dat modellen achter een beheerd eindpunt aanbiedt zodat applicaties er voorspellingen aan kunnen opvragen.
Ingress
Ingress is het onderdeel van Kubernetes dat regelt hoe verkeer van buiten het cluster de juiste interne diensten bereikt. In plaats van elke dienst apart aan de buitenwereld bloot te stellen, definieer je in een Ingress-resource routeringsregels op basis van bijvoorbeeld hostnaam en URL-pad, zodat een aanvraag automatisch bij de bijbehorende dienst terechtkomt. Een Ingress wordt pas actief in combinatie met een Ingress-controller, het programma dat de regels daadwerkelijk uitvoert. Vaak handelt Ingress ook HTTPS-terminatie af, waardoor het beheer van TLS-certificaten op een centrale plek gebeurt. In Google Kubernetes Engine koppelt een Ingress doorgaans aan een Google Cloud-loadbalancer, die het externe verkeer naar de pods verdeelt.
IP Allowlist
Een IP Allowlist, of IP-toestaanlijst, is een lijst met vertrouwde IP-adressen die expliciet toegang krijgen tot een dienst, terwijl al het overige verkeer wordt geweigerd of strenger wordt gecontroleerd. Het werkt volgens het principe dat alleen wat op de lijst staat wordt toegelaten, in tegenstelling tot een blocklist die juist bekende kwaadwillende adressen tegenhoudt. Binnen Google Workspace en Google Cloud gebruik je allowlists bijvoorbeeld om SMTP-relay of beheertoegang te beperken tot de IP-reeksen van je eigen kantoor of datacenter, of om Cloud-resources af te schermen met firewallregels. Het is een doeltreffende beveiligingsmaatregel, maar vergt onderhoud: wisselende of dynamische IP-adressen, thuiswerkers en VPN's kunnen geldige gebruikers buitensluiten als de lijst niet wordt bijgehouden.

J

Jamboard
Jamboard was het digitale whiteboard van Google, beschikbaar als app en als fysiek touchscreen, waarmee teams gezamenlijk konden tekenen, notities plakken en ideeën visueel uitwerken binnen Google Workspace. Het integreerde met Drive en Meet, zodat een whiteboardsessie tijdens een videovergadering gedeeld en bewaard kon worden. Google heeft Jamboard echter uitgefaseerd: vanaf 1 oktober 2024 ging de app in alleen-lezenmodus en op 31 december 2024 is de dienst definitief gestopt, waarna bestaande Jams werden omgezet naar pdf in Drive. Als opvolging verwijst Google naar whiteboardpartners zoals FigJam, Lucidspark en Miro, die via de Workspace Marketplace te koppelen zijn. Het begrip komt nog regelmatig voor in oudere documentatie en migratievraagstukken.
JSON
JSON staat voor JavaScript Object Notation: een licht en goed leesbaar tekstformaat om gestructureerde gegevens vast te leggen en uit te wisselen tussen systemen. Gegevens worden weergegeven als sleutel-waardeparen binnen accolades en als lijsten binnen vierkante haken, waarbij waarden tekst, getallen, booleans, null, objecten of arrays kunnen zijn. Hoewel het uit JavaScript voortkomt, is JSON taalonafhankelijk en wordt het door vrijwel elke programmeertaal ondersteund. Door zijn eenvoud en leesbaarheid is het uitgegroeid tot de standaard voor configuratiebestanden en voor de communicatie met web-API's, waar het XML grotendeels heeft vervangen. In Google Cloud en Google Workspace leveren en verwachten vrijwel alle REST-API's hun gegevens in JSON-formaat.
JWT
JWT staat voor JSON Web Token: een compact, op zichzelf staand token waarin gegevens in JSON-vorm zijn opgeslagen en dat digitaal is ondertekend. Een JWT bestaat uit drie delen, een header, een payload met claims zoals gebruikers-ID en geldigheidsduur, en een handtekening, gescheiden door punten en gecodeerd in Base64URL. Dankzij de handtekening kan de ontvanger controleren dat de inhoud niet is gewijzigd, zonder de server steeds te hoeven raadplegen. JWT's worden veel gebruikt voor authenticatie en autorisatie bij API's en in single sign-on. Let op dat de payload alleen gecodeerd en niet versleuteld is, dus geheime gegevens horen er niet in, en kies altijd een korte geldigheidsduur. Google gebruikt ondertekende JWT's onder meer bij OpenID Connect en service-accounts.

K

Knowledge Panel
Een kennispaneel is een informatievenster dat Google automatisch toont bij een zoekopdracht naar een herkenbare entiteit, zoals een persoon, bedrijf, plaats of begrip. Op desktop verschijnt het meestal rechts naast de resultaten en op mobiel bovenaan, met een compacte samenvatting van feiten, afbeeldingen en relevante links. De inhoud komt uit Google's Knowledge Graph, een grote kennisbank die informatie van het open web combineert; panelen worden algoritmisch samengesteld en verschijnen pas als er voldoende betrouwbare informatie over de entiteit beschikbaar is. Voor organisaties is een kennispaneel waardevol omdat het in één oogopslag een geloofwaardig profiel toont. De term wordt soms ruimer gebruikt voor vergelijkbare informatiepanelen binnen Google-diensten.
Kubernetes
Kubernetes is een open source systeem dat het uitrollen, schalen en beheren van containers automatiseert over een cluster van meerdere servers. In plaats van containers handmatig op afzonderlijke machines te starten, beschrijf je de gewenste toestand, bijvoorbeeld hoeveel kopieën van een applicatie moeten draaien, en Kubernetes zorgt dat die toestand behouden blijft: het verdeelt containers over de beschikbare servers, herstart kapotte exemplaren en schaalt op of af op basis van belasting. Het oorspronkelijk door Google ontwikkelde project, vaak afgekort als K8s, is uitgegroeid tot de standaard voor container-orkestratie. Binnen Google Cloud biedt Google Kubernetes Engine een beheerde variant waarbij Google het cluster en de onderliggende infrastructuur grotendeels voor je onderhoudt.

L

Large Language Model
Een Large Language Model (LLM) is een neuraal netwerk met miljarden parameters dat getraind is op enorme hoeveelheden tekst en daarna voorspelt welk woord of tekststuk waarschijnlijk volgt op een gegeven invoer. Door dat patroonherkennen op grote schaal kan een LLM teksten samenvatten, vragen beantwoorden, vertalen, code schrijven en gesprekken voeren, zonder dat het regels expliciet ingeprogrammeerd zijn. Bekende voorbeelden zijn de Gemini-modellen van Google, GPT van OpenAI en Claude van Anthropic. In de praktijk vormen LLM's de motor onder chatassistenten en AI-functies in Google Workspace, zoals het opstellen en samenvatten van tekst in Gmail en Docs. Belangrijk om te beseffen: een LLM redeneert niet over feiten maar over taalpatronen, dus de uitvoer moet je bij belangrijke beslissingen altijd controleren.
Latentie
Latentie is de vertraging tussen het moment dat een verzoek wordt verstuurd en het moment dat het antwoord binnenkomt, meestal gemeten in milliseconden. Een lagere latentie betekent een snellere, vlottere ervaring; een hoge latentie voelt traag of haperend aan, bijvoorbeeld bij videobellen, online gamen of het laden van een webpagina. De vertraging ontstaat onder meer door de fysieke afstand die signalen afleggen, de verwerkingstijd op servers en de route die het netwerkverkeer aflegt. Latentie verschilt van bandbreedte: bandbreedte zegt hoeveel data per seconde door de leiding past, terwijl latentie zegt hoe snel het eerste antwoord arriveert. In de cloud verkleinen technieken zoals datacenters dicht bij de gebruiker en een CDN de latentie merkbaar.
LDAP
LDAP staat voor Lightweight Directory Access Protocol, een open standaard om gegevens in een directory te bevragen en te beheren, zoals gebruikers, groepen, computers en hun eigenschappen. Het vormt de basis onder veel identiteitssystemen, waaronder Microsoft Active Directory, en wordt vaak gebruikt om centraal in te loggen en toegangsrechten te regelen. Binnen de Google-wereld biedt Google Cloud de Secure LDAP-dienst, waarmee oudere, on-premise applicaties die alleen LDAP spreken toch kunnen authenticeren tegen Google Cloud Identity. Zo blijft een legacy-toepassing bruikbaar terwijl het gebruikersbeheer naar de cloud verschuift. Omdat LDAP gevoelige accountgegevens ontsluit, is een versleutelde verbinding via LDAPS of TLS essentieel, evenals strak ingeregelde toegangsrechten op de directory zelf.
Least privilege
Least privilege is het beveiligingsprincipe dat iedere gebruiker, dienst of proces alleen de minimaal benodigde rechten krijgt om zijn taak uit te voeren, en niet meer. Door toegang strak te beperken blijft de schade beperkt wanneer een account wordt gecompromitteerd of een fout optreedt: een aanvaller of een lek kan immers alleen bij dat wat strikt noodzakelijk was toegekend. Het principe vraagt om bewuste, fijnmazige rechtenverdeling, het vermijden van te brede beheerdersrollen, en het periodiek opschonen van rechten die niet langer nodig zijn. Idealiter worden rechten tijdelijk en op aanvraag verstrekt in plaats van permanent. In Google Cloud en Workspace pas je dit toe via IAM met specifieke rollen op het juiste niveau, en het vormt samen met secret management en netwerkscheiding de basis van een verdediging in lagen.
Legacy systeem
Een legacy systeem is een verouderd informatiesysteem of toepassing die nog steeds in gebruik is, vaak omdat het bedrijfskritische processen ondersteunt. Zulke systemen draaien regelmatig op oude technologie of programmeertalen, zijn lastig te onderhouden en worden door weinig mensen nog goed begrepen. Vervangen is risicovol en duur, waardoor organisaties ze vaak langer houden dan wenselijk is. De keerzijde is dat legacy systemen beveiligingsrisico's kunnen vormen en moeilijk koppelen aan moderne clouddiensten. Bij een overstap naar Google Workspace of Google Cloud vormen legacy mailservers, on-premises applicaties of verouderde authenticatiemethoden vaak het lastigste onderdeel van de migratie en vragen ze om een doordacht uitfaseringsplan.
Less Secure Apps
Less Secure Apps (minder veilige apps) is de term die Google gebruikte voor oudere applicaties die alleen met een gebruikersnaam en wachtwoord inlogden, zonder moderne beveiliging zoals OAuth of meervoudige verificatie. Denk aan verouderde mailprogramma's, scripts of apparaten die rechtstreeks met je Google-wachtwoord verbinding maakten. Omdat zulke toegang kwetsbaar is voor wachtwoorddiefstal en phishing, heeft Google deze mogelijkheid voor Google Workspace en consumentenaccounts uitgefaseerd. Toepassingen moeten nu inloggen via OAuth 2.0, en waar dat niet kan kun je werken met app-wachtwoorden in combinatie met tweestapsverificatie. Het blokkeren van minder veilige apps verkleint het aanvalsoppervlak van een organisatie aanzienlijk.
License
Een License, of licentie, bepaalt welk pakket en daarmee welke functionaliteiten een gebruiker binnen Google Workspace tot zijn beschikking heeft. Elke abonnementsvorm, bijvoorbeeld Business Starter, Business Standard, Business Plus of Enterprise, ontsluit een eigen set diensten, opslagruimte en beveiligingsopties. Een beheerder wijst licenties toe via de Admin-console, per gebruiker of automatisch per organisatie-eenheid, en kan ze ook weer intrekken of omzetten naar een ander niveau. Het aantal toegewezen licenties bepaalt mede de kosten van een abonnement, dus goed licentiebeheer helpt zowel het budget als de beveiliging: ongebruikte of vertrokken accounts horen hun licentie kwijt te raken. Naast de basislicentie bestaan er aanvullende licenties voor specifieke functies zoals extra opslag of geavanceerde beveiliging.
Lint
Linten is het automatisch controleren van broncode op fouten, verdachte constructies en stijlafwijkingen voordat de code wordt uitgevoerd of samengevoegd. Een linter analyseert de code statisch, dus zonder hem te draaien, en wijst bijvoorbeeld op ongebruikte variabelen, mogelijke bugs, onveilige patronen en afwijkingen van de afgesproken codestijl. Zo worden problemen vroeg gevonden en blijft een codebase consistent, ook als er meerdere mensen aan werken. Bekende voorbeelden zijn ESLint voor JavaScript en TypeScript en flake8 of Ruff voor Python. In de context van Google Cloud draait linting vaak automatisch in een CI/CD-pipeline, bijvoorbeeld in Cloud Build, zodat code met fouten of stijlproblemen al voor het mergen wordt tegengehouden.
llama.cpp
llama.cpp is een efficiënte, in C en C++ geschreven implementatie om taalmodellen lokaal te draaien, met als nadrukkelijk doel dat dit ook kan op een gewone processor zonder zware grafische kaart. Het project richt zich sterk op gekwantiseerde modellen, waardoor grote taalmodellen passen binnen het geheugen van alledaagse hardware en toch redelijk snel reageren. Het ondersteunt waar beschikbaar ook versnelling via een GPU, maar de kracht zit in de brede inzetbaarheid op uiteenlopende systemen. llama.cpp vormt de basis onder veel gebruiksvriendelijkere tools en gebruikt het GGUF-bestandsformaat voor modellen. Voor wie controle wil over hoe een lokaal model draait, is het een veelgebruikt fundament.
LLM
LLM staat voor Large Language Model: een type AI-model dat is getraind op enorme hoeveelheden tekst en daardoor menselijke taal kan begrijpen en genereren. Een LLM voorspelt telkens het meest waarschijnlijke volgende stukje tekst op basis van wat eraan voorafging, en kan zo vragen beantwoorden, samenvatten, vertalen, code schrijven en gesprekken voeren. De modellen zijn gebaseerd op de transformer-architectuur en bevatten miljarden parameters die tijdens training worden afgesteld. Bekende voorbeelden zijn Gemini van Google, GPT van OpenAI en Llama van Meta. Binnen Google Workspace vormen LLM's de motor achter de Gemini-assistent, die teksten kan opstellen, e-mails kan samenvatten en helpt in Documenten, Gmail en andere apps. Een belangrijk aandachtspunt is dat een LLM soms overtuigend klinkende maar onjuiste antwoorden geeft, wat hallucinatie wordt genoemd, zodat output altijd controle verdient.
LM Studio
LM Studio is een desktopapplicatie waarmee je open taalmodellen lokaal kunt zoeken, downloaden, draaien en testen via een grafische interface, zonder dat je de opdrachtregel nodig hebt. Je kiest een model, downloadt het, en chat er vervolgens mee in een venster dat lijkt op een gewone chatapp. Daarnaast kan LM Studio een lokale server starten zodat eigen applicaties het model kunnen aanspreken. Het ondersteunt onder meer GGUF-modellen en draait op de gangbare besturingssystemen. Voor wie lokale AI wil verkennen of vergelijken zonder technische installatie, biedt LM Studio een toegankelijke, visuele manier om modellen te beproeven terwijl alle gegevens op het eigen apparaat blijven.
Load Balancer
Een load balancer verdeelt inkomend netwerkverkeer over meerdere servers, zodat geen enkele server overbelast raakt en de dienst beschikbaar en snel blijft. Hij fungeert als verkeersregelaar voor je applicatie: aanvragen van gebruikers komen eerst bij de load balancer binnen, die ze vervolgens slim doorstuurt naar de server met de meeste capaciteit of de beste locatie. Valt een server uit, dan stuurt de load balancer het verkeer automatisch naar de overgebleven servers, wat de betrouwbaarheid sterk verhoogt. Daarnaast maakt hij horizontaal schalen mogelijk: je voegt simpelweg servers toe achter de load balancer om meer bezoekers aan te kunnen. In Google Cloud is Cloud Load Balancing een wereldwijd schaalbare dienst die dit verzorgt voor zowel web- als interne diensten.
Login Challenge
Een Login Challenge, of inloguitdaging, is een extra verificatiestap die Google toont wanneer een aanmelding verdacht lijkt, bijvoorbeeld vanaf een onbekend apparaat, een ongebruikelijke locatie of na meerdere mislukte pogingen. In plaats van iemand direct toe te laten, vraagt het systeem om aanvullend bewijs van identiteit, zoals een code uit de Google-app, een sms, een beveiligingssleutel of het beantwoorden van een herstelvraag. Zo wordt voorkomen dat een gestolen wachtwoord alleen al genoeg is om binnen te komen. Login challenges vormen samen met tweestapsverificatie een belangrijke laag in de accountbeveiliging van Google Workspace. Beheerders kunnen het gedrag deels sturen via beleid, en gebruikers verkleinen de kans op onnodige uitdagingen door vertrouwde apparaten en actuele herstelgegevens te onderhouden.
Lokale LLM
Een lokale LLM is een groot taalmodel dat volledig op je eigen computer of server draait, zonder dat invoer naar een externe cloud wordt gestuurd. Omdat de verwerking lokaal gebeurt, verlaten je prompts en gegevens je eigen omgeving niet, wat voordelen biedt voor privacy, gegevensbescherming en het werken met gevoelige of vertrouwelijke informatie. Daarnaast kan de latentie lager zijn en blijf je onafhankelijk van internetverbinding of externe kosten per gebruik. Tegenover deze voordelen staat dat je zelf voldoende geheugen en rekenkracht moet hebben en het beheer op je neemt. Tools zoals Ollama en LM Studio en projecten zoals llama.cpp maken het draaien van een lokale LLM toegankelijk.
Looker Studio
Looker Studio is de gratis tool van Google voor het maken van interactieve dashboards en rapportages, voorheen bekend als Data Studio. Je verbindt gegevensbronnen, zoals Google Sheets, BigQuery, Google Ads en Analytics, en bouwt daar grafieken, tabellen en filters mee die automatisch meebewegen met de onderliggende data. Rapporten zijn eenvoudig te delen, net als een Google-document, en kunnen door meerdere mensen tegelijk worden bekeken. Het is bedoeld om ruwe cijfers begrijpelijk te presenteren voor besluitvorming, zonder dat lezers de brongegevens hoeven te kennen. Voor Workspace- en Cloud-gebruikers is het een laagdrempelige manier om data te visualiseren; voor zwaardere modellering bestaat het bredere, betaalde Looker-platform.

