Naar inhoud
lightbulb Welkom op de nieuwe kennisbank | We hebben de docs volledig vernieuwd met meer dan 160 features. Bekijk wat nieuw isarrow_forward

20 tips voor betere Looker Studio-dashboards

Praktische tips om je Looker Studio-dashboards professioneler, sneller en gebruiksvriendelijker te maken, van designprincipes tot prestatie-optimalisatie.

Een goed Looker Studio-dashboard beantwoordt een vraag, het toont niet zomaar data. Hieronder staan 20 concrete tips, gegroepeerd in vier thema's: structuur, visueel ontwerp, berekeningen en prestaties. Pak er een paar tegelijk op in plaats van alles in een keer.

Structuur en focus (tip 1 tot 5)

Tip 1: Begin met de vraag, niet de data. Vraag je doelgroep: "Welke beslissing wil je nemen op basis van dit dashboard?" Bouw alleen wat die beslissing ondersteunt. Dashboards die alles tonen, zijn nuttig voor niemand.

Tip 2: Maximaal vijf primaire KPIs per pagina. Meer dan vijf scorecards bovenaan maakt alles even belangrijk, waardoor niets opvalt. Kies de vijf KPIs met de meeste impact en zet de rest op een detailpagina.

Tip 3: Gebruik de omgekeerde-piramidestructuur. Zet de belangrijkste informatie bovenaan (scorecards), de context in het midden (trendgrafieken) en de details onderaan (tabellen). Kijkers scannen van boven naar beneden.

Tip 4: Geef elke pagina een duidelijk onderwerp. Een pagina genaamd "Overzicht" met 20 grafieken is geen overzicht. Geef elke pagina een specifieke naam en zorg dat alle grafieken op die pagina dat onderwerp ondersteunen.

Tip 5: Voeg een datumstempel toe. Kijkers vragen altijd: "Hoe actueel is deze data?" Voeg een tekstvak toe met de bijgewerkt-datum via een MAX(datum)-berekend veld, of een statisch tekstvak met de refresh-frequentie.

Visueel ontwerp (tip 6 tot 10)

Tip 6: Gebruik maximaal drie kleuren. Meer kleuren geven visuele ruis. Gebruik je merkkleur als primaire accentkleur, een neutrale kleur voor achtergrondelementen en een signaleringskleur (rood of oranje) alleen voor uitzonderingen.

Tip 7: Kies het juiste grafiektype. Tijdreeks voor trends, staafdiagram voor vergelijkingen, cirkeldiagram alleen bij maximaal vijf categorieën, scorecard voor een enkele KPI. Kies geen cirkeldiagram als een horizontaal staafdiagram beter werkt.

Tip 8: Verberg overbodige aslabels en rasterlijnen. Aslabels zijn nuttig als de schaal niet duidelijk is uit de grafiek zelf. Toon je datalabels op de datapunten, verberg dan de assen om ruimte te besparen. Verberg rasterlijnen als de grafiek er druk van wordt.

Tip 9: Gebruik consistente kaartformaten. Staan er meerdere grafieken naast elkaar, geef ze dan dezelfde breedte en hoogte. Gebruik de uitlijnfunctie (selecteer meerdere objecten, rechtermuisknop, Uitlijnen) voor strakke uitlijning.

Tip 10: Zorg voor voldoende witruimte. Houd minstens 16px ruimte tussen grafieken. Een druk dashboard leidt de kijker af. Witruimte is geen verspilling, het is focus.

lightbulb

Stel een vast thema in als startpunt

Definieer in Thema en lay-out een vast kleurpalet en vaste lettergroottes voordat je grafieken bouwt. Nieuwe grafieken nemen die stijl automatisch over, dus je hoeft kleuren en fonts niet per grafiek bij te stellen. Dat scheelt veel handwerk en houdt het dashboard consistent.

Berekeningen en data (tip 11 tot 15)

Tip 11: Benoem je berekende velden logisch. "Berekend veld 1" zegt niets. Gebruik namen die de berekening beschrijven, zoals "Conversieratio (%)" of "Omzet per bestelling (EUR)". Voeg via het databronbeheer een beschrijving toe aan elk berekend veld.

Tip 12: Gebruik altijd SAFE_DIVIDE bij delingen. Kan de noemer nul zijn, gebruik dan SAFE_DIVIDE(teller, noemer) in plaats van teller / noemer. Zo voorkom je dat grafieken een foutmelding tonen wanneer er door nul wordt gedeeld.

