Opmaakstijlen gebruiken in Google Docs is de snelste manier om een document er overal hetzelfde uit te laten zien zonder dat je telkens handmatig lettergrootte en kleur instelt. In plaats van per alinea te kiezen welk lettertype je wilt, wijs je een rol toe: dit is een kop, dit is normale tekst, dit is een ondertitel. Docs onthoudt hoe die rol eruit moet zien en past hem overal consistent toe.
Wat zijn opmaakstijlen precies
Een opmaakstijl is een set vaste eigenschappen, zoals lettertype, grootte, kleur, regelafstand en ruimte boven en onder de alinea, die je in een keer toepast op een stuk tekst. Google Docs werkt standaard met deze stijlen:
- Normale tekst voor je gewone alinea's
- Titel voor de hoofdtitel bovenaan het document
- Ondertitel voor een korte toelichting onder de titel
- Kop 1 tot en met Kop 6 voor de hierarchie van je hoofdstukken en paragrafen
Het grote voordeel is consistentie. Als je later besluit dat alle koppen blauw moeten worden, pas je de stijl een keer aan en verandert het hele document mee. Zonder opmaakstijlen zou je elke kop apart moeten bijwerken.
Sla geen kopniveaus over
Gebruik Kop 1 voor je hoofdstukken en Kop 2 voor de onderdelen daarbinnen. Spring niet van Kop 1 direct naar Kop 3. Dat houdt je structuur logisch, je inhoudsopgave netjes en je document toegankelijk voor schermlezers.
Een opmaakstijl toepassen
Je vindt het stijlmenu in de werkbalk, links naast het lettertype. Er staat standaard Normale tekst. Wanneer je je cursor in een alinea zet of tekst selecteert en op dat menu klikt, zie je alle beschikbare stijlen. Hetzelfde overzicht vind je via het menu Opmaak, Alineastijlen.
Een kop toepassen
- Zet je cursor in de regel die een kop moet worden, of selecteer de tekst.
- Klik op het stijlmenu in de werkbalk waar Normale tekst staat.
- Kies bijvoorbeeld Kop 1 voor een hoofdstuktitel.
- De tekst krijgt direct de bijbehorende opmaak.
- Herhaal dit voor de overige koppen in je document.
Wil je sneltoetsen gebruiken, dan kan dat ook. Op Windows en ChromeOS druk je op Ctrl en Alt samen met het cijfer van het kopniveau: Ctrl + Alt + 1 maakt er een Kop 1 van, Ctrl + Alt + 2 een Kop 2, enzovoort. Met Ctrl + Alt + 0 zet je tekst terug naar Normale tekst. Op een Mac gebruik je Cmd + Option plus hetzelfde cijfer.
Je eigen opmaakstijlen instellen
De standaardstijlen passen niet altijd bij je huisstijl. Gelukkig kun je ze aanpassen en die aanpassing als standaard bewaren, zodat nieuwe documenten er meteen goed uitzien.
Een eigen stijl opslaan als standaard
- Maak een stuk tekst op zoals je het wilt, bijvoorbeeld een Kop 1 in jouw lettertype, grootte en kleur.
- Selecteer die opgemaakte tekst.
- Ga naar Opmaak, Alineastijlen, beweeg over Kop 1 en klik op Kop 1 bijwerken zodat dit overeenkomt.
- Herhaal stap 1 tot en met 3 voor elke stijl die je wilt veranderen, bijvoorbeeld Normale tekst en Kop 2.
- Open daarna Opmaak, Alineastijlen, Opties en kies Opslaan als mijn standaardstijlen.
- Vanaf nu gebruiken nieuwe documenten deze stijlen automatisch.
Standaardstijlen horen bij je account
De standaardstijlen die je opslaat horen bij jouw Google-account, niet bij een specifiek document. Collega's die hetzelfde sjabloon delen, moeten hun eigen standaardstijlen instellen of werken met een gedeeld sjabloon dat de opmaak al bevat.
Wil je terug naar de oorspronkelijke instellingen, dan kies je in hetzelfde menu Opties voor Standaardstijlen herstellen. Daarmee gooi je je eigen aanpassingen weg en keren de fabrieksinstellingen terug.
Pas niet alles handmatig aan
Verleidelijk maar onhandig: lettertype en grootte per alinea handmatig wijzigen met de werkbalk. Dan verlies je de structuur die Docs nodig heeft voor de inhoudsopgave en schermlezers. Wil je echt afwijken op een enkele plek, doe dat dan bewust en alleen daar, en laat de stijlen voor de rest van het document hun werk doen.
Waarom opmaakstijlen meer doen dan mooi maken
Opmaakstijlen zijn niet alleen cosmetisch. Ze geven je document een onderliggende structuur die Docs en hulpsoftware kunnen lezen. Een automatische inhoudsopgave werkt alleen omdat Docs je koppen herkent. Een schermlezer voor blinde en slechtziende lezers gebruikt diezelfde koppen om door het document te navigeren. En de overzichtsbalk links in Docs toont automatisch al je koppen, zodat je met een klik naar elk hoofdstuk springt.
Waarom verandert mijn hele document als ik een stijl aanpas?
Dat is precies de bedoeling. Een opmaakstijl geldt voor alle tekst met die rol. Wil je een uitzondering, gebruik dan handmatige opmaak op die ene plek in plaats van de stijl zelf aan te passen.
Kan ik opmaakstijlen tussen documenten kopieren?
Sla je stijlen op als standaardstijlen, dan komen ze terug in nieuwe documenten. Voor bestaande documenten gebruik je het verfkwastje in de werkbalk om opmaak van de ene plek naar de andere over te brengen.
Hoeveel kopniveaus kan ik gebruiken?
Docs ondersteunt Kop 1 tot en met Kop 6. Voor de meeste documenten zijn drie niveaus ruim voldoende.
Werken de sneltoetsen voor koppen op elke computer?
Op Windows en ChromeOS gebruik je Ctrl plus Alt plus het cijfer van het kopniveau. Op een Mac gebruik je Cmd plus Option plus hetzelfde cijfer.
Mijn standaardstijlen worden niet bewaard, hoe komt dat?
Dit gebeurt meestal als je de stijl niet eerst hebt bijgewerkt voordat je opsloeg. Werk per stijl eerst de stijl bij zodat die overeenkomt, en kies daarna pas Opslaan als mijn standaardstijlen. Controleer ook of je bij hetzelfde Google-account bent ingelogd.
Begin een nieuw document altijd met de juiste opmaakstijlen in plaats van handmatig op te maken. Het kost in het begin een paar seconden extra, maar het bespaart je later veel werk en het maakt je documenten toegankelijker en professioneler.