M

Mail gateway
Een mail gateway is een server die alle inkomende en uitgaande e-mail van een organisatie controleert voordat het verkeer wordt doorgelaten. De gateway scant berichten op spam, phishing, virussen en schadelijke bijlagen, past beleidsregels toe zoals het blokkeren of in quarantaine plaatsen van verdachte mail, en kan ook gegevenslekken helpen voorkomen. Daarmee vormt het een centrale beveiligingslaag tussen het internet en de mailboxen van medewerkers. Sommige organisaties zetten een aparte gateway voor hun mailomgeving, terwijl Google Workspace veel van deze functies ingebouwd levert via Gmail-spamfilters, geavanceerde phishingbescherming en de regels in de beheerconsole. Een externe gateway kun je desgewenst via mailrouting vóór of na Gmail plaatsen.
Mail Relay
Een Mail Relay, of mailrelay, is een server die e-mail doorstuurt namens andere systemen, zodat berichten van bijvoorbeeld applicaties, printers of scanners via een betrouwbaar mailkanaal de wereld in gaan. Binnen Google Workspace biedt de SMTP-relayservice deze rol: apparaten of software die zelf niet als volwaardige mailserver fungeren, leveren hun bericht aan bij Google, dat het vervolgens namens jouw domein aflevert. Dat is handig voor geautomatiseerde meldingen en systeemmails, en het zorgt dat uitgaande post de juiste authenticatie meekrijgt. Juist daarom is een relay een gevoelig punt voor de beveiliging: zonder beperkingen op toegestane IP-adressen, verplichte authenticatie en correct ingestelde SPF, DKIM en DMARC kan een open relay worden misbruikt voor spam of phishing onder jouw naam.
Mailinglijst
Een mailinglijst is een e-mailadres dat een binnenkomend bericht automatisch doorstuurt naar alle leden van de lijst, zodat je met een enkele mail in een keer een hele groep bereikt. Het verschilt van een gewone groep doordat het vaak gaat om discussie of nieuwsbrieven waarbij leden onderling kunnen reageren of zich zelf kunnen aan- en afmelden. In Google Workspace vervul je dit doorgaans met Google Groepen, waarmee een beheerder leden, machtigingen en moderatie kan instellen. Omdat een mailinglijst berichten doorstuurt en soms een onderwerp-prefix of voettekst toevoegt, kan de oorspronkelijke DKIM-handtekening breken; standaarden als ARC zijn juist bedoeld om de echtheidscontrole van zulke doorgestuurde mail te behouden.
Mainframe
Een mainframe is een krachtige centrale computer die stamt uit het tijdperk van vóór pc-netwerken en is gebouwd voor grootschalige, betrouwbare gegevensverwerking. Mainframes blinken uit in het verwerken van enorme aantallen transacties per seconde met zeer hoge beschikbaarheid en sterke beveiliging, en draaien vaak jarenlang zonder onderbreking. Hoewel ze door velen als verouderd worden gezien, zijn ze nog steeds in gebruik bij organisaties met intensieve verwerking, zoals banken, verzekeraars, luchtvaartmaatschappijen en overheden, waar continuïteit cruciaal is. In moderne IT-strategieën worden mainframe-systemen vaak gekoppeld aan of geleidelijk gemigreerd naar de cloud, zodat bestaande kernapplicaties behouden blijven terwijl nieuwe diensten elders draaien.
Malware
Malware is een verzamelnaam voor schadelijke software die is bedoeld om systemen te beschadigen, gegevens te stelen of ongemerkt controle over een apparaat te krijgen. Er bestaan veel verschijningsvormen, zoals virussen, wormen, trojaanse paarden, spyware en ransomware, die data versleutelt en losgeld eist. Malware verspreidt zich vaak via e-mailbijlagen, geinfecteerde downloads of misleidende links, waardoor phishing en malware nauw met elkaar samenhangen. Binnen Google Workspace helpen ingebouwde beschermingen tegen besmetting: Gmail scant bijlagen, Google Drive controleert bestanden en Safe Browsing waarschuwt voor gevaarlijke websites. Toch blijft bewustwording cruciaal, want geen enkel filter is volledig sluitend. Niet openen van onverwachte bijlagen, software up-to-date houden en sterke authenticatie gebruiken verkleinen het risico aanzienlijk.
Managed Browser
Een beheerde browser is een browser, in de praktijk vaak Google Chrome, die centraal door de IT-afdeling wordt geconfigureerd en gemonitord. Via Chrome Browser Cloud Management of de Google Admin-console stellen beheerders beleid in voor alle toestellen tegelijk: toegestane of geblokkeerde extensies, verplichte beveiligingsinstellingen, het afdwingen van updates en het beperken van bepaalde functies. Ook krijgen ze inzicht in welke browserversies en extensies binnen de organisatie draaien. Zo wordt het surfgedrag veiliger en consistenter zonder dat elke gebruiker zelf iets hoeft in te stellen. Voor bedrijven die met Google Workspace en webgebaseerde tools werken, is een beheerde browser een belangrijk instrument voor beveiliging en naleving van beleid.
Mbox
Een mbox is een bestandsformaat dat een volledige mailbox als één plat tekstbestand opslaat: alle berichten staan achter elkaar, telkens gescheiden door een From-regel die het begin van een nieuw bericht markeert. Het wordt veel gebruikt om mail te archiveren of te exporteren, bijvoorbeeld via Google Takeout, Thunderbird of een IMAP-backup, en is daarmee een handig formaat om je correspondentie veilig buiten een mailprovider te bewaren. Omdat een mbox al snel honderden megabytes tot enkele gigabytes groot wordt, is hij lastig te openen in een gewone teksteditor; gebruik daarvoor een mailclient of de Cloud Captains Mbox Viewer, die het bestand indexeert en doorzoekbaar maakt op afzender, onderwerp, datum en inhoud zonder dat je het volledig in het geheugen hoeft te laden.
MCP
MCP staat voor Model Context Protocol, een open standaard die definieert hoe AI-modellen op een uniforme manier verbinding maken met externe tools, bestanden en databronnen. In plaats van voor elke combinatie van model en systeem een eigen koppeling te bouwen, biedt een MCP-server een gestandaardiseerde toegang die elke MCP-compatibele client kan gebruiken. Het protocol werd door Anthropic geintroduceerd en wordt inmiddels breed ondersteund. Voor een AI-agent betekent dit dat hij via een vaste afspraak een agenda, een documentopslag of een interne database kan benaderen. Het maakt integraties herbruikbaar en overzichtelijk, maar vereist net als elke koppeling zorgvuldig beheer van toegangsrechten en authenticatie.
MFA
MFA (Multi-Factor Authentication, meervoudige verificatie) is een beveiligingsmethode waarbij een gebruiker bij het inloggen naast het wachtwoord nog minstens één extra bewijs van identiteit moet leveren. Die extra factor komt uit een andere categorie, zoals iets dat je hebt (een authenticator-app, een fysieke beveiligingssleutel of een code per SMS) of iets dat je bent (een vingerafdruk). Doordat een aanvaller dan niet genoeg heeft aan alleen een gestolen of geraden wachtwoord, vermindert MFA de kans op accountovername sterk. In Google Workspace activeer en verplicht je MFA, daar verificatie in twee stappen genoemd, via de Admin Console; passkeys en hardware security keys gelden daarbij als de meest phishingbestendige opties.
Microservices
Microservices is een architectuurstijl waarbij een applicatie wordt opgebouwd uit veel kleine, onafhankelijke diensten die elk een afgebakende taak vervullen en via lichte interfaces zoals HTTP-API's of berichtenwachtrijen communiceren. Elke service kan apart worden ontwikkeld, getest, uitgerold en geschaald, vaak door een eigen team en in een eigen technologie. Dat geeft flexibiliteit en maakt grote systemen beter beheersbaar dan een monoliet, waarin alles aan elkaar vastzit. De keerzijde is meer complexiteit in netwerkverkeer, monitoring en datacoördinatie tussen services. Microservices worden vaak in containers verpakt en met een orkestrator zoals Kubernetes beheerd. In Google Cloud draai je ze typisch op Google Kubernetes Engine of als losse Cloud Run-diensten, eventueel met een service mesh voor verkeer en beveiliging tussen de diensten.
Migration
Migratie is het overzetten van data, accounts of complete diensten van het ene systeem naar het andere. In de context van Google Workspace gaat het vaak om het verhuizen van e-mail, agenda's, contacten en bestanden vanuit een bestaande omgeving zoals Microsoft 365, Exchange of een IMAP-server naar Gmail, Google Agenda en Google Drive. Google biedt hiervoor hulpmiddelen zoals Google Workspace Migrate en de data-migratieservice in de Admin-console. Een geslaagde migratie vraagt om zorgvuldige voorbereiding: in kaart brengen welke data mee moet, gebruikers informeren, een testronde draaien en controleren of niets verloren gaat. Goede planning beperkt downtime en voorkomt dat medewerkers tijdelijk zonder toegang tot hun gegevens zitten.
Minify
Minify betekent het verkleinen van broncode zoals JavaScript, CSS of HTML door alles weg te halen dat niet nodig is om hem uit te voeren: overbodige spaties, regeleinden, inspringing en commentaar, en bij JavaScript vaak ook het inkorten van variabelenamen. De code blijft functioneel identiek, maar het bestand wordt kleiner, waardoor webpagina's sneller te downloaden zijn en sneller laden voor de bezoeker. Minificatie is een standaardstap in vrijwel elke moderne build-pipeline en gaat meestal samen met compressie zoals gzip of Brotli. In de context van Google Cloud en webhosting draagt geminificeerde, gecomprimeerde code bij aan betere prestatiescores en lagere bandbreedte, en wordt dit vaak gecombineerd met caching via een CDN.
MITM
MITM staat voor Man-in-the-Middle, een aanval waarbij een kwaadwillende zich ongemerkt tussen twee communicerende partijen plaatst om verkeer af te luisteren, te onderscheppen of stiekem te wijzigen. Beide kanten denken rechtstreeks met elkaar te praten, terwijl alles via de aanvaller loopt. Klassieke voorbeelden zijn het meeluisteren op een open wifinetwerk of het vervalsen van DNS- of certificaatgegevens. De belangrijkste verdediging is goed geïmplementeerde versleuteling met geverifieerde certificaten, zoals HTTPS via TLS, eventueel aangevuld met certificate pinning. Doordat verkeer van en naar Google-diensten standaard via TLS is versleuteld, wordt passief afluisteren sterk bemoeilijkt.
Mixture of Experts (MoE)
Mixture of Experts (MoE) is een modelarchitectuur waarin het netwerk uit meerdere gespecialiseerde deelnetwerken, de experts, bestaat, terwijl een routeringsmechanisme per invoer slechts een klein aantal van die experts activeert. Hierdoor kan een model heel veel parameters bevatten en dus veel capaciteit hebben, zonder dat het voor elke vraag al die parameters hoeft te berekenen. Het gevolg is een gunstige verhouding tussen kwaliteit en rekenkosten: krachtig waar nodig, maar efficiënter dan een even groot model dat altijd volledig wordt ingezet. MoE wordt toegepast in diverse grote taalmodellen en helpt aanbieders, waaronder Google met zijn Gemini-modellen, om schaal te combineren met betaalbare inferentie.
Mobile Management
Mobiel beheer is het centraal beheren en beveiligen van smartphones en tablets die toegang hebben tot bedrijfsgegevens. In Google Workspace gebeurt dit via Endpoint-beheer in de Admin-console, waarmee beheerders beleid kunnen afdwingen zoals een verplichte schermvergrendeling, sterke pincode, versleuteling en de mogelijkheid om een verloren of gestolen toestel op afstand te wissen. Er is een onderscheid tussen basisbeheer, dat zonder extra app werkt, en geavanceerd beheer, dat meer controle geeft over apps en instellingen. Zo blijft bedrijfsdata beschermd, ook wanneer medewerkers hun eigen toestel gebruiken, en kan een beheerder selectief alleen de zakelijke gegevens verwijderen zonder de privégegevens van de gebruiker aan te raken.
Mobile Sync
Mobiele synchronisatie zorgt ervoor dat e-mail, contacten en agenda's automatisch gelijk lopen tussen de cloud en een smartphone of tablet. Een wijziging op het ene apparaat, zoals een nieuwe afspraak of een gelezen bericht, verschijnt zo vrijwel direct ook op de andere. In Google Workspace verloopt dit via de Google-apps of via het Google Sync-protocol voor bepaalde clients. Beheerders kunnen het mobiele beheer en de synchronisatie aansturen via de Admin-console en regels afdwingen, zoals een verplichte schermvergrendeling of de mogelijkheid om bedrijfsgegevens op afstand te wissen bij verlies of diefstal. Zo blijven medewerkers onderweg productief terwijl bedrijfsdata beschermd blijft.
MTA-STS
MTA-STS (Mail Transfer Agent Strict Transport Security) is een standaard die afdwingt dat inkomende mail naar jouw domein altijd versleuteld via TLS wordt bezorgd. Zonder MTA-STS kan een aanvaller de verbinding manipuleren en de versleuteling laten wegvallen, waardoor berichten alsnog leesbaar over het netwerk gaan. Met een gepubliceerd MTA-STS-beleid weten verzendende servers dat zij TLS moeten gebruiken en een geldig certificaat moeten vinden, anders wordt het bericht niet bezorgd. Het beleid kent drie standen: none schakelt het uit, testing controleert maar weigert niets en rapporteert problemen, en enforce weigert bezorging zonder geldige TLS-verbinding. De geadviseerde uitrol is eerst testing om problemen op te sporen, en daarna enforce. Google Workspace ondersteunt MTA-STS voor inkomende mail.
mTLS
mTLS staat voor mutual TLS en is een versleutelde verbinding waarbij niet alleen de server, maar ook de client zich met een certificaat bewijst. Bij gewone TLS toont alleen de server zijn identiteit en blijft de client anoniem; bij mTLS verifiëren beide partijen elkaar voordat er gegevens worden uitgewisseld, zodat wederzijdse authenticatie en versleuteling in één handeling tot stand komen. Dit voorkomt dat een onbekende of nagemaakte client zomaar verbinding maakt en past goed binnen een zero-trustaanpak, waarin geen enkele partij op voorhand wordt vertrouwd. Het wordt veel toegepast bij dienst-tot-dienstverkeer tussen microservices en bij API's met strenge eisen. In Google Cloud ondersteunen onder meer Anthos Service Mesh en BeyondCorp mTLS om interne communicatie wederzijds te authenticeren.
MTU
MTU staat voor Maximum Transmission Unit en geeft de grootste hoeveelheid data aan die in een enkel netwerkpakket past, zonder dat het hoeft te worden opgesplitst. Voor de meeste ethernetnetwerken ligt deze waarde standaard op 1500 bytes. Past data niet in een pakket, dan wordt deze gefragmenteerd in kleinere stukken, wat extra overhead en vertraging kan geven. Een verkeerd ingestelde MTU is een bekende oorzaak van trage of haperende verbindingen, vooral bij VPN's en tunnels waar extra headers de bruikbare ruimte verkleinen. Het zorgvuldig afstemmen van de MTU langs het hele pad voorkomt onnodige fragmentatie en houdt de doorvoer optimaal.
Multimodaal
Multimodaal beschrijft een AI-model dat meer dan een soort invoer of uitvoer aankan, dus naast tekst ook afbeeldingen, audio of video begrijpt en met elkaar in verband brengt. In plaats van losse modellen voor elke modaliteit verwerkt zo'n model bijvoorbeeld een foto en een vraag erover in dezelfde redenering. Gemini is een bekend voorbeeld: je kunt een schermafbeelding, een document of een spraakfragment meegeven en daar tekstueel antwoord op krijgen. Binnen Google Workspace en Google Cloud maakt dit handige toepassingen mogelijk, zoals het samenvatten van een PDF met grafieken, het beschrijven van een afbeelding of het verwerken van gesproken instructies, zonder dat je zelf hoeft over te schakelen tussen gespecialiseerde tools.
MX Record
Een MX-record (Mail Exchange) is een DNS-instelling die aangeeft welke mailserver verantwoordelijk is voor het ontvangen van e-mail voor een domein. Wanneer iemand een bericht stuurt naar een adres op jouw domein, kijkt de verzendende server in de DNS welke MX-records bij dat domein horen en levert de mail af bij de aangewezen server. Elk MX-record heeft een prioriteitswaarde: een lager getal betekent een hogere voorkeur, zodat back-upservers kunnen worden gebruikt als de eerste niet bereikbaar is. Wie Gmail wil gebruiken voor een eigen domein, zet de MX-records van het domein naar de mailservers van Google. Onjuiste MX-records zijn een veelvoorkomende oorzaak van mail die niet binnenkomt, dus correcte configuratie is essentieel.

N

NAT
NAT staat voor Network Address Translation en is de techniek waarmee meerdere apparaten in een privénetwerk samen via een enkel openbaar IP-adres met het internet communiceren. De router herschrijft daarbij de bron- en doeladressen in de pakketten en houdt in een tabel bij welk intern apparaat bij welke verbinding hoort, zodat antwoorden bij het juiste toestel terechtkomen. NAT verlicht de schaarste aan publieke IPv4-adressen en biedt en passant een eerste beschermingslaag, omdat interne adressen van buitenaf niet zichtbaar zijn. In Google Cloud zorgt Cloud NAT ervoor dat instanties zonder eigen publiek IP-adres toch uitgaand verkeer naar het internet kunnen sturen, bijvoorbeeld voor updates, zonder zelf bereikbaar te zijn.
Node (Kubernetes)
Een node is een werkmachine binnen een Kubernetes-cluster, fysiek of virtueel, waarop de pods met de daadwerkelijke applicaties draaien. Elke node beschikt over een container-runtime en over Kubernetes-componenten die instructies van het besturende deel van het cluster ontvangen en uitvoeren, zoals het starten en bewaken van pods. Het cluster verdeelt de werklast automatisch over de beschikbare nodes op basis van capaciteit en regels, en kan pods verplaatsen wanneer een node uitvalt. Door nodes toe te voegen of weg te halen schaal je de totale capaciteit op of af. In Google Kubernetes Engine zijn nodes doorgaans virtuele machines op Compute Engine, die in node pools worden gegroepeerd en automatisch kunnen meeschalen.
NotebookLM
NotebookLM is een AI-onderzoeksassistent van Google die zijn antwoorden baseert op bronnen die jij zelf uploadt, zoals documenten, pdf's, websites of notities. In plaats van uit algemene kennis te putten, blijft NotebookLM bij jouw materiaal en verwijst het bij elk antwoord terug naar de passages waaruit het put, zodat je de informatie kunt controleren. Hierdoor is de kans op verzonnen feiten kleiner dan bij een open chatbot. Het is handig om snel grote hoeveelheden tekst te doorgronden, samenvattingen te maken, vragen te stellen over je eigen stukken en zelfs een gesproken audio-overzicht te laten genereren. Voor kenniswerkers binnen Workspace is het een praktische manier om grip te krijgen op eigen bronnen.
NPU
Een NPU (Neural Processing Unit) is een chip die speciaal is ontworpen om de berekeningen achter neurale netwerken snel en zuinig uit te voeren. Anders dan een algemene processor (CPU) is een NPU geoptimaliseerd voor de vele parallelle vermenigvuldigingen die AI-modellen nodig hebben, met een gunstige verhouding tussen prestaties en stroomverbruik. Je vindt NPU's tegenwoordig in moderne laptops, telefoons en tablets, waar ze on-device AI mogelijk maken: denk aan spraakherkenning, beeldverwerking en assistenten die lokaal draaien zonder dat data naar de cloud hoeft. Dat is sneller, werkt offline en is beter voor privacy.