Tip 13: Sla berekende velden op in de databron, niet in de grafiek. Velden op grafiekniveau zijn alleen zichtbaar in die ene grafiek. Gebruik grafiekniveau alleen voor eenmalige berekeningen. Veelgebruikte formules horen in de databron, zodat elke grafiek ze kan gebruiken.

Tip 14: Test berekende velden met een tijdelijke tabel. Voeg een tabel toe die het ruwe veld en het berekende veld naast elkaar toont. Zo controleer je dat de berekening klopt voordat je hem in een scorecard zet. Verwijder de tabel daarna weer.

Tip 15: Gebruik berekende dimensies voor segmentatie. Label data niet buiten Looker Studio, maar gebruik CASE WHEN in een berekende dimensie, bijvoorbeeld CASE WHEN omzet > 10000 THEN "Groot" ELSE "Klein" END. Zo houd je de databron schoon en de logica centraal in Looker Studio.

Prestaties en samenwerking (tip 16 tot 20)

Tip 16: Stel de data-actualiteit bewust in. De standaard van 12 uur is voor de meeste rapporten prima. Moet een dashboard verser zijn, stel dan de laagst mogelijke waarde in (15 minuten voor veel connectoren). Let op: bij Google-marketingbronnen zoals Google Ads en Analytics ligt de refresh vast op 12 uur en is hij niet aan te passen.

Tip 17: Gebruik gepartitioneerde BigQuery-tabellen. Bevraagt je dashboard BigQuery, partitioneer de onderliggende tabellen dan op datum en gebruik datumfilterparameters. Dit verlaagt laadtijd en kosten fors, omdat queries alleen de relevante partities scannen.

Tip 18: Maak databronnen herbruikbaar voor teamwork. Maak databronnen los van het rapport, zodat meerdere collega's hetzelfde schema kunnen gebruiken. Berekende velden die jij aanmaakt zijn dan meteen voor iedereen beschikbaar.

Tip 19: Maak altijd een kopie voor grote wijzigingen. Maak via Bestand, Een kopie maken eerst een kopie. Zo kun je terug naar de vorige versie als de wijzigingen niet bevallen.

Tip 20: Vraag feedback van eindgebruikers. Stuur het dashboard na oplevering een week mee en vraag actief om feedback. "Wat mis je nog?" en "Wat gebruik je het meest?" zijn de twee beste vragen. Itereer op basis van de antwoorden.

warning

Houd BigQuery-kosten in de gaten

Elke keer dat de cache verloopt en een gebruiker het dashboard opent, draait er een nieuwe BigQuery-query. Een korte refresh-periode op een veel bekeken dashboard kan zo snel oplopen. Combineer een verstandige cacheperiode met gepartitioneerde tabellen en datumfilters om de scan en de kosten te beperken.

Mijn dashboard is gebouwd maar collega's gebruiken het niet, wat nu?

Organiseer een korte demo van 15 minuten om het dashboard te introduceren. Laat zien hoe filters werken en welke vragen het beantwoordt. Een dashboard dat mensen begrijpen, gaan ze ook gebruiken.

Hoe ziet mijn dashboard er professioneel uit zonder designer?

Gebruik een vast kleurpalet uit de Thema-instellingen, consistente lettergroottes (bijvoorbeeld 14px tekst, 18px titels, 24px scorecard-labels) en voldoende witruimte. Eenvoud oogt professioneler dan een druk geheel.

Welk paginaformaat kan ik het beste kiezen?

Kies 16:9 (1280 bij 720) voor presentaties op scherm en 1920 bij 1080 voor TV-schermen. Gebruik A4 (794 bij 1123) als je regelmatig PDFs afdrukt, en een aangepast formaat als je het dashboard inbedt op een website met bekende afmetingen.

Hoe houd ik mijn Looker Studio-rapporten georganiseerd in Drive?

Maak in Drive aparte mappen voor productie-rapporten, concepten en sjablonen. Geef rapporten duidelijke namen met een datum of versie, zoals "Sales Dashboard Q1 2026 v2", en verplaats oude versies naar een archiefmap.

Wat doe ik als een grafiek een deel-door-nul-fout toont?

Vervang de gewone deling door SAFE_DIVIDE(teller, noemer) in het berekende veld. Die functie geeft een lege waarde terug in plaats van een fout wanneer de noemer nul is, zodat de grafiek blijft renderen.

Hoe maak ik een dashboard sneller?

Beperk het aantal grafieken per pagina, gebruik gepartitioneerde BigQuery-tabellen met datumfilters en zet veelgebruikte berekeningen op databronniveau. Een langere cacheperiode helpt ook, zolang de data zo vers genoeg blijft voor het doel.