Waarom MX-records cruciaal zijn
MX-records vertellen de rest van het internet waar e-mail voor jouw domein naartoe moet. Zonder correcte MX-records stuurt elke externe afzender berichten naar de verkeerde server, of de afzender krijgt een bouncebericht terug. Voor Google Workspace zet je daarom altijd minstens een MX-record klaar voordat je e-mail kunt ontvangen.
Sinds 2023 heeft Google de configuratie sterk vereenvoudigd. Waar je vroeger vijf afzonderlijke records moest invoeren, volstaat nu een enkel record. De oude set blijft werken, dus je hoeft niets te wijzigen als je e-mail al goed binnenkomt.
Het nieuwe, aanbevolen MX-record
Voor nieuwe domeinen raadt Google een enkel MX-record aan:
| Prioriteit | Mailserver |
|---|---|
| 1 | smtp.google.com |
Dat is alles. Een record, een prioriteitswaarde, minder kans op typefouten. Dit is de aanbevolen aanpak voor elk nieuw domein dat je aan Workspace koppelt.
Werkt je e-mail al?
Heb je een ouder domein met de vijf klassieke ASPMX-records, en komt e-mail probleemloos binnen? Dan hoef je niets te veranderen. Google ondersteunt beide configuraties volledig. Wissel alleen om als je toch al in je DNS aan het werk bent of problemen oplost.
De klassieke vijf records (legacy)
Kom je deze set tegen in bestaande documentatie of in je huidige DNS, dan is dat de oudere configuratie die nog steeds geldig is:
| Prioriteit | Mailserver |
|---|---|
| 1 | ASPMX.L.GOOGLE.COM |
| 5 | ALT1.ASPMX.L.GOOGLE.COM |
| 5 | ALT2.ASPMX.L.GOOGLE.COM |
| 10 | ALT3.ASPMX.L.GOOGLE.COM |
| 10 | ALT4.ASPMX.L.GOOGLE.COM |
De prioriteit bepaalt de volgorde: een lagere waarde betekent een hogere prioriteit. Meng deze records niet met het nieuwe enkele record. Kies een van beide configuraties, nooit allebei tegelijk.
Stap voor stap instellen
MX-record instellen bij je registrar
- Log in bij je domeinregistrar (bijvoorbeeld TransIP, Antagonist, GoDaddy of Cloudflare).
- Ga naar DNS-beheer voor het domein dat je aan Workspace koppelt.
- Verwijder alle bestaande MX-records die naar een andere provider wijzen. Records die al naar Google wijzen mag je laten staan.
- Voeg het nieuwe record toe: type
MX, hostnaam@(of leeg, afhankelijk van je registrar), waardesmtp.google.com, prioriteit1. - Sla de wijzigingen op. De TTL mag je op de standaardwaarde laten staan (vaak 3600 seconden).
Vervolgens verifieer je in de Google Admin-console of Workspace de records herkent. Ga naar Admin-console > Domeinen > Domeinen beheren, klik op het domein en bekijk de status. Als het domein net is toegevoegd, staat er mogelijk nog 'Verificatie in behandeling'. Wacht 15 tot 60 minuten en ververs de pagina.
MX-records controleren met tools
Je hoeft niet op de Admin-console te wachten. Met command-line tools of online checkers zie je direct wat er gepubliceerd is.
Via de terminal:
dig MX jouwdomein.nl +short
De output toont de prioriteit en de hostnaam van elk record. Bij de nieuwe configuratie zie je een regel met 1 smtp.google.com.; bij de klassieke set zie je de vijf ASPMX-servers.
Via nslookup:
nslookup -type=MX jouwdomein.nl
Online tools:
- MXToolbox (mxtoolbox.com/MXLookup.aspx) geeft een kleurgecodeerd overzicht en waarschuwt bij ontbrekende records.
- Google Admin Toolbox (toolbox.googleapps.com) heeft een ingebouwde MX-checker die ook SPF en DMARC controleert.
Twee checkers naast elkaar
Gebruik de Google Admin Toolbox naast MXToolbox. De Admin Toolbox controleert of de records ook vanuit het Google-netwerk bereikbaar zijn, wat kan verschillen van een externe DNS-lookup.
Veelgemaakte fouten
Oude MX-records laten staan. Vervang je een bestaand e-mailplatform door Workspace, verwijder dan de oude records. Twee sets MX-records van verschillende providers veroorzaken onvoorspelbare bezorging, waarbij een deel van de berichten op de verkeerde server landt.
Het nieuwe en het oude record mengen. smtp.google.com en de vijf ASPMX-records zijn alternatieven, geen aanvulling op elkaar. Combineer ze niet.
Punt aan het einde vergeten. Sommige registrars vereisen een trailing dot achter de hostnaam (smtp.google.com.), andere vullen dit automatisch aan. Controleer de documentatie van jouw registrar.
TTL te hoog tijdens migratie. Migreer je van een oude provider naar Workspace, verlaag dan de TTL 24 uur van tevoren naar 300 seconden. Zo verloopt de switchover sneller en is terugdraaien eenvoudiger.
Na de instelling: e-mail testen
Stuur een testbericht van een extern account (een Gmail-priveaccount of Outlook) naar een Workspace-gebruiker. Ontvang je het bericht? Goed. Controleer ook de headers van het bericht in Gmail via Meer > Origineel bericht weergeven en zoek naar Received: from om te bevestigen dat het bericht via de servers van Google is binnengekomen.
Vergeet uitgaande authenticatie niet
MX-records regelen alleen inkomende e-mail. Voor betrouwbare uitgaande bezorging heb je ook SPF, DKIM en DMARC nodig. Zonder die records markeren ontvangende servers jouw berichten sneller als spam.
Moet ik mijn vijf ASPMX-records vervangen door smtp.google.com?
Nee, dat hoeft niet. Als je e-mail correct binnenkomt met de klassieke vijf records, blijft alles werken. Google ondersteunt beide configuraties. Het enkele record is vooral handig voor nieuwe domeinen en voor minder kans op fouten.
Hoe lang duurt het voor MX-records actief zijn?
DNS-wijzigingen propageren doorgaans binnen 15 minuten tot een uur, afhankelijk van de TTL die je registrar instelt. In zeldzame gevallen kan het tot 48 uur duren als de TTL hoog stond voordat je de wijziging doorvoerde.
Kan ik meerdere mailproviders tegelijk gebruiken?
Technisch gezien kun je MX-records van meerdere providers combineren, maar dat is bijna altijd een fout. Berichten worden dan verdeeld op basis van prioriteit en beschikbaarheid, wat tot onvoorspelbare bezorging leidt. Gebruik split delivery als je echt een hybride omgeving nodig hebt.
Moet ik ook een SPF-record toevoegen?
Ja. MX-records regelen inkomende e-mail, terwijl SPF, DKIM en DMARC de uitgaande authenticatie regelen. Zonder SPF markeren andere e-mailservers jouw berichten mogelijk als spam. Google Workspace adviseert een SPF-record voor optimale bezorging.
Werkt het oude record nog na 2026?
Ja. Google heeft de klassieke ASPMX-records niet uitgefaseerd. Ze blijven ondersteund. Het enkele record is een vereenvoudiging, geen verplichte migratie.