O

OAuth
OAuth (Open Authorization) is een open standaard waarmee een gebruiker een app of dienst toegang kan geven tot zijn gegevens bij een andere dienst, zonder daarbij het wachtwoord te delen. In plaats daarvan wordt een tijdelijk toegangstoken uitgegeven dat alleen de specifiek toegestane handelingen mag uitvoeren. Bij Google zie je dit terug in het bekende toestemmingsscherm waarin staat welke gegevens een externe app wil benaderen, bijvoorbeeld je agenda of Drive-bestanden. De gebruiker houdt controle en kan verleende toegang op elk moment intrekken via het Google-account. OAuth scheidt zo authenticatie van autorisatie: het regelt wat een app mag, niet wie je bent. Daardoor blijft het wachtwoord veilig bij de oorspronkelijke dienst en wordt de impact van een gecompromitteerde app beperkt tot de toegekende rechten.
OAuth Scope
Een OAuth-bereik (scope) beschrijft precies welke rechten een applicatie krijgt wanneer een gebruiker er toegang aan verleent via OAuth. In plaats van het wachtwoord te delen, geeft de gebruiker toestemming voor afgebakende acties, bijvoorbeeld alleen het lezen van de agenda of het verzenden van e-mail namens hem. Elke scope vertegenwoordigt zo'n specifiek toegangsniveau, en het principe is dat een app niet meer rechten zou moeten vragen dan strikt nodig (least privilege). In Google Workspace kunnen beheerders bepalen welke externe apps en scopes zijn toegestaan en gevoelige scopes blokkeren, om datalekken en misbruik door onbetrouwbare apps te voorkomen. Het beoordelen van gevraagde scopes is daarom een belangrijke beveiligingscontrole.
Offboarding
Offboarding is het gestructureerde proces van het afsluiten van een gebruikersaccount wanneer een medewerker uit dienst gaat of een rol verlaat. In Google Workspace omvat dit onder meer het opschorten of verwijderen van het account, het intrekken van toegang tot apps en data, het overdragen van eigendom van Drive-bestanden en agenda's naar een collega, en het instellen van automatische beantwoording of doorsturen van inkomende e-mail. Een zorgvuldig offboarding-proces is vooral een beveiligingskwestie: het voorkomt dat een voormalige medewerker nog toegang houdt tot bedrijfsgegevens en zorgt dat waardevolle bestanden en kennis behouden blijven voor de organisatie. Veel beheerders schorten het account eerst tijdelijk op voordat ze het definitief verwijderen, zodat data nog kan worden veiliggesteld.
Ollama
Ollama is een gratis tool waarmee je open taalmodellen lokaal op je eigen machine kunt draaien met een eenvoudig commando. Na installatie haal en start je een model met een enkele opdracht, en kun je er via de opdrachtregel of een lokale API mee communiceren. Ollama beheert het downloaden van modellen, het laden in het geheugen en het bedienen ervan, zodat je je niet hoeft te verdiepen in de onderliggende techniek. Het werkt op macOS, Linux en Windows. Voor wie experimenteert met lokale AI of een taalmodel privacyvriendelijk wil inzetten zonder gegevens naar een cloud te sturen, is Ollama een toegankelijk startpunt dat ook door eigen scripts en applicaties kan worden aangesproken.
On-device AI
On-device AI verwijst naar kunstmatige intelligentie die rechtstreeks op je eigen apparaat draait, zoals een laptop, telefoon of een toestel met een speciale NPU, in plaats van in een datacenter in de cloud. Doordat de berekeningen lokaal gebeuren, blijven gegevens op het apparaat, werkt de functie vaak ook zonder internet en is de reactietijd doorgaans kort. Voorbeelden zijn slimme toetsenbordsuggesties, beeldverwerking in de camera of spraakherkenning die offline werkt. Het verschil met een lokale LLM op een server is de nadruk op het eindapparaat van de gebruiker zelf. De keerzijde is dat apparaten beperkt zijn in geheugen en rekenkracht, waardoor on-device modellen vaak kleiner of gekwantiseerd zijn.
On-premises
On-premises (vaak afgekort tot on-prem) verwijst naar software en servers die een organisatie in eigen beheer en op een eigen of gehuurde locatie draait, bijvoorbeeld in een serverruimte of datacenter. Het is de tegenhanger van de cloud, waar de leverancier de onderliggende hardware beheert. Bij on-premises heb je zelf de volledige controle over apparatuur, updates, beveiliging en onderhoud, maar draag je ook alle kosten en verantwoordelijkheid voor stroom, koeling en vervanging. Veel organisaties combineren beide modellen in een hybride opzet. Bij een migratie naar Google Workspace of Google Cloud verschuift een on-premises mailserver of applicatie doorgaans naar een door Google beheerde dienst, waardoor het eigen beheer van die hardware vervalt.
Onboarding
Onboarding is het proces van het toevoegen en wegwijs maken van een nieuwe gebruiker binnen een organisatie. Op technisch vlak betekent dit in Google Workspace dat een beheerder een account aanmaakt, het in de juiste organisatie-eenheid plaatst, licenties en groepslidmaatschappen toekent en toegang regelt tot de benodigde apps en gedeelde drives. Daarnaast hoort bij onboarding het instellen van beveiliging zoals tweestapsverificatie en het meegeven van de juiste rechten. Goede onboarding zorgt dat een nieuwe medewerker vanaf dag één productief kan zijn met de juiste hulpmiddelen, terwijl meteen de juiste beveiligings- en beleidsinstellingen worden toegepast. Veel organisaties automatiseren deze stappen om consistentie te waarborgen en handmatige fouten te beperken.
Open relay
Een open relay is een verkeerd ingestelde mailserver die berichten doorstuurt voor iedereen, dus ook voor afzenders die niets met de server of het domein te maken hebben. Een goed geconfigureerde server stuurt alleen mail door voor eigen, geauthenticeerde gebruikers of voor zijn eigen domeinen. Een open relay vormt een groot beveiligingsrisico omdat spammers en oplichters hem misbruiken om massaal mail te versturen onder de naam van een ander, waardoor het IP-adres van de server snel op blokkeerlijsten belandt en legitieme mail niet meer aankomt. Moderne mailplatforms zoals Google Workspace zijn standaard geen open relay; verzending vereist authenticatie. Wie zelf een mailserver beheert, hoort relayen te beperken tot vertrouwde, geauthenticeerde verbindingen.
Open-weights model
Een open-weights model is een AI-model waarvan de getrainde gewichten openbaar te downloaden zijn, zoals Llama van Meta of de modellen van Mistral. Omdat je de gewichten zelf in handen hebt, kun je het model lokaal of in je eigen cloudomgeving draaien, fine-tunen op eigen data en gebruiken zonder dat elke vraag naar een externe API gaat. Dat is gunstig voor privacy, kostenbeheersing en controle. Let op het onderscheid met echt open-source: open-weights betekent dat de gewichten beschikbaar zijn, maar de licentie kan het gebruik nog beperken en de trainingsdata of het trainingsrecept worden vaak niet meegeleverd.
Organizational Policy
Organisatiebeleid verwijst naar centrale regels en instellingen die een beheerder vastlegt om gedrag van gebruikers, apparaten en diensten binnen een organisatie te sturen. In Google Workspace beheer je dit grotendeels via organisatie-eenheden in de Admin-console, waarmee je per afdeling of groep bepaalt welke functies aan- of uitstaan, welke beveiligingseisen gelden en welke apps beschikbaar zijn. In Google Cloud bestaat daarnaast de Organization Policy Service, waarmee je op het niveau van de hele organisatie, mappen of projecten dwingende beperkingen (constraints) instelt, zoals het blokkeren van bepaalde regio's of het verplichten van bepaalde configuraties. Organisatiebeleid zorgt zo voor consistentie, naleving en grip op een grote of verspreide omgeving zonder dat elke instelling handmatig per gebruiker hoeft te worden gezet.
Orkestratie
Orkestratie is het automatisch coördineren van veel losse onderdelen zodat ze samen als een geheel functioneren. In moderne infrastructuur gaat het meestal om container-orkestratie: een systeem zoals Kubernetes plant containers in op machines, schaalt ze op of af naargelang de belasting, herstart onderdelen die uitvallen en regelt netwerk en opslag ertussen. Zo hoeft een beheerder niet handmatig elke container te starten of te bewaken. Orkestratie omvat ook bredere workflows, zoals het achter elkaar uitvoeren van data- of deploytaken in de juiste volgorde met afhankelijkheden. In Google Cloud is Google Kubernetes Engine de beheerde orkestratiedienst, terwijl Cloud Composer, gebaseerd op Apache Airflow, dataworkflows orkestreert. Het is het verschil tussen losse instrumenten en een dirigent die ze laat samenspelen.
OU
Een OU (organisatie-eenheid, Organisational Unit) is een structuurelement in Google Workspace waarmee je gebruikers in een boomstructuur groepeert om instellingen en beleid gericht toe te kennen. Vanuit de Admin Console kun je per organisatie-eenheid bepalen welke diensten beschikbaar zijn, welke beveiligingsregels gelden en welke apps gebruikers mogen gebruiken. Onderliggende OU's erven standaard de instellingen van de bovenliggende eenheid, tenzij je ze expliciet overschrijft, wat fijnmazig beheer mogelijk maakt. Zo geef je bijvoorbeeld een afdeling, locatie of een groep stagiairs een afwijkende configuratie zonder de rest van de organisatie te raken. OU's bepalen primair instellingen en beleid; voor het delen van bestanden of mailinglijsten gebruik je groepen, die daar los van staan.
OWASP
OWASP staat voor Open Worldwide Application Security Project, een non-profit organisatie die gratis kennis, tools en richtlijnen rond applicatiebeveiliging beschikbaar stelt. De bekendste publicatie is de OWASP Top 10, een periodiek bijgewerkte lijst van de meest voorkomende en risicovolle kwetsbaarheden in webapplicaties, zoals injectie, gebroken toegangscontrole en onveilige configuratie. Daarnaast onderhoudt OWASP onder meer de ASVS-verificatiestandaard en een aparte Top 10 voor risico's rond grote taalmodellen. Ontwikkelaars en securityteams gebruiken deze materialen als referentie om software veiliger te bouwen en te beoordelen, ongeacht het platform of de cloudleverancier.

P

Packet
Een packet, of datapakket, is een klein blokje data waarin informatie over een netwerk wordt verstuurd. Wanneer je een bericht, bestand of webpagina verzendt, wordt het opgedeeld in vele afzonderlijke pakketjes die elk los over het netwerk reizen en bij de ontvanger weer in de juiste volgorde worden samengevoegd. Elk pakket bevat naast de eigenlijke gegevens ook een header met informatie zoals het bron- en doeladres en een volgnummer, zodat het zijn weg kan vinden en het geheel correct te herstellen is. Deze opdeling maakt netwerken efficiënt en robuust: pakketjes kunnen verschillende routes volgen en een verloren pakket kan apart opnieuw worden gestuurd. Het is een kernbegrip achter protocollen als IP en TCP.
Passkey
Een passkey is een moderne inlogmethode die het wachtwoord volledig vervangt. In plaats van iets wat je moet onthouden, gebruik je een cryptografisch sleutelpaar dat is gebaseerd op de FIDO- en WebAuthn-standaarden. De privésleutel blijft veilig op je apparaat en wordt ontgrendeld met je vingerafdruk, gezichtsherkenning of de pincode van het toestel; alleen de openbare sleutel staat bij de dienst. Omdat er geen wachtwoord wordt verstuurd of opgeslagen, zijn passkeys bestand tegen phishing, hergebruik en datalekken bij de aanbieder. Google ondersteunt passkeys voor het inloggen op Google-accounts en Workspace, waarbij de inlog vaak sneller en veiliger is dan een wachtwoord met tweestapsverificatie. Passkeys kunnen via de cloud worden gesynchroniseerd tussen apparaten of aan een enkel toestel zijn gebonden.
Password Policy
Een wachtwoordbeleid is het geheel van regels dat een organisatie instelt om te zorgen dat gebruikers veilige wachtwoorden kiezen en gebruiken. In de Google Workspace Admin-console kan een beheerder eisen vastleggen zoals een minimale lengte, het afdwingen van sterke wachtwoorden, hoe lang een wachtwoord geldig blijft en of hergebruik van eerdere wachtwoorden is toegestaan. Daarnaast kan het beleid bepalen dat een nieuwe gebruiker bij de eerste aanmelding meteen het wachtwoord moet wijzigen. Een doordacht wachtwoordbeleid verkleint de kans dat accounts worden gekraakt door zwakke of geraden wachtwoorden. In moderne beveiliging wordt een wachtwoordbeleid bij voorkeur gecombineerd met tweestapsverificatie of passkeys, omdat een wachtwoord alleen tegenwoordig zelden voldoende bescherming biedt.
Patch management
Patch management is het gestructureerd opsporen, beoordelen, testen en uitrollen van software-updates om bekende kwetsbaarheden tijdig te dichten en systemen stabiel te houden. Het gaat verder dan af en toe een update installeren: het omvat een doorlopend proces van inventariseren welke software draait, bijhouden welke patches beschikbaar zijn, prioriteren op basis van risico, controleren of een update niets breekt, en de uitrol vervolgens controleren. Goed patchbeheer verkleint de periode waarin aanvallers een bekend lek kunnen misbruiken, een venster dat vaak doorslaggevend is bij inbraken. In een cloud- en Workspace-omgeving wordt een deel hiervan door de leverancier verzorgd, terwijl je voor eigen VM-images, containers en applicatieafhankelijkheden zelf verantwoordelijk blijft. Automatisering en duidelijke afspraken over reactietijden maken het proces betrouwbaar.
Payload
De payload is de eigenlijke inhoud van een verzoek of bericht: de gegevens die je wilt versturen of ontvangen, los van de technische verpakking eromheen zoals headers, adressering en metadata. Bij een API-aanroep is de payload vaak het JSON-blok in de body van een POST- of PUT-verzoek, en bij een berichtensysteem is het de daadwerkelijke inhoud die door de queue stroomt. Het onderscheid tussen payload en omhulsel helpt bij het redeneren over grootte, validatie en beveiliging, want de payload is precies het deel dat zorgvuldig gecontroleerd moet worden. In de context van Google Cloud en AI kom je payloads tegen als de invoer en uitvoer van modelaanroepen en als de body van berichten in diensten zoals Pub/Sub.
PDOK
PDOK (Publieke Dienstverlening Op de Kaart) is een Nederlands platform dat open geo-data en kaartdiensten van de overheid centraal beschikbaar stelt. Het wordt beheerd in samenwerking tussen onder meer het Kadaster en Geonovum en biedt actuele, betrouwbare datasets zoals luchtfoto's, de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG), topografische kaarten en hoogtebestanden. De gegevens zijn gratis te gebruiken en worden ontsloten via gestandaardiseerde webservices zoals WMS, WMTS en WFS, zodat ontwikkelaars en organisaties ze rechtstreeks in eigen kaarttoepassingen, GIS-software of websites kunnen inladen. PDOK is daarmee een veelgebruikte bron voor ruimtelijke informatie in Nederland, bijvoorbeeld bij locatieanalyses, vastgoed, logistiek en overheidstoepassingen.
Pentest
Een pentest, voluit penetratietest, is een gecontroleerde en geautoriseerde nagebootste aanval op systemen, applicaties of netwerken, uitgevoerd door beveiligingsexperts. Het doel is om kwetsbaarheden te vinden en te benutten zoals een echte aanvaller dat zou doen, maar dan binnen vooraf afgesproken grenzen en met toestemming van de eigenaar. Zo wordt duidelijk welke zwakheden daadwerkelijk uitbuitbaar zijn en wat de mogelijke impact is, voordat kwaadwillenden die kans krijgen. Een pentest eindigt met een rapport met bevindingen, risico-inschatting en concrete aanbevelingen. Tests kunnen black-box, grey-box of white-box zijn, afhankelijk van hoeveel voorkennis de testers krijgen. Een pentest is een momentopname en vormt een aanvulling op doorlopende maatregelen zoals patchen, monitoring en veilige ontwikkeling.
Phishing
Phishing is een vorm van online oplichting waarbij aanvallers proberen vertrouwelijke informatie te ontfutselen, zoals inloggegevens, wachtwoorden of betaalgegevens. Dit gebeurt meestal via e-mails, berichten of nepwebsites die zich voordoen als een betrouwbare partij, bijvoorbeeld een bank, een collega of Google zelf. Het slachtoffer wordt verleid om op een link te klikken of gegevens in te vullen op een nagemaakte inlogpagina. Gmail beschikt over geavanceerde filters die veel phishing automatisch herkennen en waarschuwingen tonen, maar techniek alleen is niet genoeg: alertheid van gebruikers blijft cruciaal. Effectieve bescherming bestaat uit een combinatie van bewustwording, het controleren van afzender en links, en sterke authenticatie zoals tweestapsverificatie of passkeys, die voorkomt dat een gestolen wachtwoord direct toegang geeft.
Pod
Een pod is de kleinste eenheid die Kubernetes plant en beheert: een of meer nauw samenwerkende containers die samen op dezelfde node draaien en hetzelfde netwerk en dezelfde opslag delen. Containers binnen een pod bereiken elkaar via localhost en zien hetzelfde IP-adres, wat ze tot een logisch geheel maakt. Vaak bevat een pod een enkele hoofdapplicatie, soms aangevuld met een hulpcontainer die bijvoorbeeld logs verwerkt of configuratie aanlevert. Pods zijn bewust vluchtig: bij een storing of een nieuwe uitrol worden ze vervangen door verse exemplaren, doorgaans aangestuurd door een hoger niveau zoals een Deployment. In Google Kubernetes Engine vormen pods de bouwstenen waarmee schaalbare toepassingen worden opgebouwd.
Poort
Een poort is een genummerd kanaal op een computer of server waarmee verschillende netwerkdiensten tegelijk bereikbaar zijn via hetzelfde IP-adres. Wanneer gegevens binnenkomen, gebruikt het besturingssysteem het poortnummer om het verkeer naar de juiste toepassing te leiden. Sommige nummers zijn standaard gekoppeld aan bekende diensten, zoals 443 voor beveiligd webverkeer (HTTPS), 80 voor gewoon web (HTTP) en 22 voor SSH. Het bewust openzetten of juist sluiten van poorten via firewallregels is een belangrijk onderdeel van beveiliging: alleen de poorten die echt nodig zijn horen open te staan, zodat je het aanvalsoppervlak van een server klein houdt.
POP3
POP3 (Post Office Protocol versie 3) is een ouder protocol om e-mail op te halen van een mailserver naar een lokaal programma. Kenmerkend voor POP3 is dat berichten standaard worden gedownload naar het apparaat en daarna vaak van de server worden verwijderd, waardoor de mail in principe op een enkel toestel staat. Dit maakt het minder geschikt voor wie e-mail op meerdere apparaten wil lezen, omdat er geen synchronisatie plaatsvindt. Voor dat doel is IMAP een betere keuze, omdat berichten dan op de server blijven en op alle apparaten gelijk lopen. Gmail ondersteunt POP3 voor wie het toch nodig heeft, bijvoorbeeld om mail naar een ouder programma over te halen, maar voor moderne dagelijkse toegang gaat de voorkeur uit naar IMAP of de Gmail-app.
Port forwarding
Port forwarding, ofwel poortdoorsturing, stuurt inkomend netwerkverkeer dat op een bepaalde poort van je router of gateway binnenkomt door naar een specifiek apparaat in je interne netwerk. Omdat apparaten achter NAT normaal niet rechtstreeks vanaf het internet bereikbaar zijn, maakt port forwarding een dienst zoals een webserver, gameserver of camera toch van buitenaf benaderbaar via het publieke IP-adres en de gekozen poort. Je legt daarbij een regel vast die bijvoorbeeld poort 443 koppelt aan een vast intern adres. Open je een poort, dan vergroot je het aanvalsoppervlak, dus beperk de regels en combineer ze met een firewall. In Google Cloud bereik je een vergelijkbaar resultaat met firewall- en load-balancingregels in plaats van een klassieke routerinstelling.
Postmaster Tools
Postmaster Tools is een gratis dienst van Google die afzenders van grotere e-mailvolumes inzicht geeft in hoe Gmail hun berichten ontvangt en beoordeelt. Na het verifieren van je verzendende domein zie je gegevens zoals de spamratio die gebruikers melden, de reputatie van je domein en IP-adressen, de mate waarin verkeer is geauthenticeerd via SPF, DKIM en DMARC, en eventuele bezorgfouten. Daarmee kun je problemen met afleverbaarheid vroeg signaleren en bijsturen voordat je e-mails massaal in de spammap belanden. Postmaster Tools is vooral nuttig voor organisaties die nieuwsbrieven, transactiemail of grote campagnes versturen, en vormt een belangrijke aanvulling op een correcte authenticatie-opzet van een Workspace-domein.
PowerShell
PowerShell is de opdrachtregel-shell en scripttaal van Microsoft, gebouwd om Windows, servers en clouddiensten te beheren en taken te automatiseren. In tegenstelling tot klassieke shells werkt PowerShell met objecten in plaats van platte tekst: commando's, cmdlets genaamd, geven gestructureerde gegevens door die je verder kunt filteren en bewerken, wat krachtige automatisering oplevert. Beheerders gebruiken het voor alles van gebruikersbeheer en serverconfiguratie tot het aansturen van Microsoft 365 en Azure. PowerShell is sinds enkele jaren ook cross-platform en draait via PowerShell Core ook op macOS en Linux. In een gemengde IT-omgeving kun je PowerShell inzetten naast tools voor Google Cloud, en Google levert eigen modules en de gcloud-CLI om Google Cloud-resources te beheren, eventueel aangeroepen vanuit PowerShell-scripts.
Privilege escalation
Privilege escalation is het misbruiken van een fout of zwakte om meer rechten te verkrijgen dan officieel zijn toegekend. Bij verticale escalatie gaat een gewone gebruiker omhoog naar bijvoorbeeld beheerder of root; bij horizontale escalatie krijgt iemand toegang tot gegevens of acties van een andere gebruiker met vergelijkbaar niveau. Het is vaak een tussenstap in een grotere aanval: na een eerste, beperkte toegang zoekt een aanvaller hogere rechten om controle uit te breiden, beveiliging uit te schakelen of gevoelige data te bereiken. Oorzaken liggen in verkeerd geconfigureerde permissies, ongepatchte kwetsbaarheden of zwakke isolatie. Verdediging steunt op het principe van minimale rechten, zorgvuldig toegangsbeheer, tijdig patchen en monitoring van verdachte rechtenwijzigingen.
Project (GCP)
Een project is in Google Cloud de basiseenheid waarin je resources, facturering, toegangsrechten en instellingen van een bepaald systeem of team bundelt. Vrijwel alles wat je aanmaakt, zoals virtuele machines, databases, opslag en API's, hoort bij precies een project, dat een unieke project-ID en projectnummer heeft. Het project vormt de grens waarbinnen IAM-rechten, quota en facturatie gelden, waardoor je werk netjes kunt scheiden per omgeving (bijvoorbeeld ontwikkel, test en productie) of per klant. Projecten kun je groeperen onder mappen en een organisatie, zodat je beleid en kosten op grotere schaal overzichtelijk beheert.
Prompt
Een prompt is de instructie, vraag of tekst die je aan een AI-model geeft om een antwoord of resultaat op te wekken. Het is het startpunt van elke interactie met een taalmodel: het kan een korte vraag zijn, een uitgebreide opdracht met voorbeelden, of een combinatie van rolbeschrijving, context en gewenst uitvoerformaat. De kwaliteit en precisie van de prompt bepalen grotendeels de bruikbaarheid van het antwoord, omdat het model puur reageert op wat het krijgt aangeleverd. In Google Workspace geef je bijvoorbeeld een prompt aan Gemini in Docs of Gmail om een tekst te laten opstellen, samenvatten of herschrijven. Hoe concreter je het doel, de toon en de randvoorwaarden beschrijft, hoe gerichter het model je kan helpen.
Prompt Engineering
Prompt engineering is het gericht ontwerpen, testen en verfijnen van prompts om consistentere en betrouwbaardere resultaten uit een taalmodel te halen. In plaats van te hopen op een goed antwoord, structureer je de invoer bewust: je geeft duidelijke instructies, relevante context, voorbeelden van het gewenste resultaat en eisen aan toon en formaat. Veelgebruikte technieken zijn het meegeven van een rol, het opdelen van een taak in stappen en few-shot voorbeelden waarbij je voordoet hoe de uitvoer eruit moet zien. Voor wie met Gemini in Google Workspace of met de Vertex AI-modellen in Google Cloud werkt, is prompt engineering de manier om herhaalbare kwaliteit te bereiken zonder het model zelf te hoeven hertrainen. Het is een iteratief proces: je past de prompt aan op basis van wat het model teruggeeft.
Prompt-injectie
Prompt-injectie is een aanvalstechniek tegen AI-toepassingen waarbij een aanvaller kwaadaardige instructies in de invoer verstopt om een taalmodel zijn oorspronkelijke regels of systeemprompt te laten negeren. De tekst die het model verwerkt, bevat dan opdrachten als negeer alle eerdere instructies, waardoor het model ongewenste antwoorden geeft, vertrouwelijke gegevens prijsgeeft of acties uitvoert die de bouwer juist wilde voorkomen. Het gevaar is extra groot bij indirecte injectie, waarbij de instructies binnenkomen via inhoud die het model automatisch verwerkt, zoals een e-mail, webpagina of document. In de context van Gemini en andere AI-assistenten binnen Google Workspace en Google Cloud betekent dit dat je nooit blind mag vertrouwen op door gebruikers of externe bronnen aangeleverde tekst. Verdediging draait om het strikt scheiden van instructies en data, het beperken van de rechten van de AI-agent en het filteren van invoer en uitvoer.
Provisioning
Provisioning is het automatisch aanmaken, instellen en beheren van gebruikersaccounts en resources, zodat dit niet handmatig per gebruiker hoeft. In Google Workspace betekent dit bijvoorbeeld dat nieuwe medewerkers automatisch een account, de juiste licenties en groepslidmaatschappen krijgen, vaak gekoppeld aan een centraal personeelssysteem of identiteitsprovider. Via standaarden zoals SCIM en koppelingen met single sign-on kunnen accounts automatisch worden aangemaakt en bijgewerkt, en bij vertrek weer worden ingetrokken; dat laatste heet deprovisioning. Automatische provisioning bespaart beheerders veel werk, voorkomt fouten en zorgt dat toegangsrechten consistent en actueel blijven. Het is daarmee een belangrijk onderdeel van zowel efficiënt beheer als beveiliging, omdat verouderde of vergeten accounts een risico vormen.
Proxy
Een proxy is een tussenserver die netwerkverzoeken namens jou doorstuurt: in plaats van rechtstreeks contact te leggen met een doelserver, gaat je verzoek eerst naar de proxy, die het vervolgens uitvoert en het antwoord teruggeeft. Zo'n tussenstap is handig voor filtering van ongewenste sites, voor caching waarbij veelgevraagde inhoud lokaal wordt bewaard om te versnellen, en voor anonimiteit doordat de doelserver het adres van de proxy ziet in plaats van het jouwe. Een reverse proxy werkt andersom: die staat voor je eigen servers en verdeelt inkomend verkeer, biedt beveiliging en handelt bijvoorbeeld de versleuteling af.
Pub/Sub
Pub/Sub is de berichtendienst van Google Cloud waarmee systemen losgekoppeld met elkaar communiceren door berichten uit te wisselen in plaats van elkaar rechtstreeks aan te roepen. Een afzender publiceert berichten naar een topic, en een of meer ontvangers nemen die via een subscription af, zonder dat beide kanten tegelijk online of even snel hoeven te zijn. Dit publish/subscribe-model maakt onderdelen onafhankelijk, zodat ze los van elkaar kunnen schalen en een piek aan berichten kan worden opgevangen zonder dat de afzender wordt vertraagd. Pub/Sub wordt veel gebruikt voor het verwerken van gebeurtenissen, het verbinden van microservices en het voeden van data- en analysepijplijnen, en kan grote hoeveelheden berichten betrouwbaar afleveren.

