Formules zijn het hart van Google Spreadsheets: ze laten je automatisch rekenen, vergelijken en opzoeken, zodat je niet alles handmatig hoeft uit te rekenen. Elke formule begint met een isgelijkteken (=), gevolgd door een functie en de cellen waarop die werkt. In deze gids behandelen we de formules die je het vaakst nodig hebt.
De basis: optellen en gemiddelden
De twee meest gebruikte functies zijn SUM en AVERAGE.
SUM(waarde1; [waarde2; ...])telt getallen of een celbereik bij elkaar op. Voorbeeld:=SUM(B2:B10)telt alle getallen in de cellen B2 tot en met B10.AVERAGE(waarde1; [waarde2; ...])berekent het gemiddelde en negeert daarbij lege cellen en tekst. Voorbeeld:=AVERAGE(B2:B10).
Je verwijst naar een aaneengesloten reeks cellen met een dubbele punt (B2:B10) en naar losse cellen met een puntkomma of komma, afhankelijk van je regio-instelling.
Snel de juiste functienaam vinden
Weet je een functienaam niet meer? Typ = gevolgd door de eerste letters, dan toont Google Spreadsheets suggesties en de bijbehorende syntaxis direct in beeld.
Voorwaarden met IF
Met IF laat je de spreadsheet een keuze maken op basis van een voorwaarde. De syntaxis is:
IF(logische_expressie; waarde_indien_waar; waarde_indien_onwaar)
Een voorbeeld: =IF(B2>100; "Boven budget"; "Binnen budget") toont de tekst "Boven budget" als de waarde in B2 groter is dan 100, en anders "Binnen budget". Zo bouw je eenvoudige beslisregels in je werkblad.
Tellen en optellen met voorwaarden
Vaak wil je niet alles optellen, maar alleen de rijen die aan een eis voldoen. Daarvoor gebruik je COUNTIF en SUMIF.
- COUNTIF telt hoeveel cellen aan een voorwaarde voldoen, bijvoorbeeld hoe vaak een bepaalde naam voorkomt:
=COUNTIF(A2:A100; "Marketing"). - SUMIF telt alleen de getallen op die bij een bepaalde voorwaarde horen, bijvoorbeeld het totaalbedrag per afdeling:
=SUMIF(A2:A100; "Marketing"; B2:B100).
Deze functies zijn handig voor eenvoudige rapportages, zoals het aantal openstaande taken of de omzet van een productcategorie.
Waarden opzoeken met VLOOKUP
Met VLOOKUP zoek je een waarde op in een tabel en haal je een bijbehorende waarde op uit een andere kolom. De syntaxis is:
VLOOKUP(zoeksleutel; bereik; index; [is_gesorteerd])
- zoeksleutel is de waarde die je zoekt, bijvoorbeeld een artikelnummer.
- bereik is de tabel waarin gezocht wordt; de zoeksleutel moet in de eerste kolom staan.
- index is het kolomnummer binnen dat bereik waaruit je de waarde wilt terughalen (de eerste kolom is 1).
- is_gesorteerd zet je op
ONWAARvoor een exacte match, wat in de praktijk meestal de juiste keuze is.
Voorbeeld: =VLOOKUP(A2; Producten!A2:C100; 3; ONWAAR) zoekt de waarde uit A2 op in de productentabel en geeft de inhoud van de derde kolom terug.
Bij benaderende match: sorteer eerst
Gebruik je een benaderende match (is_gesorteerd op WAAR), sorteer dan eerst de eerste kolom oplopend. Anders krijg je mogelijk een verkeerd resultaat.
VLOOKUP kan alleen naar rechts kijken
VLOOKUP zoekt alleen in de eerste kolom van je bereik en kan alleen waarden teruggeven uit kolommen die daar rechts van staan. Moet je naar links opzoeken, of wil je dat je formule niet breekt als iemand een kolom invoegt? Gebruik dan XLOOKUP, dat sinds 2022 in Google Spreadsheets beschikbaar is: =XLOOKUP(A2; Producten!A2:A100; Producten!C2:C100).
Een formule stap voor stap opbouwen
Zo bouw je je eerste VLOOKUP
- Klik in de cel waar je het resultaat wilt zien en typ
=. - Typ
VLOOKUP(en selecteer met de muis de cel met je zoeksleutel, bijvoorbeeldA2. - Typ een puntkomma en selecteer het bereik waarin gezocht wordt, bijvoorbeeld
Producten!A2:C100. - Typ een puntkomma en het kolomnummer dat je wilt terughalen, bijvoorbeeld
3. - Typ een puntkomma,
ONWAARvoor een exacte match, sluit af met)en druk op Enter.
Veelgemaakte fouten voorkomen
Een paar tips die veel frustratie schelen:
- Begin elke formule met
=; zonder isgelijkteken behandelt Google Spreadsheets je invoer als gewone tekst. - Let op het scheidingsteken tussen argumenten; dit is een puntkomma of komma, afhankelijk van je taal- en regio-instelling.
- Krijg je een foutmelding zoals
#N/Bbij VLOOKUP, dan is de zoekwaarde niet gevonden; controleer of die echt in de eerste kolom van je bereik staat.
Let op bij kopieren: verwijzingen schuiven mee
Kopieer je een formule naar een andere cel, dan schuiven de celverwijzingen mee. Wil je dat een verwijzing vast blijft staan, zet er dan dollartekens voor, bijvoorbeeld $B$2.
Samengevat
Met SUM, AVERAGE, IF, COUNTIF, SUMIF en VLOOKUP heb je de fundamenten in handen om de meeste alledaagse berekeningen en opzoekacties in Google Spreadsheets uit te voeren. Begin klein, bouw je formules stap voor stap op en gebruik de ingebouwde suggesties om de juiste syntaxis te vinden.
Waarom werkt mijn formule niet en zie ik gewoon de tekst staan?
Waarschijnlijk ben je het isgelijkteken vergeten. Zonder = aan het begin ziet Google Spreadsheets je invoer als gewone tekst en rekent het niets uit.
Moet ik een komma of een puntkomma tussen de argumenten zetten?
Dat hangt af van je taal- en regio-instelling. In de Nederlandse instelling is het meestal een puntkomma. Toont Google Spreadsheets een foutmelding over het aantal argumenten, probeer dan het andere scheidingsteken.
Wat betekent de foutmelding #N/B bij een VLOOKUP?
Die foutmelding betekent dat de zoekwaarde niet gevonden is. Controleer of de waarde precies zo in de eerste kolom van je bereik staat, zonder extra spaties of verschil in hoofdletters.
Hoe zorg ik dat een celverwijzing niet meeschuift als ik de formule kopieer?
Zet dollartekens voor de kolom en de rij, bijvoorbeeld $B$2. Zo blijft de verwijzing absoluut en wijst hij altijd naar dezelfde cel.
Kan ik beter VLOOKUP of XLOOKUP gebruiken?
Voor eenvoudige opzoekacties voldoet VLOOKUP prima. Wil je naar links kunnen zoeken of een formule die niet breekt bij het invoegen van kolommen, dan is XLOOKUP de robuustere keuze.