Q

QoS
QoS staat voor Quality of Service: een verzameling technieken waarmee een netwerk belangrijk of tijdgevoelig verkeer voorrang geeft boven minder urgent verkeer. Door verkeer te classificeren en te prioriteren zorgt QoS ervoor dat toepassingen zoals videobellen, telefonie via internet (VoIP) en livestreaming soepel blijven werken, ook wanneer de verbinding druk bezet is. Het netwerk reserveert dan bandbreedte of plaatst gevoelige pakketten vooraan in de wachtrij, zodat vertraging, trillingen in de aankomsttijd (jitter) en pakketverlies beperkt blijven. QoS is vooral waardevol op verbindingen met beperkte capaciteit, waar verschillende soorten verkeer anders om dezelfde bandbreedte zouden concurreren.
Quantisatie
Quantisatie is een techniek om een AI-model kleiner en sneller te maken door de getallen waarmee het rekent, de gewichten, met minder precisie op te slaan. In plaats van bijvoorbeeld 16-bit of 32-bit kommagetallen gebruikt een gekwantiseerd model bijvoorbeeld 8-bit of 4-bit waarden. Daardoor neemt het model minder geheugen in beslag en draait het sneller, ten koste van een beperkt verlies aan nauwkeurigheid. Dit is vooral belangrijk voor lokale modellen, omdat het mogelijk maakt om een groot taalmodel op een gewone laptop of een bescheiden server te draaien. Tools zoals llama.cpp en formaten zoals GGUF zijn sterk gericht op het draaien van zulke gekwantiseerde modellen.
Quarantine
Quarantaine is een tijdelijke, geïsoleerde opslagplaats waarin verdachte of mogelijk schadelijke berichten worden vastgehouden in plaats van direct afgeleverd. In Google Workspace kan een beheerder via compliance- en routeringsregels in de Admin-console quarantaines instellen, zodat e-mail die aan bepaalde criteria voldoet, zoals spamkenmerken, gevoelige inhoud of verdachte bijlagen, eerst wordt onderschept. Een beheerder beoordeelt de items vervolgens en kiest of een bericht alsnog wordt afgeleverd, verwijderd of teruggestuurd. Quarantaine vermindert zo het risico dat phishing, malware of ongewenste inhoud een postvak bereikt, terwijl legitieme berichten niet definitief verloren gaan. Het is daarmee een belangrijke beheermaatregel voor zowel beveiliging als naleving van interne regels.

R

RAG
RAG staat voor Retrieval-Augmented Generation, een aanpak waarbij een AI-model eerst relevante documenten of fragmenten ophaalt uit een kennisbron en die vervolgens als context meegeeft bij het genereren van een antwoord. In plaats van puur te vertrouwen op wat tijdens de training is opgeslagen, baseert het model zijn antwoord op actuele, specifieke informatie die op het moment van de vraag wordt opgezocht. Dat vermindert hallucinaties sterk en maakt antwoorden traceerbaar naar de gebruikte bron. Het ophalen gebeurt meestal via embeddings en een vector-database die op betekenis zoekt. RAG is de gangbare manier om een algemeen taalmodel te laten werken met eigen, vertrouwelijke of voortdurend wisselende data, bijvoorbeeld een interne kennisbank, zonder het model zelf te hertrainen. In Google Cloud bouw je dit met Vertex AI Search en embedding-modellen.
Rainbow table
Een rainbow table is een vooraf berekende tabel die hashwaarden koppelt aan de oorspronkelijke wachtwoorden, zodat een aanvaller een gestolen hash snel kan opzoeken in plaats van elk wachtwoord opnieuw te moeten berekenen. De techniek gebruikt slimme reductieketens om enorme aantallen mogelijkheden compact op te slaan, wat een afweging is tussen geheugen en rekentijd. Rainbow tables waren effectief tegen ongezouten hashes van veelgebruikte wachtwoorden. De verdediging is eenvoudig: door elk wachtwoord te salten met een unieke willekeurige waarde wordt elke hash uniek, waardoor een algemene tabel waardeloos wordt en de aanval in de praktijk onbruikbaar is.
Ransomware
Ransomware, ook gijzelsoftware genoemd, is kwaadaardige software die bestanden of hele systemen versleutelt en vervolgens losgeld eist in ruil voor de ontsleutelingssleutel. Steeds vaker wordt daarbij ook gedreigd gestolen gegevens openbaar te maken, zogeheten dubbele afpersing. Besmetting verloopt vaak via phishingmails, kwetsbare diensten op internet of gecompromitteerde inloggegevens. Het is een van de schadelijkste vormen van malware, omdat het de bedrijfsvoering volledig kan stilleggen. De belangrijkste bescherming is een combinatie van regelmatige, geïsoleerde back-ups, snel patchen, sterke authenticatie en gebruikersbewustzijn. Betalen wordt afgeraden, omdat herstel niet gegarandeerd is en het criminelen verder aanmoedigt.
Rate limiting
Rate limiting is het begrenzen van hoeveel verzoeken een gebruiker, app of IP-adres binnen een bepaald tijdsbestek mag doen aan een dienst of API. Het beschermt tegen misbruik, overbelasting en plotselinge verkeerspieken, en helpt om capaciteit eerlijk te verdelen over alle gebruikers. Veelgebruikte technieken zijn token bucket en sliding window, waarbij een server bij overschrijding meestal een 429-foutcode teruggeeft samen met informatie over wanneer je het opnieuw mag proberen. In de context van Google Cloud en AI-diensten kennen vrijwel alle API's quota en rate limits, uitgedrukt in bijvoorbeeld verzoeken per minuut of tokens per minuut, zodat je je code zo bouwt dat hij netjes wacht en opnieuw probeert in plaats van de limiet te blijven raken.
RCE
RCE staat voor Remote Code Execution en is een van de ernstigste soorten beveiligingslekken. Het stelt een aanvaller in staat om op afstand eigen code of commando's op een doelsysteem uit te voeren, vaak zonder fysieke toegang en soms zonder geldige inloggegevens. Wie RCE bereikt, kan in de praktijk het systeem overnemen: gegevens stelen, malware plaatsen, andere systemen in het netwerk aanvallen of de dienst platleggen. RCE ontstaat door uiteenlopende oorzaken, zoals onveilige deserialisatie, command injection, kwetsbare uploads of fouten in afhankelijkheden. Vanwege de hoge impact krijgen RCE-kwetsbaarheden doorgaans een hoge CVSS-score en topprioriteit bij patchen. Verdediging draait om tijdige updates, strikte invoervalidatie, sandboxing en het beperken van rechten.
RDP
RDP staat voor Remote Desktop Protocol, het protocol van Microsoft waarmee je het bureaublad van een andere Windows-computer op afstand overneemt en bedient alsof je er zelf achter zit. Beeld, toetsenbord en muis worden over het netwerk doorgegeven, zodat beheerders servers kunnen onderhouden of gebruikers op afstand kunnen werken. RDP gebruikt standaard poort 3389. Omdat een direct aan internet blootgestelde RDP-poort een geliefd doelwit is voor aanvallers, hoort RDP altijd afgeschermd te worden achter een VPN, een gateway of strikte firewallregels en met sterke authenticatie. In Google Cloud bereik je Windows-VM's op Compute Engine bij voorkeur via Identity-Aware Proxy in plaats van RDP rechtstreeks open te zetten, zodat toegang afgeschermd en gecontroleerd verloopt.
Recovery Email
Een herstelmail is een alternatief e-mailadres dat aan een account is gekoppeld en wordt gebruikt om weer toegang te krijgen wanneer je bent buitengesloten, bijvoorbeeld na een vergeten wachtwoord of een verdachte aanmelding. Google stuurt naar dit adres een verificatiecode of herstellink waarmee je je identiteit kunt bevestigen en een nieuw wachtwoord kunt instellen. Het is belangrijk dat het herstel-e-mailadres een ander account betreft dan het account zelf en dat je er nog toegang toe hebt; een verouderd of onbereikbaar herstelmailadres kan accountherstel onmogelijk maken. Naast een herstelmail biedt Google ook andere herstelopties zoals een herstel-telefoonnummer. Voor zakelijke Workspace-accounts ligt accountherstel doorgaans in handen van de beheerder, die wachtwoorden opnieuw kan instellen.
Recovery Phone
Een hersteltelefoon is een telefoonnummer dat aan een account is gekoppeld en wordt gebruikt om weer toegang te krijgen wanneer je je wachtwoord vergeet of buitengesloten raakt. Bij een Google-account kan dit nummer een verificatiecode per sms of een melding ontvangen om je identiteit te bevestigen, en het helpt Google ook om verdachte aanmeldingen te signaleren. Daarnaast dient het als extra beveiligingslaag, omdat ongebruikelijke activiteit naar dit nummer kan worden gemeld. Het is verstandig om een hersteltelefoon actueel te houden en een nummer te kiezen waar alleen jij toegang toe hebt, want wie het nummer beheert, kan in bepaalde gevallen het account herstellen. In een Workspace-omgeving stimuleren beheerders gebruikers vaak om herstelopties in te stellen om uitsluiting en supportlast te beperken.
Red team
Een red team is een groep beveiligingsexperts die een organisatie aanvalt op de manier waarop een echte, vasthoudende tegenstander dat zou doen, om de verdediging realistisch op de proef te stellen. Anders dan een klassieke pentest, die vaak op specifieke systemen en bekende kwetsbaarheden is gericht, werkt een red team doel- en scenariogericht: het probeert bijvoorbeeld toegang te krijgen tot bepaalde data of systemen, en combineert daarbij technische aanvallen met social engineering en fysieke routes. De tegenhanger, het blue team, verdedigt en detecteert; samenwerking tussen beide heet purple teaming. Het resultaat geeft inzicht in hoe goed mensen, processen en techniek samen aanvallen opmerken en afslaan, en levert verbeterpunten op voor detectie en respons.
Reflected XSS
Reflected XSS is een vorm van Cross-Site Scripting waarbij kwaadaardige invoer via een verzoek (bijvoorbeeld een querystring in een link of een verzonden formulier) door de server direct wordt teruggegeven in de HTML van het antwoord, zonder dat die invoer eerst veilig wordt gefilterd of geneutraliseerd. De code wordt zo in de browser van het slachtoffer uitgevoerd. Anders dan stored XSS wordt de payload niet opgeslagen, maar zit hij in de aanvalslink zelf, die het slachtoffer moet aanklikken. Aanvallers gebruiken dit om sessiecookies te stelen, acties namens de gebruiker uit te voeren of de pagina te vervalsen. De verdediging is contextbewuste output-encoding, strikte invoervalidatie en een Content Security Policy die inline scripts beperkt.
Regex
Regex is de korte naam voor reguliere expressie: een compacte tekenreeks die een patroon beschrijft waarmee je tekst kunt zoeken, valideren, splitsen of vervangen. Met speciale tekens leg je vast waar je naar zoekt, bijvoorbeeld een rij cijfers, een woord aan het begin van een regel of de vorm van een e-mailadres. Regex is uitermate krachtig voor tekstverwerking, maar de syntaxis is dicht en kan lastig te lezen zijn, dus zorgvuldig testen loont. Vrijwel elke programmeertaal en veel tools ondersteunen regex, met onderling kleine verschillen in dialect. Binnen Google Workspace en Google Cloud kom je regex onder meer tegen in filters, in zoekopdrachten en bij het opstellen van data- en validatieregels.
Remote Wipe
Op afstand wissen is een beheerfunctie waarmee gegevens van een verloren, gestolen of buiten gebruik gesteld apparaat worden verwijderd zonder dat het apparaat fysiek aanwezig hoeft te zijn. In Google Workspace gebeurt dit via apparaatbeheer (endpointbeheer) in de Admin-console, waarmee een beheerder een volledige wipe kan uitvoeren, die het apparaat naar de fabrieksinstellingen terugzet, of een selectieve wipe die alleen de zakelijke account en bijbehorende gegevens verwijdert en privédata intact laat. Dit beperkt het risico dat bedrijfsinformatie in verkeerde handen valt wanneer een telefoon of laptop kwijtraakt. Op afstand wissen is daarmee een kernonderdeel van een goed beleid voor mobiele apparaten en gegevensbescherming, zeker in omgevingen waar medewerkers eigen apparaten gebruiken.
Reply-To
Reply-To is een e-mailheader die bepaalt naar welk adres een antwoord standaard wordt gestuurd, ook als dat afwijkt van het oorspronkelijke afzenderadres in het Van-veld. Verstuur je bijvoorbeeld mail vanaf een no-reply- of systeemadres maar wil je dat reacties bij een team of helpdesk binnenkomen, dan zet je dat adres in Reply-To. Wanneer de ontvanger op Beantwoorden klikt, vult de mailclient automatisch dat adres in plaats van de afzender in. Het is een gemaksfunctie, geen beveiligingsmaatregel: phishers kunnen Reply-To misbruiken om antwoorden ongemerkt om te leiden naar een ander adres. In Gmail en Google Workspace kun je een Reply-To instellen, bijvoorbeeld per alias, zodat antwoorden op het gewenste adres terechtkomen.
Reproduceerbare build
Een reproduceerbare build is een buildproces dat uit exact dezelfde broncode, met dezelfde toolversies en instellingen, altijd een bit-voor-bit identiek resultaat oplevert. Doordat het eindproduct volledig voorspelbaar is, kan iedereen onafhankelijk verifiëren dat een gepubliceerd binair bestand of container-image daadwerkelijk overeenkomt met de bijbehorende broncode, zonder verborgen wijzigingen. Dat is een belangrijke bouwsteen voor vertrouwen en beveiliging van de softwaretoeleveringsketen, omdat het manipulatie tijdens het bouwen zichtbaar maakt. Praktisch vereist dit het vastleggen van afhankelijkheden, het uitschakelen van niet-deterministische elementen zoals tijdstempels en willekeurige volgordes, en het pinnen van versies. In een CI-omgeving zoals Cloud Build draagt het bij aan controleerbare herkomst en past het goed bij raamwerken voor supply-chain-integriteit.
Reranking
Reranking is een stap in zoek- en ophaalsystemen waarbij een eerste set opgehaalde resultaten opnieuw wordt geordend op relevantie voordat ze verder worden gebruikt. Een snelle eerste ophaalstap, bijvoorbeeld op basis van vector-similariteit, levert vaak veel kandidaten die ruwweg passen; een nauwkeuriger rerank-model beoordeelt vervolgens elk resultaat preciezer tegen de vraag en zet de beste bovenaan. Dit verhoogt de kwaliteit van de uiteindelijke selectie aanzienlijk. In retrieval-augmented generation (RAG) is reranking belangrijk omdat alleen de meest relevante stukken context aan het taalmodel worden doorgegeven, wat de antwoorden beter maakt. Binnen Google Cloud is reranking beschikbaar als onderdeel van de zoek- en RAG-mogelijkheden in Vertex AI.
Retention Rule
Een bewaarregel (retention rule) bepaalt hoelang gegevens bewaard moeten blijven en wat ermee gebeurt zodra die termijn verstrijkt. De regel legt vast of data automatisch verwijderd, gearchiveerd of juist beschermd wordt tegen verwijdering. In Google Workspace stel je bewaarregels in via Google Vault: daar leg je per dienst, zoals Gmail, Drive of Chat, vast dat berichten en bestanden bijvoorbeeld zeven jaar bewaard blijven voordat ze mogen verdwijnen. Zo voldoe je aan wettelijke bewaarplichten en interne governance, en voorkom je dat medewerkers per ongeluk gegevens wissen die je nog moet kunnen overleggen.
Retrieval-Augmented Generation
Retrieval-Augmented Generation, kortweg RAG, is een techniek die het ophalen van informatie combineert met het genereren van tekst door een taalmodel. Bij een vraag zoekt het systeem eerst de meest relevante bronnen op, bijvoorbeeld in een documentcollectie of vector-database, en levert die als context aan het model. Het model formuleert vervolgens een antwoord dat is onderbouwd met die opgehaalde stukken in plaats van alleen met kennis uit de training. Het grote voordeel is dat hallucinaties sterk afnemen en dat antwoorden actueel en herleidbaar blijven, ook als de onderliggende data verandert. Daarnaast kun je zo gevoelige of bedrijfsspecifieke informatie gebruiken zonder het model te hertrainen. RAG is de standaardarchitectuur achter veel zakelijke AI-zoek- en assistentoplossingen, en in Google Cloud realiseer je het onder andere met Vertex AI Search.
Reverse proxy
Een reverse proxy is een server die als tussenstation voor je eigenlijke backendservers staat: clients sturen hun verzoeken naar de proxy, en die geeft ze namens de achterliggende servers door en stuurt het antwoord terug. Anders dan een gewone (forward) proxy, die clients afschermt, schermt een reverse proxy de servers af. Het is een veelgebruikte plek voor taken als load balancing over meerdere instanties, het cachen van veelgevraagde inhoud, TLS-terminatie en het afvangen van kwaadaardig verkeer. Bekende voorbeelden zijn Nginx en HAProxy. In Google Cloud vervult de HTTP(S) Load Balancer in feite een reverse-proxyrol, doordat hij verkeer verdeelt over backendservices en SSL-certificaten beheert.
Role Assignment
Een roltoewijzing (role assignment) is het koppelen van een vooraf gedefinieerde rol met bepaalde rechten aan een gebruiker of groep. In plaats van losse permissies per persoon in te stellen, wijs je een rol toe die een samenhangend pakket bevoegdheden bundelt. In de Google Workspace Admin-console gebruik je dit om beheerdersrollen uit te delen: je kent iemand bijvoorbeeld de rol Helpdesk-beheerder of Gebruikersbeheer toe, eventueel beperkt tot een specifieke organisatie-eenheid. Zo werk je volgens het principe van minimale rechten en houd je overzicht over wie wat mag, zonder iedereen volledige beheerderstoegang te geven.
Rollback
Een rollback is het terugdraaien naar een vorige, bekende werkende versie van software, configuratie of infrastructuur nadat een nieuwe release problemen veroorzaakt. Het doel is om de impact van een mislukte uitrol snel te beperken en de dienstverlening te herstellen zonder te wachten op een nieuwe fix. Een goede rollbackstrategie vereist dat eerdere versies bewaard blijven en dat wijzigingen, zoals databasemigraties, omkeerbaar of in elk geval compatibel zijn met de oude code. Strategieen als blue-green en canary maken rollbacks bijzonder snel, omdat je simpelweg het verkeer terugschakelt. In Google Cloud kun je in Cloud Run terug naar een eerdere revisie, en bij infrastructure-as-code zoals Terraform draai je terug naar een vorige bekende staat. Een betrouwbare rollback is een hoeksteen van veilig en frequent uitrollen.
Router
Een router is een apparaat dat verschillende netwerken met elkaar verbindt en bepaalt langs welke weg gegevenspakketten hun bestemming bereiken. Aan de hand van het bestemmings-IP-adres en een routeringstabel kiest de router telkens de volgende stap, zodat verkeer via de meest geschikte route van het ene naar het andere netwerk reist. Thuis combineert een router vaak meerdere functies, zoals het koppelen van je lokale netwerk aan het internet, draadloze toegang en een firewall. In grotere omgevingen en bij providers vormen routers samen de ruggengraat die het internet laat werken, doordat ze pakketten betrouwbaar tussen talloze netwerken doorsturen.

S

S/MIME
S/MIME (Secure/Multipurpose Internet Mail Extensions) is een standaard voor het digitaal ondertekenen en versleutelen van e-mail met behulp van certificaten. Een digitale handtekening bewijst dat een bericht echt van de afzender komt en onderweg niet is gewijzigd, terwijl versleuteling ervoor zorgt dat alleen de bedoelde ontvanger de inhoud kan lezen. S/MIME werkt met certificaten uit een publieke-sleutelinfrastructuur (PKI) die per gebruiker worden uitgegeven; afzender en ontvanger moeten elkaars publieke sleutel hebben om versleuteld te kunnen communiceren. In Google Workspace is gehoste S/MIME beschikbaar in de hogere abonnementen, waarbij beheerders certificaten centraal kunnen uitrollen en beleid kunnen afdwingen. Het is daarmee een sterkere beveiliging dan Confidential Mode voor organisaties met strikte vertrouwelijkheidseisen.
SaaS
SaaS staat voor Software as a Service: software die je als online dienst afneemt via een abonnement, in plaats van zelf te installeren en te onderhouden op eigen computers of servers. De aanbieder draait de applicatie in de cloud, zorgt voor updates, beveiliging en back-ups, en jij gebruikt de software gewoon via je browser of een lichte app. Daardoor vervallen grote investeringen in hardware en eigen beheer, en betaal je doorgaans per gebruiker per maand. Google Workspace is een bekend voorbeeld, met Gmail, Documenten, Spreadsheets en Drive die volledig online draaien. SaaS is een van de drie hoofdvormen van clouddiensten, naast IaaS (infrastructuur) en PaaS (platform), en is voor veel organisaties de meest directe en toegankelijke manier om software te gebruiken.
Safety settings
Safety settings zijn instellingen die bepalen hoe streng een AI-model mogelijk schadelijke of ongepaste inhoud blokkeert of toestaat. Je stelt per categorie, zoals haatzaaiende taal, intimidatie, expliciete inhoud of gevaarlijke instructies, een drempel in die varieert van weinig tot zeer streng filteren. Zo stem je het gedrag van het model af op de context van jouw toepassing: een interne ontwikkeltool kan andere grenzen vragen dan een publieke chatbot. In de Gemini-API van Google Cloud configureer je deze safety settings per verzoek, waarbij het model content kan tegenhouden of markeren wanneer een drempel wordt overschreden, zodat je veilig en verantwoord met generatieve AI werkt.
Salting
Salting is het toevoegen van een unieke, willekeurige waarde, de salt, aan een wachtwoord voordat het door een hashfunctie wordt verwerkt. Het gevolg is dat twee gebruikers met hetzelfde wachtwoord toch een totaal verschillende hash krijgen, omdat hun salt verschilt. Daardoor kunnen aanvallers vooraf berekende hashlijsten, zoals rainbow tables, niet meer hergebruiken en moet elk wachtwoord afzonderlijk worden gekraakt. De salt zelf hoeft niet geheim te zijn en wordt gewoon naast de hash opgeslagen. Salting is standaardpraktijk bij veilige wachtwoordopslag en wordt meestal gecombineerd met een traag, doelgericht algoritme zoals bcrypt, scrypt of Argon2.
SAML
SAML staat voor Security Assertion Markup Language, een open, op XML gebaseerde standaard voor het veilig uitwisselen van authenticatie- en autorisatiegegevens tussen een identity provider en een serviceprovider. SAML maakt Single Sign-On mogelijk: de identity provider bevestigt via een ondertekende verklaring dat een gebruiker is ingelogd, waarna de serviceprovider die persoon toelaat zonder opnieuw om een wachtwoord te vragen. De huidige versie is SAML 2.0. Google Workspace kan zowel als identity provider optreden voor externe SaaS-applicaties, als gebruikers via een externe SAML-provider laten inloggen, zodat medewerkers met een enkele set inloggegevens bij meerdere systemen terechtkunnen.
Sandbox
Een sandbox is een afgeschermde, geïsoleerde omgeving waarin je software, scripts of configuraties kunt uitproberen zonder dat fouten doorwerken in je echte productieomgeving. Doordat de sandbox losstaat van live systemen en data, kan een mislukte test of zelfs schadelijke code geen blijvende impact veroorzaken. In Google Workspace en Google Cloud gebruik je een sandbox bijvoorbeeld om een Apps Script-integratie, een nieuwe beveiligingsregel of een AI-prompt te testen voordat je die op het hele domein uitrolt. Het is daarmee een veilige speelruimte om te experimenteren, te leren en risico's te beperken voordat een wijziging definitief wordt doorgevoerd.
Sandbox-escape
Een sandbox-escape is een kwetsbaarheid waarmee code uit een afgeschermde, sterk beperkte omgeving, de sandbox, weet te breken en alsnog toegang krijgt tot het onderliggende besturingssysteem of andere processen. Een sandbox is bedoeld om onvertrouwde code, zoals een webpagina, een browsertab of een geüploade bijlage, geïsoleerd uit te voeren zodat schade beperkt blijft. Lukt het de isolatie te omzeilen, dan vervalt die bescherming en kan de aanvaller veel verder reiken dan bedoeld. Sandbox-escapes worden als ernstig beschouwd en zijn een belangrijke reden om browsers, besturingssystemen en cloudruntimes altijd snel bij te werken zodra een patch beschikbaar is.
Scheduled task
Een scheduled task is een taak in Windows die automatisch wordt uitgevoerd op een ingesteld tijdstip of bij een bepaalde gebeurtenis, zoals het opstarten van de computer of het aanmelden van een gebruiker. Via de Taakplanner of met PowerShell leg je vast wat er moet draaien, een script of programma, en onder welke voorwaarden, zodat terugkerend werk zoals back-ups, opschoonacties of rapportages zonder handmatige tussenkomst gebeurt. Het is het Windows-equivalent van een cron-taak op Linux. In een cloudomgeving verschuift dit idee naar beheerde planners: in Google Cloud roept Cloud Scheduler op cron-achtige tijden HTTP-endpoints, Cloud Functions of Pub/Sub-berichten aan, waarmee je geplande taken serverloos en betrouwbaar laat lopen zonder een eigen machine te onderhouden.
Secret management
Secret management is het veilig opslaan, beheren en uitdelen van gevoelige waarden zoals wachtwoorden, API-sleutels, certificaten en databasegegevens, gescheiden van de broncode. Het doel is voorkomen dat geheimen in platte tekst in code, configuratiebestanden of versiebeheer belanden, waar ze gemakkelijk uitlekken. Een goede aanpak biedt versleutelde opslag, fijnmazig toegangsbeheer, automatische rotatie en een audittrail die laat zien wie welk geheim wanneer heeft opgevraagd. Applicaties halen het geheim dan tijdens runtime op in plaats van het hard te coderen. In Google Cloud vervult Secret Manager deze rol, met integratie in IAM voor rechten en in Cloud Logging voor controle. Het sluit nauw aan op het principe van least privilege, zodat elke dienst alleen de geheimen krijgt die ze echt nodig heeft.
Security Key
Een beveiligingssleutel is een fysiek apparaatje, vaak in de vorm van een USB-, NFC- of Bluetooth-stick, dat dient als sterke tweede factor bij het inloggen. In plaats van een code in te typen, bevestig je je aanmelding door de sleutel aan te raken of in te steken, waarna deze met cryptografie aantoont dat het echt om jouw sleutel gaat. Omdat de sleutel gebonden is aan het juiste domein, biedt hij krachtige bescherming tegen phishing: een nagemaakte inlogpagina kan de verificatie niet voltooien. Google ondersteunt beveiligingssleutels volgens de FIDO-standaarden, waaronder de Titan Security Key, en biedt met het Advanced Protection Program een extra streng beveiligingsniveau voor risicogroepen. In Workspace kunnen beheerders het gebruik van beveiligingssleutels afdwingen voor gevoelige accounts.
Service Account
Een serviceaccount is een speciaal type account dat niet bij een persoon hoort maar bij een applicatie, virtuele machine of script, zodat software zich kan authenticeren en namens zichzelf acties kan uitvoeren. In Google Cloud is een serviceaccount een identiteit binnen IAM met een eigen e-mailadres, waaraan je nauwkeurig rollen en rechten toekent volgens het principe van minimale rechten. In plaats van wachtwoorden gebruikt het doorgaans sleutels of, bij voorkeur, kortlevende tokens en workload identity om veiliger te authenticeren zonder langlevende geheimen. Serviceaccounts maken automatisering en server-naar-server-communicatie mogelijk, bijvoorbeeld een applicatie die data naar een opslagbucket schrijft. Goed beheer is essentieel, want te ruime rechten of gelekte sleutels van een serviceaccount vormen een serieus beveiligingsrisico.
Session Control
Sessiebeheer omvat de regels en instellingen waarmee een organisatie bepaalt hoe en hoelang gebruikers ingelogd blijven en onder welke voorwaarden een actieve sessie geldig blijft. In Google Workspace kan een beheerder de duur van websessies instellen, zodat gebruikers na een bepaalde periode opnieuw moeten inloggen, en met Context-Aware Access toegang laten afhangen van factoren zoals locatie, apparaatstatus of IP-adres. Zo kan een sessie worden geblokkeerd of beperkt wanneer de context niet aan de voorwaarden voldoet. Sessiebeheer helpt het risico te verkleinen dat een onbeheerd of gecompromitteerd apparaat langdurig toegang houdt, en het maakt een betere balans mogelijk tussen gebruiksgemak en beveiliging, zeker bij gevoelige gegevens of toegang vanaf onbekende netwerken.
Shared Drive
Een gedeelde drive (Shared Drive) is een centrale opslaglocatie in Google Drive die toebehoort aan een team of organisatie in plaats van aan een individuele gebruiker. Bestanden in een gedeelde drive blijven daardoor staan, ook als de medewerker die ze maakte uit dienst gaat of zijn account wordt verwijderd. De toegang regel je op het niveau van de drive, zodat alle leden automatisch met dezelfde set bestanden werken. Gedeelde drives, vroeger Team Drives genoemd, zijn ideaal voor projectmateriaal en bedrijfsdocumentatie die als gezamenlijk eigendom van het team moeten worden beheerd in plaats van verspreid te raken over persoonlijke mappen.
Shared Mailbox
Een gedeelde mailbox is een postbus die door meerdere gebruikers samen kan worden gelezen en beheerd, zodat een team gezamenlijk inkomende berichten kan afhandelen. Typische voorbeelden zijn adressen als info@, support@ of sales@, waar binnenkomende e-mail door iedere bevoegde medewerker kan worden beantwoord. In Google Workspace richt je zoiets meestal in met een Google-groep met samenwerkingsfunctionaliteit, of met gedelegeerde toegang waarbij collega's namens het account mogen lezen en versturen. Zo voorkom je dat berichten blijven liggen bij één afwezige persoon en houd je de communicatie met klanten continu en goed verdeeld over het team.
SIEM
SIEM staat voor Security Information and Event Management: een systeem dat logboeken en beveiligingsgebeurtenissen uit het hele netwerk verzamelt, normaliseert en centraal analyseert om dreigingen te detecteren. Door gegevens van servers, applicaties, netwerkapparatuur en clouddiensten samen te brengen, kan een SIEM verbanden leggen tussen losse gebeurtenissen die afzonderlijk onschuldig lijken maar samen op een aanval wijzen. Het systeem genereert waarschuwingen, ondersteunt onderzoek na incidenten en helpt aantonen dat aan beveiligings- en complianceverplichtingen wordt voldaan. Een SIEM is daarmee een hoeksteen van een security operations center. In het Google-ecosysteem vervult Google Security Operations, voortgekomen uit Chronicle, deze functie op cloudschaal, met mogelijkheden voor detectie, onderzoek en respons op grote hoeveelheden telemetrie.
Sign-In Alert
Een inlogwaarschuwing (sign-in alert) is een automatische melding die wordt verstuurd zodra er een verdachte of ongebruikelijke aanmelding op een account wordt gedetecteerd. Denk aan een login vanaf een onbekend apparaat, een nieuwe locatie of een land waar normaal niet vandaan wordt ingelogd. In Google Workspace genereert het systeem dit soort waarschuwingen, en beheerders kunnen ze centraal volgen via het beveiligingscentrum en de alertcentrale. De melding geeft gebruiker en beheerder de kans om snel te reageren, bijvoorbeeld door het wachtwoord te wijzigen of de sessie te beëindigen, en helpt zo om gekaapte accounts vroegtijdig te onderscheppen.
Single Sign-On
Single Sign-On, afgekort SSO, is een methode waarbij een gebruiker met één set inloggegevens toegang krijgt tot meerdere systemen en applicaties, zonder telkens opnieuw te hoeven inloggen. Na een eenmalige authenticatie bij een centrale identity provider worden vervolgapplicaties automatisch vertrouwd via standaarden als SAML of OpenID Connect. Dat verhoogt het gebruiksgemak en vermindert wachtwoordmoeheid, terwijl beveiliging centraal afdwingbaar blijft. In Google Workspace kan een Google-account dienstdoen als de centrale identiteit voor talloze gekoppelde SaaS-diensten, zodat medewerkers met dezelfde aanmelding bij alle goedgekeurde tools terechtkunnen en de beheerder toegang vanaf één plek kan intrekken.
Smart Compose
Smart Compose is een AI-functie van Google die zinnen voor je aanvult terwijl je typt. Op basis van de context en veelgebruikte formuleringen stelt de tool de waarschijnlijke voortzetting van je zin voor, die je met de Tab-toets kunt accepteren. Het doel is sneller schrijven met minder typfouten en herhaling. Je vindt Smart Compose onder andere in Gmail en Google Documenten, waar het bijvoorbeeld standaard openings- en slotzinnen of veelvoorkomende uitdrukkingen aanvult. De voorgestelde tekst blijft vrijblijvend: je kunt elke suggestie negeren en gewoon doorgaan, zodat je altijd zelf de regie houdt over de uiteindelijke inhoud van je bericht of document.
Smart host
Een smart host is een vaste uitgaande mailserver waar alle berichten van een organisatie doorheen worden geleid voordat ze het internet op gaan. In plaats van dat elke mailserver of applicatie zelf rechtstreeks aflevert, geven ze hun post door aan deze ene centrale server. Dat maakt het mogelijk om uitgaande mail op een plek te filteren, te loggen, te ondertekenen en te beveiligen, en het vereenvoudigt het beheer van reputatie en aflevering. De term wordt vaak in een adem genoemd met SMTP-relay, omdat een smart host in de praktijk als relaypunt fungeert. Bij Google Workspace kun je de SMTP-relayservice of een mailgateway als smart host gebruiken, zodat al het uitgaande verkeer gecontroleerd en consistent wordt verstuurd.
Smart Reply
Smart Reply is een functie in Gmail die automatisch korte, kant-en-klare antwoorden voorstelt op basis van de inhoud van een ontvangen bericht. Onder aan de e-mail verschijnen doorgaans enkele kant-en-klare reacties, bijvoorbeeld een korte bevestiging of bedankje, die je met één klik kunt versturen of nog kunt aanpassen voordat je ze verzendt. Het bespaart tijd bij eenvoudige, terugkerende berichten en is handig op mobiele apparaten waar typen omslachtiger is. De suggesties worden door AI gegenereerd uit de context van de conversatie, en je bent nooit verplicht ze te gebruiken: je kunt altijd zelf een volledig eigen antwoord opstellen.
SMTP
SMTP staat voor Simple Mail Transfer Protocol en is het standaardprotocol waarmee e-mail over het internet wordt verzonden en tussen mailservers wordt doorgegeven. Wanneer je een bericht verstuurt, draagt je mailprogramma het via SMTP over aan een uitgaande server, die het vervolgens naar de server van de ontvanger routeert; voor het ophalen van post gebruiken clients juist protocollen als IMAP of POP. SMTP werkt typisch over poort 587 of 465 met versleuteling via TLS, en moderne verzending leunt op authenticatie en op standaarden als SPF, DKIM en DMARC om vervalsing en spam tegen te gaan. In Google Workspace gebruiken applicaties en apparaten vaak het SMTP-relay of de SMTP-server van Gmail om betrouwbaar e-mail te versturen via het bedrijfsdomein.
SMTP-relay host
Een SMTP-relay host is een tussenliggende mailserver waar je uitgaande e-mail naartoe stuurt, zodat die server het bericht vervolgens namens jou verder bezorgt bij de ontvanger. Dit is handig wanneer apparaten of applicaties, zoals printers, scanners, webservers of bedrijfssoftware, niet zelf rechtstreeks mogen of kunnen mailen. Door alles via een relay te laten lopen, houd je verzending centraal, kun je authenticatie en beveiliging afdwingen en voorkom je dat losse apparaten op een blokkeerlijst belanden. Google Workspace biedt hiervoor de SMTP-relayservice, waarmee geverifieerde systemen uit jouw organisatie betrouwbaar mail kunnen versturen via de infrastructuur van Google, met de juiste SPF-, DKIM- en DMARC-instellingen voor aflevering.
Social engineering
Social engineering is het manipuleren van mensen in plaats van het misbruiken van techniek om toegang, informatie of geld te verkrijgen. De aanvaller speelt in op vertrouwen, autoriteit, behulpzaamheid of tijdsdruk, bijvoorbeeld door zich voor te doen als een collega, leidinggevende of helpdeskmedewerker. Bekende vormen zijn phishing, telefonische misleiding en het nabootsen van een directielid om een betaling af te dwingen. Omdat de mens wordt aangevallen en niet het systeem, helpt techniek alleen niet voldoende. De beste verdediging is een combinatie van bewustwording en training, duidelijke procedures voor verificatie van verzoeken en technische vangnetten zoals tweestapsverificatie en phishingbestendige passkeys.
Spam Filter
Een spamfilter is een systeem dat inkomende e-mail beoordeelt en ongewenste of schadelijke berichten tegenhoudt voordat ze de inbox bereiken. Het analyseert kenmerken zoals afzenderreputatie, verdachte links, bekende phishingpatronen en de inhoud van het bericht, en verplaatst verdachte mail naar een aparte spammap of blokkeert die volledig. Gmail beschikt over een geavanceerd, op machine learning gebaseerd spamfilter dat dagelijks enorme hoeveelheden ongewenste berichten onderschept. In Google Workspace kunnen beheerders het filtergedrag verder aanscherpen met eigen regels, toegestane en geblokkeerde afzenders en extra controles, zodat het filter aansluit op het beveiligingsbeleid van de organisatie.
Spam Quarantine
Spamquarantaine is een specifieke opslaglocatie waar berichten worden vastgehouden die als spam of anderszins ongewenst zijn aangemerkt, zodat ze het postvak niet rechtstreeks bereiken. In Google Workspace kan een beheerder via Gmail-instellingen en routeringsregels in de Admin-console bepalen welke berichten naar quarantaine gaan en wie ze mag beoordelen. Vanuit de quarantaine kan een beheerder een bericht alsnog vrijgeven naar de gebruiker of het definitief verwijderen, wat helpt om vals-positieven te corrigeren zonder dat echte spam doorkomt. Spamquarantaine vermindert zo de blootstelling aan ongewenste reclame, phishing en mogelijke malware, terwijl legitieme afzenders niet zomaar verloren gaan. Het vormt daarmee een praktische balans tussen schone postvakken en de zekerheid dat belangrijke e-mail alsnog terug te halen is.
SPF
SPF (Sender Policy Framework) is een e-mailauthenticatie-standaard die via een DNS-record (een TXT-record op je domein) vastlegt welke mailservers gemachtigd zijn om berichten te versturen namens dat domein. Wanneer een ontvangende server mail binnenkrijgt, vergelijkt die het verzendende IP-adres met de lijst in het SPF-record en bepaalt zo of de afzender legitiem is. Het doel is het tegengaan van spoofing, waarbij kwaadwillenden mailadressen van jouw domein vervalsen. In Google Workspace voeg je het SPF-record toe bij je domeinprovider, doorgaans met een verwijzing naar de Google-servers (include:_spf.google.com). SPF werkt het best samen met DKIM en DMARC; alleen SPF biedt onvoldoende bescherming, onder meer omdat het bij doorgestuurde mail kan breken.
SQL-injectie
SQL-injectie is een aanval waarbij kwaadaardige invoer wordt verwerkt in een databasecommando, zodat een aanvaller de bedoelde query kan manipuleren. Dit gebeurt wanneer een applicatie gebruikersinvoer rechtstreeks aan een SQL-string plakt zonder die te scheiden van de code. Daardoor kan een aanvaller gegevens uitlezen die niet voor hem bestemd zijn, records wijzigen of wissen, authenticatie omzeilen en soms zelfs commando's op de server uitvoeren. Het blijft een van de hardnekkigste en gevaarlijkste webkwetsbaarheden. De effectieve verdediging is het gebruik van geparametriseerde queries of prepared statements, aangevuld met strikte invoervalidatie en het principe van minimale rechten voor het databaseaccount, zodat schade beperkt blijft als er toch iets misgaat.
SSH
SSH (Secure Shell) is een versleuteld protocol om op afstand veilig met een server te werken, meestal via de commandoregel. Alles wat tussen jouw computer en de server gaat, inclusief inloggegevens en commando's, wordt versleuteld, zodat niemand kan meelezen of het verkeer kan manipuleren. Inloggen kan met een wachtwoord, maar veiliger en gebruikelijker is een sleutelpaar: een privesleutel die jij bewaart en een openbare sleutel die op de server staat. Naast een shell kun je met SSH ook bestanden overzetten en verbindingen tunnelen. Voor beheer van virtuele machines in Google Cloud is SSH de standaardmanier om toegang te krijgen.
SSRF
SSRF staat voor Server-Side Request Forgery. Bij deze aanval wordt een server misleid om namens de aanvaller verzoeken te doen naar bestemmingen die deze zelf niet zou mogen bereiken, zoals interne services, beheerinterfaces of metadata-endpoints. De aanvaller levert bijvoorbeeld een URL aan die de applicatie vervolgens ophaalt, en buit zo het vertrouwen en de netwerkpositie van de server uit om afgeschermde systemen te benaderen. In cloudomgevingen is SSRF berucht omdat het toegang kan geven tot interne metadata-services en zo tot tijdelijke credentials. De verdediging bestaat uit het strikt valideren en op een allowlist zetten van toegestane bestemmingen, het blokkeren van interne IP-bereiken, en het beperken van uitgaand verkeer vanaf servers.
Stateless
Stateless beschrijft een ontwerp waarbij een dienst tussen opeenvolgende verzoeken geen gegevens onthoudt: elk verzoek bevat alle informatie die nodig is om het zelfstandig te verwerken. Omdat geen enkele instance unieke sessiegegevens vasthoudt, zijn alle instances onderling uitwisselbaar, wat eenvoudig horizontaal schalen, taakverdeling en moeiteloos vervangen van defecte exemplaren mogelijk maakt. Toestand die wel bewaard moet blijven, zoals sessies of gebruikersdata, wordt verplaatst naar een externe voorziening zoals een database, een cache of een token. Dit principe sluit nauw aan bij de REST-stijl en is een randvoorwaarde voor serverless platforms. In Google Cloud verwacht Cloud Run bijvoorbeeld stateless containers, zodat het platform vrij instances kan starten, stoppen en tot nul kan terugschalen.
Stored XSS
Stored XSS, ofwel opgeslagen cross-site scripting, is een aanval waarbij kwaadaardige scriptcode permanent wordt opgeslagen op een website, bijvoorbeeld in een reactie, profielveld of forumbericht, en vervolgens bij iedere bezoeker die de pagina opent automatisch in hun browser wordt uitgevoerd. Anders dan bij reflected XSS hoeft het slachtoffer niet op een geprepareerde link te klikken; de code zit al in de opgeslagen inhoud. Daarmee is het een van de gevaarlijkste varianten, omdat een aanvaller sessiecookies kan stelen, acties namens de gebruiker kan uitvoeren of de pagina kan vervalsen. De verdediging is consequent valideren van invoer en vooral het correct escapen van uitvoer per context, aangevuld met een Content Security Policy om de impact te beperken.
Subadres (plus-adressering)
Subadressering, ook plus-adressering genoemd, is een handige techniek waarbij je achter de naam in je e-mailadres een plusteken en een zelfgekozen label zet, bijvoorbeeld naam+winkel@voorbeeld.com. Alle mail komt gewoon aan in hetzelfde postvak als naam@voorbeeld.com, maar dankzij het label kun je inkomende berichten makkelijk filteren, labelen of doorsturen. Het is vooral nuttig om bij te houden welke partij je adres heeft gebruikt: geef je een uniek label per website, dan zie je meteen wie je gegevens heeft gedeeld of gelekt als er spam op dat label binnenkomt. Gmail en Google Workspace ondersteunen plus-adressering standaard. Houd er rekening mee dat sommige webformulieren het plusteken ten onrechte weigeren.
Subnet
Een subnet, of subnetwerk, is een afgebakend deel van een groter IP-netwerk dat je apart definieert om verkeer te scheiden en het beheer overzichtelijk te houden. Door een netwerk op te delen in subnetten kun je verschillende afdelingen, omgevingen of soorten apparaten van elkaar isoleren, het broadcastverkeer beperken en gerichter beveiligings- en routeringsregels toepassen. De grootte van een subnet leg je vast met een subnetmasker of CIDR-prefix, zoals /24. In Google Cloud bestaat een VPC uit een of meer subnetten die elk aan een regio gebonden zijn en een eigen IP-bereik krijgen; je plaatst er virtuele machines in en koppelt er firewallregels en routes aan, wat de basis vormt voor een gestructureerd cloudnetwerk.
Super Admin
Een superbeheerder (Super Admin) is de hoogste beheerdersrol binnen Google Workspace en beschikt over volledige controle over de hele organisatie. Deze rol kan gebruikers en groepen aanmaken of verwijderen, beveiligingsinstellingen en facturatie beheren, andere beheerdersrollen toewijzen en alle organisatie-eenheden overzien. Vanwege die verregaande macht vormt een superbeheerderaccount ook een aantrekkelijk doelwit voor aanvallers. Het is daarom verstandig het aantal superbeheerders bewust beperkt te houden, deze accounts extra te beveiligen met sterke meervoudige verificatie, en voor dagelijks werk juist beperktere rollen te gebruiken volgens het principe van minimale rechten.
Supply chain attack
Bij een supply chain attack richt een aanvaller zich niet rechtstreeks op het doelwit, maar op een leverancier, dienst of softwarecomponent waarvan dat doelwit afhankelijk is. Door bijvoorbeeld een veelgebruikte softwarebibliotheek, een update-mechanisme of een build-pipeline te compromitteren, verspreidt de aanval zich automatisch naar alle organisaties die het besmette onderdeel gebruiken. Dit maakt zulke aanvallen breed en lastig te detecteren, omdat het kwaadaardige onderdeel via een vertrouwde bron binnenkomt. Verdediging omvat het verifiëren van pakketten en afkomst, het vastzetten van versies in lockfiles, het scannen op kwetsbaarheden en het beperken van afhankelijkheden tot betrouwbare, goed onderhouden bronnen.
Suspicious Login
Een verdachte login is een aanmeldpoging die afwijkt van het normale patroon en mogelijk wijst op misbruik van een account. Signalen die hierop kunnen duiden zijn een aanmelding vanaf een ongebruikelijke locatie of een nieuw apparaat, op een afwijkend tijdstip of via een onbekend IP-adres. Google analyseert dergelijke activiteit en kan een waarschuwing sturen, een extra verificatiestap vragen of de aanmelding blokkeren tot je bevestigt dat jij het bent. In Google Workspace kunnen beheerders met beveiligingswaarschuwingen, het beveiligingsdashboard en het onderzoeksgereedschap verdachte aanmeldingen opsporen en erop reageren, bijvoorbeeld door sessies te beëindigen of een wachtwoordreset af te dwingen. Snel reageren op een verdachte login beperkt de kans dat een gekaapt account verder schade aanricht.
Switch
Een switch is een apparaat dat meerdere apparaten binnen hetzelfde netwerk met elkaar verbindt en gegevens gericht naar de juiste poort doorstuurt. Anders dan een router, die verschillende netwerken koppelt, werkt een switch binnen een lokaal netwerk en stuurt hij dataframes op basis van het MAC-adres van de ontvanger. Doordat de switch onthoudt welk apparaat aan welke poort hangt, gaat verkeer alleen naar de bedoelde bestemming in plaats van naar alle apparaten tegelijk, wat het netwerk efficiënter en sneller maakt. Switches vormen daarmee de schakels waarmee computers, servers, printers en access points binnen een gebouw met elkaar communiceren.
Sync
Sync is de afkorting van synchronisatie en betekent dat dezelfde gegevens automatisch gelijk worden gehouden tussen twee of meer plekken, zoals een apparaat en de cloud. Zodra je op een laptop een bestand wijzigt, wordt die wijziging doorgevoerd op alle andere apparaten en in de online opslag, zodat je overal met dezelfde versie werkt. In Google Workspace zie je dit terug bij Drive voor desktop, dat lokale mappen koppelt aan Google Drive, en bij Gmail, Agenda en Contacten die continu meelopen tussen telefoon, browser en webclient. Synchronisatie werkt meestal in twee richtingen en lost botsingen op door de nieuwste of samengevoegde versie te bewaren, wat samenwerken en wisselen van apparaat soepel maakt.
System Prompt
Een system prompt is de verborgen basisinstructie die het gedrag, de rol, de toon en de grenzen van een AI-assistent vastlegt, los van de losse vragen die een gebruiker stelt. Waar de gebruikersprompt per gesprek verandert, blijft de system prompt op de achtergrond actief en bepaalt hij hoe het model zich consequent gedraagt: welke persona het aanneemt, welke onderwerpen het vermijdt en in welk formaat het antwoordt. Ontwikkelaars gebruiken de system prompt om een chatbot of AI-functie binnen vaste kaders te houden, bijvoorbeeld een klantenservice-assistent die alleen over de eigen producten praat. In Google Cloud, bij het bouwen met Gemini via Vertex AI, stel je dit gedrag in via systeeminstructies. Een goede system prompt is daarmee een belangrijk stuk veiligheids- en kwaliteitsbeheer.

T

Takeout
Google Takeout is de officiële exportdienst van Google waarmee je een kopie van je eigen data uit Google-producten kunt downloaden. Je kiest per product wat je wilt meenemen, bijvoorbeeld Gmail-berichten, Drive-bestanden, Foto's, Agenda of Contacten, en Google bundelt dit in een of meerdere archiefbestanden die je via een downloadlink ophaalt. Takeout is bedoeld voor dataportabiliteit: het helpt je een back-up te maken of je gegevens mee te nemen naar een andere dienst. In een Workspace-omgeving kan een beheerder bepalen of eindgebruikers Takeout zelf mogen gebruiken, en bestaat er daarnaast een organisatiebrede exportfunctie voor wanneer een bedrijf alle data wil veiligstellen.
TCP
TCP staat voor Transmission Control Protocol, een van de kernprotocollen van het internet dat gegevens betrouwbaar en in de juiste volgorde aflevert. Voordat er data wordt verzonden bouwen zender en ontvanger een verbinding op via een zogeheten three-way handshake. Tijdens de overdracht controleert TCP of elk pakket aankomt, vraagt het verloren pakketten opnieuw op en zet het de gegevens weer in de juiste volgorde, terwijl het ook de snelheid afstemt om overbelasting te voorkomen. Door die betrouwbaarheid wordt TCP gebruikt voor toepassingen waarbij volledigheid belangrijker is dan minimale vertraging, zoals het laden van webpagina's, e-mail en bestandsoverdracht.
Team Drive
Team Drive is de oude naam voor wat Google nu Shared Drive (Gedeelde Drive) noemt. Het gaat om een gedeelde opslagruimte binnen Google Workspace waarvan de bestanden eigendom zijn van het team of de organisatie in plaats van een individuele gebruiker. Daardoor blijven documenten bewaard en toegankelijk wanneer een medewerker vertrekt of zijn account wordt verwijderd, anders dan bij bestanden in een persoonlijke Mijn Drive. Google heeft de naam Team Drive in 2019 vervangen door Shared Drive, maar je komt de oude term nog tegen in documentatie, scripts en gesprekken. De functie zelf, met centraal beheer van toegang en eigenaarschap op teamniveau, is hetzelfde gebleven.
Telnet
Telnet is een verouderd protocol waarmee je op afstand een opdrachtregel op een andere computer kon bedienen, bijvoorbeeld om een server te beheren. Het grote probleem is dat Telnet alle gegevens, inclusief inlognamen en wachtwoorden, volledig onversleuteld over het netwerk verstuurt, zodat iemand die het verkeer onderschept alles kan meelezen. Door dit ernstige beveiligingsrisico wordt Telnet vandaag de dag voor toegang op afstand afgeraden en is het vrijwel overal vervangen door SSH, dat dezelfde functie biedt maar de volledige verbinding versleutelt. Telnet komt soms nog voor in oude apparatuur of voor het testen van netwerkpoorten, maar voor het beheren van systemen, zeker in de cloud, geldt SSH als de veilige standaard.
Temperatuur (AI)
Temperatuur is een instelling die bepaalt hoe voorspelbaar of hoe gevarieerd een taalmodel zijn antwoorden geeft. Technisch beïnvloedt de temperatuur hoe sterk het model de kans op minder waarschijnlijke vervolgwoorden afvlakt of juist benadrukt. Een lage temperatuur levert feitelijke, consistente en herhaalbare uitvoer op, wat handig is voor taken als classificatie, extractie of het volgen van strikte instructies. Een hoge temperatuur geeft creatievere, gevarieerdere en minder voorspelbare antwoorden, geschikt voor brainstormen of het schrijven van teksten. Bij veel AI-tools en API's, waaronder die van Google Cloud, is de temperatuur instelbaar zodat je de balans tussen betrouwbaarheid en creativiteit kunt afstemmen op je toepassing.
Template
Een template, oftewel sjabloon, is een vooraf ingestelde structuur of configuratie die als startpunt dient en herhaaldelijk kan worden hergebruikt, zodat je niet telkens van nul begint. In de praktijk varieert dit van een documentsjabloon met een vaste opmaak tot een standaardconfiguratie voor instellingen of infrastructuur. Binnen Google Workspace gebruik je bijvoorbeeld sjablonen in Documenten, Spreadsheets en Presentaties via de sjabloongalerij, en kunnen organisaties eigen sjablonen delen voor een consistente huisstijl. In een bredere technische context, zoals Google Cloud, beschrijven sjablonen een herbruikbare opzet waarmee je snel en uniform nieuwe omgevingen of bronnen kunt aanmaken. Sjablonen besparen zo tijd, verkleinen de kans op fouten en bevorderen consistentie tussen documenten, processen of systemen.
Terraform
Terraform is een populaire infrastructure-as-code-tool van HashiCorp waarmee je infrastructuur in declaratieve configuratiebestanden beschrijft en bij meerdere cloudproviders tegelijk aanmaakt, wijzigt en beheert. Je legt de gewenste eindtoestand vast, en Terraform berekent via een plan welke concrete wijzigingen nodig zijn voordat het die toepast, zodat je vooraf ziet wat er gaat gebeuren. Het houdt de actuele toestand bij in een state-bestand, waardoor het verschillen tussen code en werkelijkheid kan signaleren. Doordat het met providers werkt, kun je dezelfde aanpak gebruiken voor onder meer Google Cloud, en zo netwerken, virtuele machines of een Kubernetes-cluster reproduceerbaar uitrollen. Het state-bestand kan gevoelige gegevens bevatten en hoort daarom afgeschermd en veilig opgeslagen te worden.
Threat Protection
Threat Protection, of dreigingsbescherming, is de verzameling beveiligingslagen die gebruikers en data beschermen tegen aanvallen zoals malware, phishing, schadelijke bijlagen en verdachte links. In Google Workspace draait dit grotendeels op de achtergrond van Gmail en Drive, waar inkomende berichten en bestanden automatisch worden gescand, afzenders worden geverifieerd en gevaarlijke inhoud in quarantaine of in de spammap belandt. Beheerders kunnen extra maatregelen instellen, zoals strengere regels voor bijlagen, sandboxing van onbekende bestanden en waarschuwingen voor externe afzenders. Het doel is om aanvallen te stoppen voordat ze een gebruiker bereiken, en om de schade te beperken als er toch iets verdachts doorkomt.
TLS
TLS staat voor Transport Layer Security en is het standaardprotocol dat netwerkverkeer versleutelt terwijl het tussen twee systemen onderweg is. Het zorgt ervoor dat gegevens die je over internet verstuurt, niet door derden kunnen worden meegelezen of gemanipuleerd, en het bevestigt met certificaten dat je echt met de juiste server praat. TLS is de moderne opvolger van het verouderde SSL en vormt de beveiliging achter het slotje in de browser bij een https-verbinding. In Google Workspace beschermt TLS onder andere het verkeer naar Gmail, Drive en de admin-console, en kan e-mail tussen mailservers via TLS worden versleuteld, zodat berichten ook onderweg tussen organisaties vertrouwelijk blijven.
TLS-rapportage (TLS-RPT)
TLS-rapportage, kortweg TLS-RPT, is een mechanisme waarmee verzendende mailservers je periodiek terugkoppelen of versleutelde bezorging naar jouw domein gelukt is. Je publiceert een DNS-record met een adres waar de rapporten naartoe mogen, doorgaans een keer per dag, en in die rapporten staat hoeveel verbindingen succesvol via TLS verliepen en welke faalden, met de bijbehorende foutoorzaak. Het is een onmisbaar hulpmiddel naast MTA-STS en DANE, want zonder rapportage zou je niet merken dat verbindingen stilletjes onversleuteld of mislukt verliepen. Zo zie je problemen met certificaten of TLS-configuratie vroeg en kun je ze oplossen voordat ze de bezorging blokkeren. Google Workspace ondersteunt TLS-rapportage voor inkomende mail naar jouw domein.
Token
Een token is een tijdelijke digitale sleutel die een gebruiker of applicatie gebruikt om toegang te krijgen tot een dienst, zonder dat telkens het wachtwoord opnieuw hoeft te worden ingevoerd. Na een succesvolle aanmelding geeft het systeem een token uit dat bij volgende verzoeken wordt meegestuurd om de identiteit en de toegestane rechten te bewijzen. Tokens hebben meestal een beperkte geldigheidsduur en kunnen worden ingetrokken, wat ze veiliger maakt dan het steeds delen van inloggegevens. Bij Google-diensten en de Google Cloud-API's spelen tokens een centrale rol in OAuth 2.0, waarbij access tokens kortlevende toegang verlenen en refresh tokens een nieuw access token kunnen ophalen wanneer het oude verloopt.
Token (AI)
Een token is de kleinste teksteenheid waarin een taalmodel taal verwerkt; vaak is dat een woord, maar even goed een woorddeel, een leesteken of een spatie. Voordat een model tekst kan verwerken, wordt de invoer opgeknipt in tokens, en bij het genereren produceert het de uitvoer eveneens token voor token. Het aantal tokens is belangrijk om twee redenen: het bepaalt grotendeels de kosten van een verzoek bij betaalde API's, en het telt mee voor de grens van het contextvenster, de hoeveelheid tekst die een model tegelijk kan meenemen. In de Gemini-API van Google Cloud reken je doorgaans per miljoen tokens af en houd je rekening met die contextlimiet bij lange documenten of gesprekken.
TOML
TOML staat voor Tom's Obvious, Minimal Language: een configuratieformaat dat is ontworpen om voor mensen makkelijk te lezen en te schrijven te zijn en tegelijk eenduidig naar een datastructuur (sleutel-waardeparen) te vertalen. Het werkt met heldere secties tussen blokhaken, expliciete types zoals strings, getallen, booleans en datums, en commentaarregels, waardoor het minder dubbelzinnig aanvoelt dan bijvoorbeeld YAML en compacter dan JSON voor configuratie. Je komt TOML vaak tegen in moderne ontwikkeltools en pakketmanagers, bijvoorbeeld in een pyproject.toml of in build- en CI-configuraties. In de context van Google Cloud en AI-projecten gebruik je het meestal voor de instellingen van tooling rondom je code, niet voor de data die je applicatie zelf verwerkt.
Transfer Ownership
Eigendomsoverdracht is het proces waarbij het eigenaarschap van een bestand of map van de ene gebruiker naar de andere wordt overgezet, zodat de nieuwe eigenaar de volledige zeggenschap krijgt. In Google Drive kun je het eigenaarschap van een document handmatig overdragen aan een collega binnen dezelfde organisatie, waarbij de nieuwe eigenaar voortaan bepaalt wie toegang heeft en het bestand niet zomaar kan worden verwijderd door anderen. Dit is vooral belangrijk wanneer een medewerker van rol verandert of de organisatie verlaat, zodat documenten niet verweesd raken of verloren gaan. In Google Workspace kan een beheerder bovendien via de Admin-console bestanden van een vertrekkende gebruiker in bulk overdragen aan een andere gebruiker. Eigendomsoverdracht borgt zo continuïteit en duidelijk beheer van bedrijfsdata.
Transformer
De Transformer is de neurale netwerkarchitectuur die de basis vormt voor vrijwel alle moderne taalmodellen. De kern is het attention-mechanisme, waarmee het model voor elk woord kan bepalen welke andere woorden in de tekst het meest relevant zijn, ongeacht hun positie. Daardoor kan een Transformer lange tekstreeksen efficient en in parallel verwerken, in tegenstelling tot oudere recurrente netwerken die woord voor woord werkten. De architectuur werd in 2017 geintroduceerd in het artikel Attention Is All You Need en ligt onder modellen zoals Gemini en de meeste generatieve AI. Voor gebruikers van Google Cloud en AI-tools is dit de onderliggende techniek die taken als vertalen, samenvatten en tekstgeneratie mogelijk maakt.
Trust Rule
Een vertrouwensregel (trust rule) is een beleidsregel in Google Workspace waarmee een beheerder fijnmazig bepaalt hoe bestanden in Google Drive intern en extern gedeeld mogen worden. In plaats van een grove keuze tussen 'wel of niet extern delen' kun je per organisatie-eenheid of groep vastleggen wie bestanden mag delen, wie bestanden mag ontvangen en met welke vertrouwde domeinen dat is toegestaan. Vertrouwde domeinen worden op een allowlist gezet en moeten zelf domein-geverifieerd zijn. Trust rules vervingen vanaf eind 2022 de oudere Drive-deelinstellingen en zijn beschikbaar in onder meer de Enterprise- en Education-edities. Ze zijn een belangrijk hulpmiddel om datalekken via te ruim ingestelde deelrechten te voorkomen.
Trusted Device
Een trusted device, of vertrouwd apparaat, is een telefoon, laptop of tablet dat door de organisatie als bekend en goedgekeurd is gemarkeerd, vaak omdat het is geregistreerd in het apparaatbeheer en voldoet aan de beveiligingseisen. Vanaf zo'n apparaat verloopt het inloggen soepeler: gebruikers krijgen bijvoorbeeld minder vaak een tweede verificatie of mogen bij gevoelige bronnen die op andere apparaten geblokkeerd zijn. In Google Workspace hangt dit samen met endpointbeheer en context-aware toegang, waarbij een beheerder regels koppelt aan de status van het apparaat. Zo wordt het comfort voor vertrouwde apparaten verhoogd terwijl onbekende of niet-compliant apparaten extra worden gecontroleerd of geweerd.

U

UDP
UDP staat voor User Datagram Protocol, een snel en lichtgewicht netwerkprotocol dat gegevens verzendt zonder vooraf een verbinding op te bouwen en zonder leveringsgarantie. Anders dan TCP controleert UDP niet of elk pakket aankomt en zet het de volgorde niet recht; verloren pakketten worden gewoon overgeslagen. Dat scheelt overhead en levert lage vertraging, wat ideaal is voor toepassingen waarbij snelheid belangrijker is dan perfectie, zoals videobellen, livestreaming, online games en DNS-opvragingen. Een korte hapering valt daar minder op dan een merkbare vertraging, dus de voorkeur gaat uit naar doorstroming boven volledige betrouwbaarheid.
URL Whitelist
Een URL-whitelist (of allowlist) is een expliciete lijst van toegestane webadressen of domeinen. Alleen verkeer naar deze opgenomen URL's wordt doorgelaten; al het overige wordt standaard geblokkeerd. Dit 'default deny'-principe is strenger en veiliger dan een blacklist, omdat onbekende of nieuwe schadelijke adressen automatisch buiten de deur blijven. In een Google Workspace-context worden whitelists onder meer gebruikt in Chrome-beleid om welke sites medewerkers mogen bezoeken te beperken, in netwerk- en firewallregels, en bij het toestaan van specifieke OAuth-redirect-URI's. Let op dat veel organisaties de neutralere termen 'allowlist' en 'blocklist' verkiezen boven whitelist en blacklist.
User Alias
Een user alias, of gebruikersalias, is een extra e-mailadres dat aan een bestaand gebruikersaccount wordt gekoppeld zonder dat er een apart account of een extra licentie voor nodig is. Berichten die naar het alias worden gestuurd, komen binnen in dezelfde mailbox als het hoofdadres, zodat een medewerker onder meerdere adressen bereikbaar is. Dit is handig bij naamswijzigingen, spellingsvarianten of rolgebonden adressen die toch bij een persoon terecht moeten komen. In de Google Workspace-adminconsole voegt een beheerder aliassen toe aan een gebruiker, en kan de gebruiker doorgaans ook als afzender een van die aliassen kiezen, afhankelijk van de instellingen.
User Provisioning
Gebruikersprovisioning is het automatisch aanmaken, bijwerken en deactiveren van gebruikersaccounts en hun toegangsrechten. In plaats van iedere medewerker handmatig in elk systeem aan te maken, synchroniseert provisioning accounts vanuit een centrale bron zoals een HR-systeem of identity provider. Wanneer iemand in dienst komt, krijgt die persoon automatisch de juiste accounts en groepen; bij uitdiensttreding wordt de toegang direct ingetrokken (deprovisioning). In Google Workspace gebeurt dit vaak via Google Cloud Directory Sync, SCIM of de Admin SDK, eventueel gekoppeld aan een externe provider. Goede provisioning verkleint het risico op vergeten, te ruime of verweesde accounts en is daarmee een belangrijke beveiligingsmaatregel.
User Suspension
User suspension, of gebruikersschorsing, is het tijdelijk blokkeren van een account zodat de gebruiker niet meer kan inloggen of de diensten gebruiken, terwijl de gegevens behouden blijven. Anders dan bij het verwijderen van een account blijven e-mail, bestanden en instellingen bewaard, zodat de toegang later eenvoudig kan worden hersteld. Beheerders zetten dit in bij vertrekkende medewerkers, vermoedens van misbruik, een gehackt account of tijdens onderzoek. In de Google Workspace-adminconsole schorst een beheerder een gebruiker met een paar klikken; de mailbox weigert dan nieuwe sessies en lopende sessies worden afgebroken. Na opheffing van de schorsing krijgt de gebruiker zijn toegang en data weer terug.
UUID
UUID staat voor Universally Unique Identifier: een 128-bits code, meestal weergegeven als tweeendertig hexadecimale tekens verdeeld over vijf groepen met streepjes, die dient om records of objecten van elkaar te onderscheiden. Het bijzondere is dat verschillende systemen onafhankelijk van elkaar een UUID kunnen aanmaken zonder centrale teller of coördinatie, terwijl de kans op een botsing in de praktijk verwaarloosbaar klein blijft. Daardoor zijn UUID's handig in gedistribueerde systemen, bij het samenvoegen van data uit meerdere bronnen en bij identifiers die je al kunt genereren voordat een record in de database staat. In Google Cloud kom je UUID's tegen als sleutels van resources, berichten en logregels, waar globale uniciteit belangrijker is dan een korte, oplopende reeks.

V

Vault
Google Vault is de dienst voor eDiscovery en informatiebeheer binnen Google Workspace, waarmee organisaties gegevens uit diensten als Gmail, Google Drive, Chat en Meet kunnen bewaren, doorzoeken en exporteren. Met Vault stel je bewaarregels (retention) in die bepalen hoe lang berichten en bestanden behouden blijven, ook nadat een gebruiker ze heeft verwijderd, en kun je via legal holds gegevens vastzetten die relevant zijn voor juridische zaken of audits. Daarnaast kun je gericht zoeken en de resultaten exporteren voor compliance- of onderzoeksdoeleinden. Vault is daarmee vooral bedoeld voor naleving van wet- en regelgeving en juridische procedures, en is beschikbaar in de zakelijke en onderwijs-edities van Workspace, niet als gewone back-upoplossing voor eindgebruikers.
Vault Hold
Een Vault-hold is een bewaarplicht die je in Google Vault op accounts, organisatie-eenheden of groepen plaatst om hun Google Workspace-data te beschermen tegen verwijdering. Een hold overschrijft de normale bewaarregels: gegevens die anders door gebruikers gewist of door de dienst opgeruimd zouden worden, blijven onbeperkt behouden zolang de hold actief is. Dit wordt doorgaans ingezet bij een juridische bewaarplicht (legal hold) of voor compliance- en eDiscovery-doeleinden, bijvoorbeeld bij een rechtszaak of intern onderzoek. Voor Gmail- en Chat-berichten kun je de hold beperken tot berichten die aan bepaalde voorwaarden voldoen. Vault ondersteunt zo de eerste stappen van het eDiscovery-proces: bewaren, zoeken en exporteren.
VBA-macro
Een VBA-macro is een stukje code geschreven in Visual Basic for Applications dat is ingebed in Microsoft Office-bestanden zoals Word-, Excel- of PowerPoint-documenten. Met macro's kun je terugkerende handelingen automatiseren, berekeningen uitvoeren of gegevens verwerken. Tegelijk vormen ze een bekend beveiligingsrisico: aanvallers verstoppen kwaadaardige code in ogenschijnlijk gewone documenten om malware te verspreiden zodra een gebruiker de macro inschakelt. Microsoft blokkeert daarom standaard macro's in bestanden die van internet afkomstig zijn. Google Workspace kent geen VBA; Google Spreadsheets en Documenten gebruiken in plaats daarvan Apps Script, een op JavaScript gebaseerde automatiseringstaal die in de browser draait en niet hetzelfde document-malwarerisico met zich meebrengt.
Vector Database
Een vector-database is een database die speciaal is gebouwd om embeddings, oftewel numerieke representaties van betekenis, op te slaan en razendsnel te doorzoeken op gelijkenis. In plaats van te zoeken op exacte waarden, vindt zo'n database de vectoren die qua betekenis het dichtst bij een opgegeven zoekvector liggen, vaak via efficiënte benaderingsalgoritmes voor nabuurzoekopdrachten. Dat maakt de vector-database de spil onder semantisch zoeken en onder Retrieval-Augmented Generation, waar bij elke vraag de meest relevante fragmenten moeten worden opgehaald om aan het taalmodel te voederen. Ze worden ook ingezet voor aanbevelingssystemen, duplicaatdetectie en beeldzoeken. In Google Cloud kun je vector-zoekfunctionaliteit gebruiken via Vertex AI Vector Search of via de vector-extensies in databases zoals AlloyDB en Cloud SQL voor PostgreSQL.
Verification Code
Een verification code, of verificatiecode, is een tijdelijke beveiligingscode die je tijdens het inloggen invoert als extra bewijs dat jij het echt bent. De code bestaat meestal uit een korte reeks cijfers die maar even geldig is en eenmalig gebruikt kan worden, wat hergebruik door anderen voorkomt. Verificatiecodes vormen een veelgebruikte vorm van tweestapsverificatie en kunnen worden ontvangen via sms, gegenereerd door een authenticator-app of vooraf afgedrukt als back-upcodes. In Google Workspace versterken ze de aanmelding bovenop het wachtwoord, zodat een aanvaller met alleen een gestolen wachtwoord nog niet binnenkomt zonder ook de actuele code te bezitten.
Verification Token
Een verificatietoken is een tijdelijke, vaak uniek gegenereerde code of string die dient om de identiteit van een gebruiker, apparaat of verzoek te bevestigen. Het wordt onder meer gebruikt om een e-mailadres of telefoonnummer te valideren, een nieuw account te activeren, een wachtwoord te resetten of een API-aanroep te autoriseren. Het token wordt door een server uitgegeven en bij gebruik gecontroleerd; doordat het een beperkte geldigheidsduur heeft en idealiter eenmalig bruikbaar is, beperkt het de schade bij onderschepping. In webcontext wordt een verwante variant, het CSRF-token, gebruikt om vervalste verzoeken te blokkeren. Een verificatietoken moet voldoende lang en willekeurig zijn zodat het niet te raden of te brute-forcen valt.
Virtuele Machine
Een virtuele machine (VM) is een volledige, in software nagebootste computer die op fysieke hardware draait en een eigen besturingssysteem heeft, compleet met virtuele processor, geheugen en schijf. Een laag software die de hypervisor heet, verdeelt de echte hardware over meerdere VM's, zodat die geïsoleerd naast elkaar kunnen draaien op dezelfde fysieke server. Daardoor kun je bijvoorbeeld Windows en Linux tegelijk op één machine draaien en blijft een storing in de ene VM gescheiden van de andere. Virtuele machines vormen een hoeksteen van cloud computing: in Google Cloud lever je ze via Compute Engine, waar je naar behoefte rekenkracht opstart en weer afschakelt. Vergeleken met containers zijn VM's zwaarder maar bieden ze sterkere isolatie.
Visitor Sharing
Visitor sharing, of gastdeling, maakt het mogelijk om bestanden te delen met externe personen die geen Google-account hebben, zonder dat zij eerst een account hoeven aan te maken. De externe ontvanger bewijst zijn identiteit via een verificatiecode die per e-mail wordt verstuurd, en krijgt daarna toegang tot het gedeelde document. Dit is handig voor samenwerken met klanten of partners die buiten Google Workspace werken, terwijl de eigenaar toch controle houdt over wie wat mag zien. Beheerders kunnen gastdeling in de adminconsole in- of uitschakelen en aanvullende beperkingen instellen, zodat externe toegang past binnen het beveiligingsbeleid van de organisatie.
VLAN
Een VLAN (Virtueel LAN) is een logische opdeling van een fysiek netwerk in meerdere aparte segmenten, zonder dat je daarvoor extra kabels of switches nodig hebt. Apparaten in hetzelfde VLAN gedragen zich alsof ze op een eigen netwerk zitten, ook al delen ze dezelfde fysieke apparatuur. Dat is handig voor beheer en vooral voor beveiliging: je kunt bijvoorbeeld gasten, kantoorcomputers en servers in gescheiden VLAN's plaatsen, zodat verkeer tussen die groepen alleen via gecontroleerde regels loopt. Op de switch worden de segmenten gemarkeerd met een VLAN-label, zodat het netwerk weet bij welk segment elk pakket hoort.
vLLM
vLLM is een open-source inferentieserver die taalmodellen efficient draait en veel gelijktijdige gebruikers tegelijk bedient. De kerntechniek heet PagedAttention: die beheert het geheugen voor de aandachtsberekening in kleine blokken, zodat er minder geheugen verspild wordt en meer verzoeken parallel passen. Daardoor haalt vLLM een hogere doorvoer dan een naïeve opstelling, met streaming-antwoorden en een API die compatibel is met de OpenAI-interface. In de praktijk gebruik je vLLM om een open-weights model zoals Llama of Mistral zelf te hosten, bijvoorbeeld op een GPU-instance in Google Cloud, in plaats van per token te betalen bij een externe aanbieder.
VMC
VMC staat voor Verified Mark Certificate, een digitaal certificaat dat aantoont dat jouw organisatie het recht heeft op het logo dat je naast je e-mail wilt tonen. Het is een vereiste voor BIMI bij ontvangers zoals Gmail, die geen zelf-geclaimd logo accepteren maar bewijs willen dat het bij jouw domein hoort. Voor een VMC moet je logo als merk geregistreerd zijn bij een erkend merkenbureau, en moet je domein al SPF, DKIM en een afgedwongen DMARC-beleid hebben staan. Het logo wordt aangeleverd als SVG. Pas met een geldig VMC toont Gmail jouw logo en bijbehorend geverifieerd vinkje in de inbox. Sinds eind 2024 bestaat er ook een goedkoper Common Mark Certificate, maar dat geeft in Gmail niet het blauwe geverifieerde vinkje.
Volume (container)
Een volume is een opslagplek die los staat van de levenscyclus van een container, zodat gegevens bewaard blijven ook als de container wordt gestopt, verwijderd of vervangen door een nieuwe versie. Containers zijn van nature kortstondig: alles wat binnenin wordt weggeschreven verdwijnt bij het opruimen. Voor zaken die wel moeten blijven, zoals een database, geuploade bestanden of logbestanden, koppel je daarom een volume. Hetzelfde volume kan vaak door meerdere containers worden gedeeld of opnieuw worden aangekoppeld na een herstart. In Kubernetes wordt dit principe verder uitgewerkt met persistent volumes, waarmee opslag uit een onderliggende cloudprovider zoals Google Cloud automatisch aan pods wordt toegewezen.
VPC
VPC staat voor Virtual Private Cloud: een logisch geïsoleerd, virtueel netwerk binnen een publieke cloud waarin je je servers, databases en andere diensten plaatst. Je bepaalt zelf de IP-adresbereiken (subnetten), routeringsregels en firewallinstellingen, zodat resources van elkaar en van het publieke internet afgeschermd blijven tenzij je verkeer expliciet toestaat. In Google Cloud is een VPC standaard wereldwijd: een enkel netwerk kan subnetten in meerdere regio's bevatten, wat het beheer vereenvoudigt. Een VPC is in de praktijk de basis voor veilige architecturen, omdat je er segmentatie, private connectiviteit naar andere diensten en gecontroleerde toegang mee opbouwt.
VPN
Een VPN (Virtual Private Network) legt een versleutelde verbinding aan die je netwerkverkeer door een beveiligde tunnel naar een VPN-server stuurt. Daardoor kan niemand op het tussenliggende netwerk, zoals een openbaar wifi-punt, meelezen wat je verstuurt, en lijkt je verkeer van de locatie van die server te komen. Bedrijven gebruiken een VPN vooral om medewerkers veilig op afstand toegang te geven tot interne systemen alsof ze op kantoor zitten. Goed om te weten: een VPN beschermt het transport van data, maar vervangt geen sterke authenticatie of moderne zero-trust-toegang, waarbij elke aanvraag apart wordt gecontroleerd.
VRAM
VRAM (Video RAM) is het snelle geheugen op een grafische kaart waarin een GPU de data houdt die hij direct nodig heeft. Bij AI bepaalt de hoeveelheid VRAM vooral hoe groot een model is dat je lokaal kunt draaien: de gewichten, de tussenresultaten en de context moeten allemaal in dat geheugen passen. Een model met meer parameters of een hogere precisie vraagt meer VRAM; met kwantisatie kun je het geheugengebruik flink verlagen. Wie geen kaart met genoeg VRAM heeft, wijkt vaak uit naar een GPU-instance in de cloud, bijvoorbeeld op Google Cloud, waar je een kaart met de gewenste hoeveelheid geheugen per uur huurt.

W

WAF
Een WAF, oftewel Web Application Firewall, is een beveiligingslaag die het HTTP-verkeer naar een webapplicatie inspecteert en specifiek aanvallen op applicatieniveau herkent en tegenhoudt. Waar een gewone firewall vooral op netwerkniveau werkt, begrijpt een WAF de inhoud van webverzoeken en kan zo patronen blokkeren die wijzen op SQL-injectie, cross-site scripting, padmanipulatie en andere veelvoorkomende kwetsbaarheden. Hij werkt met regelsets, bijvoorbeeld gebaseerd op de OWASP-richtlijnen, en kan verkeer toelaten, weigeren of nader laten controleren. Een WAF vervangt veilige programmering niet, maar vormt een extra verdedigingslinie die ook nog onbekende of ongepatchte fouten kan afdekken. In Google Cloud levert Cloud Armor WAF-functionaliteit als onderdeel van de load balancer, inclusief voorgedefinieerde regels en eigen beleid.
Webhook
Een webhook is een automatische melding die het ene systeem naar het andere stuurt via HTTP zodra er een bepaalde gebeurtenis plaatsvindt. In plaats van dat een applicatie steeds zelf moet vragen of er iets nieuws is, stuurt de bron actief een bericht met de relevante gegevens naar een vooraf opgegeven URL, het webhook-eindpunt. Daardoor reageren systemen vrijwel direct op gebeurtenissen, wat efficiënter is dan herhaald pollen. Webhooks worden veel gebruikt voor integraties en automatisering, bijvoorbeeld om een melding in Google Chat te plaatsen, een workflow te starten of data door te geven aan een andere dienst. De ontvangende kant verwerkt het binnenkomende verzoek en onderneemt de gewenste actie.
Webhook-handtekening
Een webhook-handtekening is een meegestuurde cryptografische controlewaarde waarmee de ontvanger van een webhook kan verifiëren dat het bericht echt afkomstig is van de verwachte afzender en onderweg niet is gewijzigd. De afzender berekent doorgaans met een gedeeld geheim een hash, vaak een HMAC, over de inhoud van het verzoek en plaatst die in een header. De ontvanger herhaalt diezelfde berekening met hetzelfde geheim en accepteert het bericht alleen als de handtekeningen overeenkomen. Zo voorkom je dat een aanvaller valse meldingen naar je endpoint stuurt of bestaande verzoeken manipuleert. Een goede implementatie vergelijkt de handtekening op een tijdsconstante manier en controleert ook een tijdstempel om herhaling van oude berichten tegen te gaan. Diensten zoals betaalproviders en Google-integraties gebruiken dit patroon om webhooks betrouwbaar te authenticeren.
Webhook-retry
Webhook-retry is het opnieuw afleveren van een webhook wanneer de eerste poging mislukt, bijvoorbeeld doordat de ontvangende server tijdelijk onbereikbaar is of een foutstatus teruggeeft. De verzender probeert de melding daarna een aantal keren opnieuw, meestal met een toenemende wachttijd tussen de pogingen (exponential backoff), zodat tijdelijke storingen vanzelf worden overbrugd zonder de ontvanger te overspoelen. Hierdoor komen gebeurtenismeldingen betrouwbaar aan, ook bij korte onderbrekingen. Een belangrijk gevolg is dat dezelfde melding meer dan eens kan binnenkomen, waardoor de ontvanger idempotent moet zijn: het meermaals verwerken van dezelfde webhook mag geen dubbele effecten geven. Veel diensten geven daarvoor een unieke event-id mee waarop je kunt ontdubbelen.
Windows-register
Het Windows-register is de centrale, hiërarchisch opgebouwde database van Microsoft Windows waarin instellingen van het besturingssysteem, hardware, gebruikersprofielen en geïnstalleerde programma's worden bewaard. Het is opgedeeld in hoofdsleutels zoals HKEY_LOCAL_MACHINE en HKEY_CURRENT_USER, met daaronder sleutels en waarden die het gedrag van Windows en applicaties sturen. Veel software leest bij het opstarten zijn configuratie uit het register. Omdat het zo nauw met de systeemwerking verweven is, kunnen onjuiste of onbedoelde wijzigingen leiden tot instabiliteit of een niet meer startend systeem; aanpassingen worden daarom doorgaans alleen door beheerders of via betrouwbare tools gedaan. In een Google Workspace-omgeving op Windows-werkplekken wordt het register vaak centraal beheerd via groepsbeleid of een MDM-oplossing.
Windows-service
Een Windows-service is een programma dat op de achtergrond meedraait binnen Windows, zonder eigen venster en vaak al voordat een gebruiker inlogt. Services verzorgen langdurige of systeembrede taken zoals netwerkbeheer, printerwachtrijen, beveiliging, automatische updates en het draaiend houden van serverapplicaties. Ze worden beheerd door de Service Control Manager en kunnen automatisch starten bij het opstarten van het systeem, handmatig worden gestart of uitgeschakeld worden. Omdat een service onder een eigen, soms verhoogd, account draait, is het instellen van het juiste serviceaccount en de juiste rechten belangrijk voor de beveiliging. Beheerders bekijken en beheren services via de Services-console of met opdrachtregeltools zoals sc en PowerShell.
Work Insights
Work Insights is een beheerdersrapportage in Google Workspace die laat zien hoe een organisatie de Workspace-apps daadwerkelijk gebruikt en adopteert. Via overzichtelijke grafieken zien beheerders, managers en HR bijvoorbeeld hoeveel medewerkers actief zijn in Gmail, Drive, Agenda, Docs, Sheets en Slides, en hoe het gebruik zich over de tijd ontwikkelt. Zo wordt zichtbaar of een uitrol slaagt en waar teams mogelijk extra training nodig hebben. Om de privacy te waarborgen toont Work Insights gegevens alleen geaggregeerd voor teams vanaf tien personen, dus niet op het niveau van een individuele medewerker. De functie is beschikbaar in bepaalde Workspace-edities, doorgaans de zakelijke en Enterprise-varianten.
Workspace
Google Workspace is het zakelijke productiviteits- en samenwerkingspakket van Google, voorheen bekend als G Suite en daarvoor als Google Apps. Het bundelt vertrouwde diensten zoals Gmail, Agenda, Drive, Documenten, Spreadsheets, Presentaties, Meet en Chat onder één abonnement, met een eigen domeinnaam voor e-mail en gedeelde opslag in de cloud. Beheer verloopt centraal via de Admin Console, waar je gebruikers, beveiliging, apparaten en beleid regelt, onder meer met organisatie-eenheden en verificatie in twee stappen. Workspace is er in verschillende edities voor bedrijven, onderwijs en non-profits, met per editie afwijkende opslaglimieten en functies zoals geavanceerde beveiliging, Vault voor compliance en steeds vaker ingebouwde AI-hulp via Gemini.
Workspace Add-on
Een Workspace Add-on is een uitbreiding die functionaliteit van een externe app rechtstreeks inbouwt in de Google Workspace-apps zoals Gmail, Agenda, Drive, Documenten, Spreadsheets en Presentaties. Met een enkele build verschijnt de add-on als een paneel met kaarten binnen meerdere apps, op zowel desktop als mobiel, zodat gebruikers de Workspace-omgeving niet hoeven te verlaten. Ontwikkelaars bouwen ze doorgaans met Apps Script of een gekoppeld Google Cloud-project en publiceren ze via de Google Workspace Marketplace. Naast deze brede Workspace Add-ons bestaan er Editor-add-ons die slechts een afzonderlijke editor uitbreiden. Add-ons maken het mogelijk om bijvoorbeeld een CRM, projecttool of handtekeningoplossing naadloos in de dagelijkse werkomgeving te integreren.
Workspace Labs
Workspace Labs is een programma van Google waarmee gebruikers vroege, experimentele functies in Google Workspace kunnen uitproberen voordat ze breed worden uitgerold. Het gaat vaak om nieuwe AI-gestuurde mogelijkheden, zoals hulp bij het schrijven in Documenten en Gmail of het genereren van beelden in Presentaties, die nog volop in ontwikkeling zijn. Deelnemers krijgen vervroegd toegang en kunnen feedback geven die Google gebruikt om de functies te verfijnen voordat ze definitief worden. Omdat het om betafuncties gaat, kunnen ze veranderen of weer verdwijnen en zijn ze niet bedoeld als stabiele basis voor kritieke werkprocessen. Veel van wat eerst via Workspace Labs werd getest, is later opgegaan in het bredere Gemini-aanbod voor Workspace. Het programma is daarmee een manier voor Google om innovaties te toetsen bij echte gebruikers.
Workspace Marketplace
De Google Workspace Marketplace is de officiële online winkel waar gebruikers en beheerders apps en add-ons vinden die met Google Workspace integreren. Het aanbod bestaat uit zowel oplossingen van Google als van externe ontwikkelaars, variërend van CRM- en projectmanagementtools tot e-handtekeningen, rapportage en AI-hulpmiddelen. Beheerders kunnen apps centraal voor het hele domein of voor specifieke organisatie-eenheden installeren en de toegestane apps beperken, wat helpt bij governance en beveiliging. Voordat een publieke app beschikbaar komt, doorloopt deze een beoordelingsproces van Google, onder meer op de OAuth-rechten die de app vraagt. Voor beheerders is het verstandig om alleen geverifieerde apps met passende rechten toe te laten.
Workspace Sync
Workspace Sync, voluit Google Workspace Sync for Microsoft Outlook (GWSMO), is een synchronisatietool waarmee gebruikers Microsoft Outlook kunnen blijven gebruiken terwijl hun gegevens in Google Workspace staan. De tool houdt e-mail, agenda, contacten, taken en notities tweerichtings synchroon tussen Outlook en het bijbehorende Google-account, inclusief de Global Address List. Zo kan een organisatie naar Workspace migreren of een hybride situatie aanhouden zonder medewerkers te dwingen meteen van mailclient te wisselen. Beheerders rollen GWSMO doorgaans centraal uit en kunnen per dienst bepalen wat wel en niet wordt gesynchroniseerd, terwijl de tool conflicten tussen beide omgevingen automatisch afhandelt.
WSUS
WSUS staat voor Windows Server Update Services: een serverrol van Microsoft waarmee je Windows-updates centraal beheert, goedkeurt en verspreidt binnen je netwerk. In plaats van dat elke pc updates apart van Microsoft downloadt, haalt de WSUS-server ze een keer op, waarna beheerders bepalen welke updates naar welke groepen apparaten gaan en wanneer. Dat bespaart bandbreedte en geeft controle over het testen en uitrollen van patches, wat belangrijk is voor stabiliteit en beveiliging. WSUS wordt veel gebruikt in bedrijfsnetwerken met veel Windows-machines. Voor organisaties die naar de cloud schuiven, vervullen modernere diensten zoals Windows Update for Business en Microsoft Intune een vergelijkbare rol, terwijl in een Google-georienteerde omgeving ChromeOS en webgebaseerde tools updates grotendeels automatisch en centraal vanuit de cloud regelen.

X

XSS
XSS staat voor Cross-Site Scripting, een veelvoorkomende webkwetsbaarheid waarbij een aanvaller kwaadaardige scripts in een vertrouwde webpagina injecteert die vervolgens in de browser van andere bezoekers worden uitgevoerd. Hierdoor kan de aanvaller sessiecookies of tokens stelen, gebruikersacties vervalsen of de pagina-inhoud manipuleren. Men onderscheidt doorgaans stored (opgeslagen), reflected (weerkaatst) en DOM-based XSS. De belangrijkste verdediging is het consequent escapen en saneren van alle door gebruikers aangeleverde invoer op de plek waar die wordt uitgevoerd, aangevuld met een Content Security Policy en veilige template-engines. XSS staat al jaren in de OWASP Top 10 en blijft een van de meest misbruikte gebreken in webapplicaties.

Y

YAML
YAML, een recursief acroniem voor 'YAML Ain't Markup Language', is een mensvriendelijk formaat voor het serialiseren van gestructureerde data dat vooral wordt gebruikt voor configuratiebestanden. Het gebruikt inspringing met spaties (geen tabs) om geneste structuren als lijsten en sleutel-waardeparen weer te geven, wat het leesbaarder maakt dan bijvoorbeeld JSON of XML. YAML is een superset van JSON en wordt veel ingezet in DevOps en cloud, zoals in Kubernetes-manifesten, CI/CD-pijplijnen en deploymentbestanden voor Google Cloud. Een belangrijk aandachtspunt is dat de inspringing exact moet kloppen, omdat YAML gevoelig is voor witruimte; ook moeten waarden uit onbetrouwbare bronnen veilig worden ingelezen om injectie te voorkomen.

Z

Zero Trust
Zero Trust is een beveiligingsmodel dat ervan uitgaat dat geen enkele gebruiker, apparaat of netwerkverbinding standaard te vertrouwen is, ook niet binnen het eigen bedrijfsnetwerk. In plaats van een vaste perimeter waarbinnen alles is toegestaan, wordt elke toegangsaanvraag opnieuw geverifieerd op basis van identiteit, apparaatstatus, locatie en context, volgens het principe never trust, always verify. Toegang wordt zo beperkt mogelijk verleend, alleen tot wat echt nodig is. Binnen Google Cloud en Workspace komt dit terug in BeyondCorp Enterprise en context-aware access, waarmee beheerders per applicatie en per situatie voorwaarden stellen aan wie er onder welke omstandigheden bij gegevens mag.
Zero-day
Een zero-day is een beveiligingslek dat nog onbekend is bij de leverancier of maker van de software, waardoor er nog geen patch of officiële oplossing voor bestaat. De naam verwijst naar het gegeven dat de maker nul dagen de tijd heeft gehad om het probleem te verhelpen. Een aanval die zo'n onbekend lek uitbuit, heet een zero-day exploit en is gevaarlijk omdat standaardverdediging er nog niet op is ingesteld. Zulke kwetsbaarheden zijn waardevol op de zwarte markt en worden ingezet bij gerichte, geavanceerde aanvallen. Omdat een directe fix ontbreekt, leunt verdediging op verzachtende maatregelen: gelaagde beveiliging, netwerksegmentatie, het snel uitrollen van patches zodra die verschijnen, en monitoring die afwijkend gedrag opmerkt.
ZIP
ZIP is een veelgebruikt archiefformaat waarmee een of meer bestanden en mappen worden samengevoegd tot een enkel gecomprimeerd bestand met de extensie .zip. De compressie maakt het geheel kleiner, wat handig is om bestanden sneller te versturen of compacter op te slaan, en het bundelen behoudt de mappenstructuur. Vrijwel elk besturingssysteem kan ZIP-bestanden zonder extra software openen en maken. In Google Workspace komt ZIP regelmatig voorbij: als je meerdere bestanden tegelijk uit Google Drive downloadt of een Google Takeout-export ophaalt, worden die doorgaans als ZIP-archief aangeleverd, dat je daarna lokaal uitpakt.
ZIP Extraction
ZIP-extractie is het uitpakken van een ZIP-archief, een gecomprimeerd bestand dat een of meer bestanden en mappen bundelt om opslagruimte te besparen en het delen te vereenvoudigen. Bij het uitpakken worden de oorspronkelijke bestanden in hun originele structuur teruggezet. Het ZIP-formaat is platformonafhankelijk en wordt standaard ondersteund door Windows, macOS en de meeste besturingssystemen. Een belangrijk beveiligingsaspect is dat het uitpakken van archieven uit onbetrouwbare bronnen risico's met zich meebrengt, zoals path traversal (de 'Zip Slip'-aanval) waarbij bestanden buiten de bedoelde map worden geschreven, en 'zip bombs' die bij uitpakken extreem veel ruimte innemen. Valideer daarom altijd de paden en groottes van archiefinhoud voordat je deze wegschrijft.